Prikkelend moorden

Theaterschrift 3. 225 blz. ƒ 13,00

Het driemaal per jaar verschijnende, viertalige periodiek Theaterschrift bestaat net en wordt uitgegeven door het Nederlandse cultuurcentrum Felix Meritis, het Brusselse Kaaitheater, het Duitse Hebbe-Theater en Theater Am Turm en de Wiener Festwochen. Onder de titel Border Violations, grensschendingen, behandelt de derde en recentste uitgave een interessant onderwerp. "Over risico, geweld & innerlijke noodzaak' luidt de ondertitel: de hamvraag is grofweg of kunst zichzelf beperkingen zou moeten opleggen.

Theaterschrift interviewde de Engelse filmer Peter Greenaway (o.m. The cook, the thief, his wife and her lover) en de Iraans-Amerikaanse theatermaker Reza Abdoh, die in het stuk The law of remains een massamoordenaar "verheerlijkt'. Volgens Abdoh rust er op geweld weliswaar een taboe, maar dat is “volledig onbetrouwbaar omdat de ganse vooruitgang van onze cultuur gebaseerd is op geweld en vernietiging”. En Greenaway zegt: “Ik vind dat alle voldoening gevende kunstwerken per definitie gebieden van gevoeligheid en taboe ingebouwd hebben die de grenzen van de menselijke ervaring naar het uiterste verplaatsen.”

Om verschillende redenen (de maatschappij moet een spiegel worden voorgehouden, geslaagde kunst prikkelt) tonen beide kunstenaars geweld. Hun redeneringen en conclusies kloppen, en hun standpunten worden alleen maar juister naargelang zij de gebruikelijke bezwaren tegen hun werk schetsen. Het protest is altijd fatsoensrakkerig, en slechts ogenschijnlijk rationeel. Bovendien is het kortzichtig, het verzet betreft meestentijds de vorm van de kunst, de artistieke stilering - en niet zozeer de inhoud. Meestentijds is de boodschap van de kunstenaar zo schokkend niet.

Toch roepen beide interviews onbeantwoorde en wellicht onbeantwoordbare vragen op. De film C'est arrivé près de chez vous, die ik onlangs zag, persifleert het toenemende vertoon van geweld in films door extreem geweld te tonen. Dat is in hoge mate paradoxaal, maar niettemin is voor velen de stellingname van de makers (tegen geweld) duidelijk genoeg. Voor mij niet: de vorm die zij hanteren, deze overdaad van geweld, is zo stuitend en weerzinwekkend (misschien wel: zo perfect) dat hun boodschap mij verder worst is.

Tot op grote hoogte voldoet C'est arrivé dus aan de voorwaarden van Greenaway en Abdoh: de film is bepaald prikkelend en weerspiegelt een realiteit. Dat besef ik, maar waarom zie ik dan beelden, die niets anders in mij oproepen dan alleen de gedachte dat ik ze niet wil zien en verontrusting over het feit dat anderen diezelfde beelden kennelijk wel willen zien? Mijn weerzin verhindert ieder ander mogelijk effect. Betekent dit dat ik niks gewend ben en eens wat vaker naar Rambo moet? Of dat C'est arrivé niet zo geslaagd is als beweerd wordt? Dat de regisseurs misschien wel niet deugen? Of dat kunst, prikkelend en weerspiegelend en al, grenzen dient te respecteren? Ook Theaterschrift geeft geen antwoord.