Noord-Korea in de beklaagdenbank voor de V-raad

Voor het eerst in de geschiedenis van het Non-proliferatieverdrag voor kernwapens (NPV) heeft het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) gisteren een van zijn lidstaten in de beklaagdenbank van de Verenigde Naties gezet. Het bestuur van het agentschap, een VN-organisatie, besloot zijn hardnekkige geschil met Noord-Korea voor te leggen aan de Veiligheidsraad.

Noord-Korea weigert al geruime tijd toestemming te geven voor inspecties van het IAEA in twee militaire installaties op een complex nabij de stad Yongbyon, ten noorden van de hoofdstad Pyongyang, die mogelijk verband houden met een geheim kernwapenprogramma.

“Wij hebben redenen om aan te nemen dat zich daar een hoeveelheid plutonium bevindt die wij niet hebben gezien of onderzocht”, zei de directeur-generaal van het IAEA, dr. Hans Blix, gisteren in Wenen. Aanwijzingen daarvoor werden gevonden door metingen en het onderzoek van monsters radio-actief materiaal die inspecteurs van het IAEA in Noord-Korea hadden genomen.

Op 12 maart had de regering in Pyongyang al aangekondigd het NPV op te zeggen, uit protest tegen de internationale pogingen om een speciale inspectie van het IAEA af te dwingen en als “zelfverdedigingsmaatregel tegen de nucleaire manoeuvres van de Verenigde Staten en de onjuiste acties van sommige functionarissen van het Atoomenergie Agentschap (IAEA).”

Voor die opzegging geldt echter een termijn van drie maanden, waarbinnen Noord-Korea nog gebonden is aan de bilaterale, zogeheten safeguard-overeenkomst met het IAEA, die het agentschap recht geeft op alle inspecties die het nodig acht en Noord-Korea verplicht tot aangifte van alle nucleaire installaties binnen zijn grenzen en alle aanwezige splijtstof of grondstoffen daarvoor. Gisteren concludeerde het IAEA-bestuur in een resolutie dat Noord-Korea die overeenkomst heeft geschonden. Blix zal volgende week in New York een gedetailleerd rapport aan de Veiligheidsraad uitbrengen. Het IAEA kan geen maatregelen tegen een onwillige lidstaat nemen, maar de Veiligheidsraad wèl, zoals in 1991 met Irak is gebleken.

Anders dan in Irak hebben de inspecteurs in Noord-Korea zelf ontdekt dat er meer nucleair materiaal in het land aanwezig moet zijn dan officieel was opgegeven. De inspecteurs worden echter niet toegelaten in Yongbyon. Bij het sluiten van de safeguard-overeenkomst, nog geen jaar geleden, bleek dat het land over veel meer nucleaire installaties beschikte dan tot dan toe bekend was. Behalve een kleine onderzoeksreactor van Sovjet-ontwerp die het IAEA al eerder onder inspectie had en die sinds 1965 plutionium heeft geproduceerd, zijn er nog drie kleine reactoren waarvan één met experimentele functie die door Noord-Korea zelf is gebouwd. Verder heeft Noord-Korea twee kernreactoren, met een capaciteit van respectievelijk 50 en 200 megawatt in aanbouw. Noord-Korea geeft het bezit van plutonium toe, maar dat zou slechts voor "onderzoeksdoeleinden' gebruikt worden en niet in een kernbom. Ook zijn installaties voor de fabricage van splijtstofelementen en voor opwerking van bestraalde splijtstof in werking. Noord-Korea beschikt over eigen uraniummijnen en twee fabrieken voor het verrijken van uranium. Behalve plutonium kan ook hoogverrijkt uranium dienen om een kernwapen te maken. Noord-Korea beschikt daarmee over een indrukwekkend kernenergieprogramma met tal van potentiële mogelijkheden voor militair misbruik.

Al deze activiteiten stonden sinds mei vorig jaar onder controle van het Weense atoombureau. Door de opzegging van het NPV zou de inspectie weer vervallen. Noord-Korea wil over die opzegging nog wel nader overleggen, omdat het inziet dat internationale isolatie politiek gezien onaantrekkelijk is. Maar als voorwaarde stelt het land dat de Amerikanen hun kernwapens uit het gebied zouden moeten terugtrekken en dat het IAEA een toontje lager zingt.

Voor de Veiligheidsraad zijn dat onmogelijke condities. In New York zullen nu pogingen in het werk worden gesteld om Noord-Korea binnen het NPV te houden. Binnen de opzegtermijn, die op 12 juni afloopt, kunnen op grond van de verplichtingen die Noord-Korea door het lidmaatschap van het NPV is aangegaan, nog sancties tegen de regering in Pyonyang worden genomen. Volgens juridische deskundigen kunnen die sancties daarna worden voortgezet, zij het dat ze dan een meer politiek karakter krijgen. Het meest voor de hand liggen maatregelen om Noord-Korea af te snijden van alle toevoer van nucleair en technisch materiaal, al is het de vraag of het daarvoor niet al te laat is. Een tweede mogelijkheid is de afkondiging van verdergaande economische en politieke sancties, waarbij aan het IAEA speciale volmachten worden verleend.

Het is sterk de vraag of een zelfde internationale eengezindheid als tegen Irak kan ontstaan om Noord-Korea in de houding te zetten. China, een van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, stemde gisteren in het IAEA-bestuur tegen de resolutie over Noord-Korea. In de Veiligheidsraad kan China door gebruikmaking van zijn vetorecht besluiten voor sancties of militaire actie tegen Noord-Korea tegenhouden.