Politieke instabiliteit leidt tot koersval lire

AMSTERDAM, 2 APRIL. De Italiaanse lire kreeg (krijgt) de rekening gepresenteerd van de aanhoudende stroom negatieve berichten over corrupte politici en ondernemers en over het voortmodderende economische beleid.

Ondanks hoge rentetarieven is de lire inmiddels zo'n 30 procent minder waard dan in september 1992, voordat de EMS-crisis uitbrak. Op basis van (cumulatieve) inflatieverschillen met andere landen kan worden gesteld dat de daling van de lire-koers te ver is doorgeschoten. Toch mag niet worden uitgesloten dat een verdere koersdaling in het verschiet ligt, vooral omdat naast economische "fundamentals' vooral vertrouwensfactoren bepalend zijn voor de toekomstige koersvorming. Zo legt de dreigende politieke en economische onbestuurbaarheid van het land een groter gewicht in de schaal, dan de externe concurrentieverhoudingen. Illustratief voor het machteloze economische beleid is de dreigende stijging van het (reeds exorbitant hoge) begrotingstekort, ondanks de ambitieuze begrotingsplannen die de regering kort geleden heeft vastgesteld. Dat de Italiaanse centrale bank te kennen heeft gegeven dat een spoedige terugkeer in het wisselkoersmechanisme van het EMS onwaarschijnlijk is, wekt daarom geen bevreemding.

Het perspectief voor de Spaanse peseta en de Portugese escudo is niet zo somber als voor de lire. Toch mag worden verwacht dat ook deze Zuideuropese munten op termijn wederom onder neerwaartse druk zullen komen. Ondanks twee opeenvolgende devaluaties van de peseta blijft de werkloosheid op een pijnlijk hoog niveau. Of een verdere devaluatie echter produktief is kan worden betwijfeld. Bedacht dient te worden dat het effect van de devaluatie pas na verloop van tijd tot uitdrukking zal komen in de arbeidsmarktstatistieken. Bovendien kan een forse waardevermindering van de munt tot een oplopende inflatie en dito loonstijging leiden, waarmee men terug is bij af. Zouden de Spaanse beleidsmakers niettemin voor deze optie kiezen, dan zal ook de escudo onder sterk neerwaartse druk komen, in verband met de sterke verbondenheid tussen de Spaanse en de Portugese economieën.

In beginsel kampen de Franse beleidsmakers met dezelfde problematiek als de Spaanse: morrend het rentedictaat van de Bundesbank volgen of de "afgang' ondergaan van een devaluatie of zelfs een uittreding uit het EMS. Uitlatingen van de zojuist benoemde ministers over een voortzetting van het "franc fort'-beleid, duiden op een voorkeur voor een Nederlands scenario. Hiermee wordt bedoeld dat een stug vasthouden aan een vaste pariteit met de D-mark uiteindelijk wordt beloond met een lage(re) rente. Een belangrijk aspect van dit scenario is het onafhankelijk maken van de Franse centrale bank. Gelet op de forse daling van de zogenaamde rente-spread in de afgelopen twee weken tussen Franse en Duitse obligaties - van 75 tot 50 basispunten - hechten (buitenlandse) beleggers geloof aan de aanpak en beloftes van de nieuwe regering. De relatieve kracht van de Franse economie (inflatie, betalingsbalans, overheidsfinanciën) duidt op termijn zelfs op een rente a pari aan het Duitse niveau.

De koersontwikkeling van de belangrijkste valuta's buiten Europa tonen een gemengd beeld. De Japanse yen is ten opzichte van de dollar, na een tijdelijke pas op de plaats (onder meer door winstnemingen), gestegen tot nieuwe koershoogten. Gelet op de handelsonevenwichtigheden tussen beide landen is een verdere koersstijging van de Japanse munt aannemelijk, hetgeen vooral door de Amerikaanse autoriteiten met instemming zal worden begroet. Ten opzichte van de Europese valuta's vertoonde de Japanse munt een stabiel koersverloop.

De dollar blijft kwetsbaar: teleurstellende arbeidsmarktcijfers en het uitblijven van een nieuwe verlaging van de Duitse officiële tarieven leidden in de verslagperiode tot een koersdaling van enkele centen.

Bron: Economisch Bureau ING Bank