"Rugbybond zal in ons moeten investeren'

Yves Kummer is hooker. Wanneer de scrums in elkaar klappen, zit hij helemaal in het midden. Als aanvoerder van landskampioen DIOK en van het Nederlands rugbyteam is hij ook de centrale figuur in het conflict tussen de Leidse internationals en de bond.

LEIDEN, 2 APRIL. Het Nederlands rugbyteam zit zonder aanvoerder en zonder bondscoach. Captain Yves Kummer, en acht andere internationals van landskampioen DIOK, weigeren voorlopig voor het nationale team uit te komen. Coach Ben Manshanden besloot daarop vanaf eind april zijn functie ter beschikking te stellen.

“Wij hadden geen conflict met Manshanden”, stelt de 27-jarige Kummer. “Hij is met Theo Snijders één van de twee coaches in Nederland die het running-rugby promoot. Ik word niet betaald, dus ik speel om zoveel mogelijk de bal in mijn hand te hebben. Hij staat daar achter. Het gaat ons om het technisch beleid van de bond op de langere termijn.”

Kummer heeft 44 caps, werd de afgelopen vijf jaar landskampioen met DIOK en studeerde rechten. Hij verkoopt vlak voor een training in de kantine van DIOK zijn sport met zijn flair als marketing-deskundige en met de passie van de sportman. Boven een wenkbrauw loopt een vers rood litteken van een recente schram. Hij is 1.76 meter lang en heeft, voor een hooker, het perfecte gewicht van 94 kilo. “Laatst wilde ik een hypotheek. Toen moest ik extra premie betalen. Ik val met die lengte en dat gewicht in de hoogste risico-categorie voor hartinfarcten en vaatziektes. Maar die kilo's zijn natuurlijk spieren.”

In oktober begint de kwalificatieronde voor het wereldkampioenschap van 1995 in Zuid-Afrika waar twintig landen aan mee zullen doen. “De spelers willen veel tijd investeren”, zegt Kummer. “Maar wij willen dan ook dat er veel in ons wordt geïnvesteerd door de bond. Met deze jonge en onervaren selectie kunnen we de komende drie jaar sterker worden.”

De rugbytop bestaat uit Nieuw-Zeeland, Australië, Engeland, Frankrijk en Zuid-Afrika. Daarna komen Schotland, Wales, Ierland, Samoa, Fiji, Canada, Roemenië. Dan volgen onder meer Italië, Spanje, Japan en Nederland. Nederland is het achttiende land op de ranglijst.

De tegenstelling tussen de Frans/Continentaal-Europees georiënteerde bond FIRA, en de Brits/Commonwealth georiënteerde International Board (IB) vertraagt de wereldwijde verspreiding van de sport. “Dat moet beter, anders wordt het een soort korfbal of hockey.” Een wereldkampioenschap bestaat pas sinds 1986, een Europa Cup bestaat niet. Daarnaast verafschuwen de archaïsche gentlemen van de IB de toenemende invloed van het geld. “Zeven jaar geleden werd een speler voor het leven geschorst voor Rugby Union omdat hij een boek had geschreven over rugby waar hij aan verdiende. In Italië verdienen ze nu een ton per jaar.” Kummer heeft zelf een rugby-scholarship voor Oxford laten lopen.

Onder Theo Snijders, oud-coach van DIOK, en tot augustus 1992 de bondscoach heeft Nederland mobiel rugby leren spelen, zoals de Schotten dat doen. De Engelsen en Nieuw-Zeelanders zijn een maatje groter en zwaarder dan de Schotten. Die spelen daarom snel, compact rugby met een hoge balcirculatie. Attractief en opportunistisch. Snijders verdween in augustus als bondscoach na een onduidelijk conflict met de bond. De nieuwe man, Ben Manshanden, kwam van Castricum, de op één na sterkste club van Nederland.

“Het seizoen begon met een jonge spelersgroep”, legt Kummer uit. “Met een nieuwe bondscoach en assistent, een nieuw bondsbestuurslid technische zaken en een technische beleidsmedewerker van het bondsbureau die er ook voor het eerste jaar zat. Er zijn fouten gemaakt. Twee trainingen zijn afgelast, een tegenstander kwam niet opdagen, de voorbereiding voor de interland tegen Andorra was erg slecht.”

“Die signalen dat het niet goed ging, leidden wel tot gesprekken, maar niet tot een oplossing. Duidelijk moet worden wie waarvoor verantwoordelijk is. Alles moet opzij worden gezet voor de kwalificatie in oktober, ook het WK "sevens' (rugby met teams van zeven, red.) deze maand in Schotland, waar Nederland zich verrassend voor plaatste. Maar in maart, april, mei was maar één wedstrijd geregeld. We willen niet pas in augustus beginnen. Het seizoen is vroeg afgelopen. Nu moet je een trainingskamp in, tegen sterke tegenstanders oefenen en op stage in Frankrijk of Engeland.”

“De bond zei "het is een probleem tussen jullie en de coach'. De enige problemen die wij met hem hadden waren wat opmerkingen over zijn onervarenheid. Hij maakte bijvoorbeeld twee maal de opstelling pas op de dag van de wedstrijd bekend. Wij waren anders gewend en vinden dat het eerder kan. Als je verandert, moet je wel uitleggen waarom.”

Dinsdag praten de internationals weer met het bondsbestuur. Kummer pleit er voor om een coach voor langere periode aan te stellen. Manshanden kreeg van de bond een jaarcontract, maar introduceerde wel een nieuw spelpatroon. “Nu zitten wij tussen twee werelden in”, zegt Kummer. De oud-aanvoerder hoopt op één concept, waar iedereen achter staat. “Dat moet de identiteit van Nederland zijn. Je moet niet in de schaduw gaan staan, maar aanvallend spelen. Je moet altijd zorgen dat je iets extra's hebt, zodat teams het leuk vinden om tegen Nederland te spelen en om ons te zien spelen. We moeten meer risico nemen dan de tegenstander. Dat kan op twee manieren. Rugby is optellen en aftrekken. Je kan eerst verdedigers binden in het centrum, en daarna de bal naar de vleugels passen om een overtalsituatie te creëren. Dat was de visie van Snijders. Of je kan, zoals Manshanden wilde, proberen één-op-één-situaties te winnen om een doorbraak forceren.”