Philippe Labro: Quinze ans. Uitg. Gallimard. ...

Philippe Labro: Quinze ans. Uitg. Gallimard. Prijs ƒ 43

Michel Mohrt: On liquide et on s'en va. Uitg. Gallimard. Prijs ƒ 34,40

Suzanne Prou: La maison des champs. Uitg. Grasset. Prijs ƒ 38,-

Bianca Lamblin: Mémoires d'une jeune fille dérangée. Uitg. Balland. Prijsƒ 43,-

Michel del Castillo: Le crime des pères. Uitg. du Seuil. Prijs ƒ 47,30

Philippe Labro schrijft zijn boeken in de ik-vorm en in zijn nieuwe roman Quinze ans is "ik' een vijftienjarige jongen uit het zestiende arrondissement van Parijs in de jaren vijftig, vervuld van zijn eerste liefde. Tijdens een stage voor lycesten bij een krant ontdekt hij dat hij journalist en schrijver wil worden, een vak "waarin je altijd plezier hebt', in tegenstelling tot wat hij van vaders om zich heen ziet. Een nieuweling in de klas, Alexander, - mooi, excentriek, Russisch - schokt en fascineert hem. Als een gunst mag "le type', zoals Alexander hem noemt, bij de in afzondering levende Russische familie aan huis komen, en daar verschijnt de nog mooiere, achttienjarige zuster Anna. Hij wordt meteen verliefd. Als een ware allumeuse wakkert Anna hem aan en houdt hem op afstand. Broer en zuster, die een intieme verhouding hebben, nemen "le type' in vertrouwen, krijgen daar spijt van en verdwijnen.

Quinze ans staat in Frankrijk al weken nr. 1 op de lijst van meest verkochte boeken. Het is een heel mooi verhaal, soms vriendelijk, soms cru, maar nooit sentimenteel, waarin weer opvalt dat Labro zowel uiterlijkheden als intimiteiten met grote vanzelfsprekendheid beschrijft. Zijn truc om vlug een scène te vertellen en daarna omstandig te filosoferen over hoe zo'n scène zich heeft kunnen ontwikkelen, is wel eens wat opzichtig. Maar Labro's thema komt er helder uit naar voren: levenslust en ontluikende liefde zijn voor vijftienjarigen altijd hetzelfde. “...perdu la fraicheur de l'enfance ... pas acquis l'audace de la jeunesse...” En op die leeftijd kijken we nog niet naar waarmee we bezig zijn.”

Philippe Labro: Quinze ans. Uitg. Gallimard. Prijs ƒ 43

Michel Mohrt laat in On liquide et on s'en va een tiental personages praten over "Les Tilleuls', een familiehuis aan de kust van Bretagne. Van de oude generatie leeft alleen nog Mme L'Heritier (een toepasselijke naam), die 's zomers haar familie en hun aanhang in het huis verzamelt. De oude mevrouw sterft plotseling en in de jaren na haar dood raakt het huis in verval. Goede verhoudingen veranderen in verwijten over vroeger en in wantrouwen. Een van de familieleden koopt het langzaamaan leeggehaalde huis, de anderen verdwijnen, ze kunnen de kaalgesnoeide lindenlaan niet aanzien. Deze "sotie' ("satire allégorique dialoguée', zoals de achterflap uitlegt) is geheel in dialoogvorm geschreven. Venijnig en met flitsende grappen (bijna als in een Engelse roman) beheerst de oude mevrouw de conversatie. Ondertussen hoort de lezer van alles over de familie, die onbehagen en niet vervulde verwachtingen onderling afreageert.

Michel Mohrt laat de onderliggende valsheid op meesterlijke manier door de schijnbaar aimabele woorden heen klinken. Beschrijvende franje laat hij achterwege. Eén van de hoofdpersonen, een schrijver, zegt: “ik zou het liefst een boek schrijven als een strip, alleen maar balonnetjes met woorden uit monden.” Mohrt heeft een prachtig zintuig voor het hedendaagse taalgebruik waarin zich een manier van leven spiegelt.

Michel Mohrt: On liquide et on s'en va. Uitg. Gallimard. Prijs ƒ 34,40

Ook in La maison des champs, Suzanne Prou's laatste roman, speelt een huis een grote rol, maar nu draait het om een twintig jaar geleden gekocht vakantiehuisje bij Fontainebleau. Daarheen trekken ieder weekend Anne, Simon en hun meestal onwillige dochter. Prou beschrijft minutieus hoe dat huis in de loop der jaren verandert in een waar paradijsje. Maar hun leven met de huisidylle wordt verstoord door een verlammende ziekte van Simon. Annes zorg en liefde voor Simon gaan nu lijken op de zorg en aandacht die zij voor het huis hadden. Simon verandert van partner in troetelkind. Na Simons dood wordt het huis verkocht. Anne sluit beiden in haar hart, want "les maisons aussi peuvent mourir'.

Door haar onbewogen, zelfs wel eens zuinige manier van schrijven over tragische gebeurtenissen creëert Suzanne Prou een grote afstand tussen het verhaal en de emotionele reacties erop. Om het koel waargenomene komt iets raadselachtigs te hangen. Maar door gebrek aan variatie, is deze roman toch wat karig uitgevallen.

Suzanne Prou: La maison des champs. Uitg. Grasset. Prijs ƒ 38,-

Bianca Lamblin beschrijft haar relaties met Simone de Beauvoir en Sartre in Mémoires d'une jeune fille dérangée, een variatie op de Beauvoirs Mémoires d'une jeune fille rangée. Als meisje van zeventien vormde Lamblin in de jaren 1939 en 1940 een "trio' met de twee schrijvers. Zij had hen eens op een bankje in de Jardin de Luxembourg laten zweren in hun boeken nooit haar identiteit prijs te geven. Deirdre Bair heeft dat in haar biografie over de Beauvoir wèl gedaan: Louise Védrine is Bianca Lamblin, dat had Simone haar kennelijk verteld. Toen Lamblin in de postuum verschenen Lettres à Sartre van de Beauvoir las hoe denigrerend en onvriendschappelijk het paar over haar dacht, besloot zij na vijftig jaar haar eigen verhaal te vertellen.

De breuk met Sartre en het stilzwijgen daarna van Simone schokten het overgevoelige, dwepende meisje zeer. Zij voelde zich verraden in het ideaal dat het paar haar had voorgespiegeld om "à trois' te leven en te beminnen.

Door de oorlog volgde een impasse. De van origine Pools-joodse Lamblin vluchtte met haar ouders en haar man - zij was kort daarvoor met een studievriend getrouwd - naar de Vercors in het toen nog vrije Frankrijk.

Om haar trauma en depressies kwijt te raken zocht Bianca na de oorlog weer contact met De Beauvoir. De meer afstandelijk geworden vriendschap duurde tot aan Simones dood. Onderliggende rancune en jaloezie bespraken ze niet.

Lamblin spuit haar woede over de hyprocrisie en de valse voorstelling van wat er gebeurde in een meeslepend en intelligent "document'. Zij combineert haar eigen herinneringen met wat er, vooral door Simone de Beauvoir, al geschreven was.

Zelf heeft ze zeker ook geëxalteerde kanten. Zo verbrandt ze in het bijzijn van haar man en vrienden haar brieven van Sartre. Maar ze heeft ook oog voor de exotische aantrekkingskracht die ze als on-Frans en bijzonder intelligent meisje had op het bohemien paar, dat burgerlijker was dan het zich voordeed. Ze wantrouwt haar eigen heftige emoties van vroeger echter niet genoeg, waardoor het boek wel eens op het randje van rancune en egocentrisme balanceert. Maar larmoyant is het niet.

Bianca Lamblin: Mémoires d'une jeune fille dérangée. Uitg. Balland. Prijsƒ 43,-

De Frans/Spaanse schrijver Michel del Castillo kiest vaak situaties, waarin hij zijn herinneringen aan zijn kindertijd tijdens de Spaanse burgeroorlog of zijn belevenissen in Spanje na de oorlog kan verwerken. Le crime des pères speelt zich af in de Catalaanse stad Huesca, waar de timide en angstige adolescent Miguel (zijn vader is naar Frankrijk verdwenen, zijn moeder, een verzetsstrijdster in de burgeroorlog, is al jaren zoek) na veel omzwervingen terecht komt in het gezin van Antón.

Antón is oud-Francostrijder, heeft vele liquidaties verricht en is nog steeds geobsedeerd door oude idealen. Achter de facade van stoerheid loert paniek. Miguel hoort de gruwelijke verhalen aan zonder ze tot zich te laten doordringen - dan zou deze nieuwe vaderfiguur immers geen bescherming meer bieden. Hij leeft in zijn eigen fantasiewereld. Antón voelt daar een bedreiging in en verstoot Miguel, die naar Frankrijk vertrekt.

Het boek begint met "Je n'aime pas l'Espagne, je déteste les Espagnols'. Aan het eind, veertig jaar later, heeft Miguel die haat overwonnen en daarmee ook die tegen zijn eigen "Spaansheid'. Hij heeft inzicht gekregen in het ware verhaal achter zijn fantasie en angsten en Franse douceur verzoend met Spaanse hardheid.

Del Castillo vertelt de navrante geschiedenis van de naoorlogse gemeenschap van oud-Francostrijders, socialisten en hun vijandschappen op heldere en doordringende manier. Maar er verschijnt iets stugs in de stijl, als hij het geworstel van de ik-figuur om achter zijn eigen motieven te komen verbeeldt. Dat iedere nuance met telkens weer andere woorden wordt weergegeven, wordt soms wat veel.

Michel del Castillo: Le crime des pères. Uitg. du Seuil. Prijs ƒ 47,30