Niemand weet hoe het volleybalteam eruit ziet

AMSTELVEEN, 2 APRIL. Woensdagmiddag in de Amstelveense Bankrashal. De nationale volleybalselectie traint. Daar waar jarenlang Zwerver, Selinger en hun teammaten de plinten uit de vloer sloegen lopen nu vijf spelers een beetje verloren rond. De interim-bondscoach, de Chinees Pang, heeft de leiding. De zaal is voor vier uren beschikbaar, maar na anderhalf uur wordt er al opgebroken.

De opkomst bij de twee centrale trainingen per week is matig. De spelers die zijn uitgenodigd zijn nog in competitie met hun clubs en hebben ook nog hun werk of studie. Toch is april inmiddels aangebroken en aan het einde van deze maand begint de internationale toernooienreeks voor Nederland, achtereenvolgens Bonn, Haarlem, Näfels en op 14 mei is de start van de World League. In september staat het Europees kampioenschap op het programma.

De vraag is wie er straks voor Oranje op het veld zullen staan. Pang weet het niet. Niemand weet het. Het probleem van de Nederlandse Volleybal Bond (NeVoBo) is bekend. Er zijn als opvolgers van Nationale Nederlanden (mannen) en Ginsana (vrouwen) nog steeds geen nieuwe hoofdsponsors (het liefst voor in totaal zo'n 2,5 miljoen gulden) gevonden. Dus is er geen geld en dus kunnen alle mooie plannen niet worden verwezenlijkt.

Het team dat straks Nederland op de toernooien vertegenwoordigt zou een mixure van in het buitenland spelende profs en talenten uit de eigen competitie moeten zijn. Daar hoeft Oranje zich internationaal echt niet voor te schamen. Bijna alle zilveren Barcelona-gangers hebben in januari verkondigd nog steeds voor de nationale ploeg te willen uitkomen. Alleen Posthuma heeft definitief bedankt, Teffer gaat langdurig op vakantie en op Boudrie en Selinger werd geen beroep meer gedaan.

Ron Zwerver zou bijvoorbeeld na een maand rust na de zware competitie in Italië rondom 1 juni beschikbaar kunnen zijn voor Oranje. Zo heeft iedereen zijn termijn. Grabert en Van der Horst, inmiddels uitgespeeld in Italië en Duitsland, zouden zelfs al vanaf het eerste toernooi kunnen meedoen. Het is nu alleen afwachten of de spelers genoegen nemen met de aanbieding die de NeVoBo hun zal doen. In ieder geval zullen de primaire zaken moeten worden geregeld, zoals verzekering, reis- en verblijfskosten en eventueel huisvesting. Volgens penningmeester Johan de Wild is er op dat gebied “wel wat mogelijk”. Zwerver wijst er echter op dat alleen zijn verzekeringspremie al “een gigantisch bedrag” is.

De Wild heeft uit de eigen begroting van de bond en overheidsgeld ongeveer zes ton voor het topvolleybal ter beschikking, de ene helft is voor de vrouwen en de andere helft voor de mannen, plus de bijdrage van een aantal kleine sponsors. Een groot deel van het bedrag is al uitgegeven aan de na Barcelona doorlopende contracten van de spelers Boudrie, Van Ree, De Reus en Avital Selinger.

De NeVoBo zal misschien kunnen profiteren van het feit dat er voor een aantal internationals andere zaken dan het verdedigen van het landsbelang zullen meetellen. Voor sommige volleyballers zijn de World League en het EK een goede gelegenheid om de aandacht van nieuwe kandidaat-clubs te trekken. Grabert, als enige "Italiaan' niet geselecteerd voor de Olympische Spelen, zegt zich “nog één keer met de absolute top te willen meten”.

In de World League, deze keer met een totale prijzenpot van 3,5 miljoen dollar, kunnen de spelers bovendien het nodige geld verdienen. Elke gewonnen wedstrijd levert dollars op. Nederland haalde in de drie voorgaande edities van de World League de finale. Dit jaar lijkt gezien de voorbereiding (of eigenlijk géén voorbereiding) en de poule-indeling met China, Cuba en Italië de kans daarop veel minder groot. Penningmeester De Wild is niet van plan om veel van het prijzengeld dat Oranje zal winnen naar de bondskas te laten vloeien. Hij vindt dat de spelers die straks voor een appel en een ei komen spelen recht hebben op het grootste deel van de buit. In verleden werd er een verdeelsleutel van 75 procent voor de spelers en 25 procent voor de bond gehanteerd.

Op financieel gebied is de World League niet helemaal ongevaarlijk voor de volleybalbond. De NeVoBo heeft grote en dure zalen (Ahoy', Maaspoort, Sporthallen Zuid en Houtrust Sport) voor de thuiswedstrijden afgehuurd, maar de interesse van het publiek zal in de huidige situatie stukken minder zijn dan voor Barcelona. De bond zal in ieder geval met een shirtsponsor voor de periode van de League verschijnen. Die geldschieter is verzekerd van minstens tien uur televisie. Met behulp van ex-voorzitter Piet de Bruin kreeg de NeVoBo een maand uitstel om de financiële zaken te regelen. Op 15 april moet alles bij de organisatie van de World League binnen zijn.

Inmiddels wachten de internationals op bericht van de bond. Rob Grabert en zijn vereniging Schio vroegen zelf per fax opheldering. Deze week kreeg de Nederlander te horen dat hij op 19 april wordt verwacht. Hij reist zondag naar huis. Hier hoopt hij meer te horen over de plannen en mogelijkheden. Vedette Zwerver wil nog steeds “dolgraag” voor Oranje spelen. “Maar ik moet natuurlijk geen geld hoeven mee te nemen.” Zwerver heeft nog een duidelijke eis. Hij wil dat Joop Alberda als bondscoach wordt aangesteld. “Anders speel ik helemaal niet.” De topaanvaller vindt dat het alleen met Pang niet kan.

De genoemde Alberda heeft tot nu toe de contacten met de spelers in het buitenland onderhouden. Hij werkte in het verleden als coach van Jong Oranje en de club Animo met bijna alle Nederlandse profs. Bij de meesten is hij erg populair. Alberda fungeerde drie maanden als technisch adviseur van de bond. Nu heeft hij geen verbintenis meer. Hij is voorbestemd als de nieuwe bondscoach, maar door de financiële problemen kan hij niet worden aangesteld. De NeVoBo wil Alberda in welke hoedanigheid dan ook bij het nationale team blijven betrekken. De Fries heeft echter tijdgebrek. Hij is adjunct-directeur van de universitaire sportafdeling in Groningen en kan die baan op dit moment niet opgeven ten behoeve van het straatarme volleybal.

Alberda stelt zelf voor de hulp van de 170.000 leden van de volleybalbond in te roepen om zo aan het benodigde geld te komen. “Met vijf gulden per lid heb je bijna een miljoen. Desnoods laat je Lubbers en Zwerver zo'n actie leiden. Lubbers stond in Barcelona ook vooraan.”

Penningmeester Johan de Wild sluit het niet uit dat er inderdaad een beroep op alle Nederlandse volleyballers zal worden gedaan. Nóg een keer, want een deel van de schuld van 900.000 gulden die de NeVoBo verleden jaar door het topvolleybal onder het oude bestuur opliep werd door de districten vereffend. De Wild wil deze keer echter niet de besturen, maar de leden persoonlijk aanspreken. Hij verwacht dat hierover half april concrete plannen naar buiten zullen worden gebracht.

Dat is betrekkelijk laat. Want de tijd dringt. “Ja”, geeft De Wild toe, “maar steeds denk je: we vinden er nog één.” En met één bedoelt hij een grote sponsor. Volgende week heeft De Wild weer een gesprek met een “potentiële kandidaat”. Volgens Kasper Lenz van Beamont Bennett, het bureau dat de NeVoBo sinds vorig jaar december met zoeken helpt, ziet het “er erg rooskleurig uit”. Maar die positieve geluiden zijn er in de afgelopen maanden wel meer geweest.