Poëzie van James Fenton "gecondenseerde verslaggeving'

Lood verscheurt het hart, Ned.1, 22.52-23.23u.

Drie minuten voor het einde van de film lacht James Fenton voor de eerste en enige keer. Dat is eigenlijk al te veel gezegd, het is meer een wrange grijns. In het half uur dat daaraan vooraf ging was al gebleken dat Fenton wel intens, maar niet makkelijk praat. Des te bewonderenswaardiger is het, dat journalist John Albert Jansen erin is geslaagd om een boeiend en indringend portret van hem te maken, dat vanavond wordt uitgezonden onder de titel 'Lood verscheurt het hart'.

Domineeszoon James Fenton publiceerde zijn eerste dichtbundel op 23-jarige leeftijd, in 1972. Hij kreeg daarop een reisbeurs en vertrok daarmee naar Indochina. Als overtuigde Trotskist wilde hij “de overwinning zien”, zoals hij zegt, van de Vietcong en de Rode Khmer. Om in zijn levensonderhoud te voorzien werd hij correspondent en maakte als bijna de enige Westerling de "val' van Saigon mee - of was het de bevrijding? Zijn verslag daarover, dat pas vele jaren later werd gepubliceerd, is opgenomen in zijn bundel All the Wrong Places, in vertaling verschenen als In het Verre Oosten.

Onwillekeurig heeft Fenton zich geschaard in de gelederen van de intellectuelen die met hun geloof in het communisme moeten afrekenen. Anders dan degenen die zich op Oost-Europa richtte heeft hij daar al jaren de tijd voor gehad - en heeft hij er ook indrukwekkende gedichten uit gedestilleerd. De titel van de film is er aan ontleend: Lood verscheurt het hart / Lood verscheurt het brein / Wat in het bloed geschreven werd / Werd later weer gezet / Het hart is een trom / De trom heeft een snaar / De snaar is in het bloed / Het bloed hangt in de lucht / Luister naar wat ze deden / Luister naar wat er komt / Luister naar het bloed / Luister naar de trom.

De mooiste momenten van de film, en dat zijn er gelukkig vele, zijn de opnames van de dichter zelf die zijn werk voordraagt. De gedichten zijn als het ware het decor voor het gesprek op Fentons boerderij vlak buiten Oxford. Die functie wordt nog door de montage versterkt: achter hem spelen zich taferelen af uit de oorlog en het dagelijkse leven in Vietnam en Cambodja en loopt de vertalingen van de gedichten over het scherm, schitterende, soepele vertalingen door Jan Eijkelboom en Peter Verstegen. Deze hedendaagse Europese beelden worden afgewisseld met archiefmateriaal en moderne opnames uit Zuidoost-Azië, dit alles in een tempo gemonteerd dat de dwingende, ritmische cadans van de gedichten nog versterkt.

Poëzie als gecondenseerde verslaggeving, noemt John Albert Jansen het in de film. Met zijn poëzie geeft Fenton literair vorm aan zijn betrokkenheid en tegelijk neemt hij er afstand mee. In een paar zinnen over de Rode Khmer gunt hij ons heel even een blik op zijn vertwijfelde engagement: “Ik wist toen niet hoe onthutsend het resultaat zou zijn. De Rode Khmer werden net zo corrupt als alles wat er daarvoor was geweest. Misschien waren ze altijd al corrupter dan ik dacht.” Pauze. “Maar ik denk het niet.”