Neoprotectionisme?

Vanouds denken economen verschillend over de vraag hoe je een economie het beste kunt laten presteren. We kennen de klassiek liberale benadering: handen thuis; hoe minder we ons ermee bemoeien, hoe beter het gaat. Laat de markten het werk doen. Niet alleen op het nationale vlak, maar ook in de internationale handel, waar de klassiek-liberalen voorstanders zijn van free trade.

De iets minder klassiek-liberale variant erkent dat markten niet feilloos werken. Ze laat een overheid toe die de onvolkomenheden van de markt corrigeert.

Tegenover deze liberale varianten staan degenen die een stuk minder vertrouwen hebben in de ordescheppende werking van de marktkrachten. Zij propageren een actief overheidsbeleid waarbij de markt vaak zelfs wordt uitgeschakeld. Bij de internationale handel hebben zij het over fair trade en over managed trade. In de loop van de tijd zien we hoe in een land nu eens de eerste en dan weer de tweede benadering de beste papieren heeft.

In de Verenigde Staten stond onder Reagan en Bush het economisch beleid onder invloed van de "handen thuis'-economen. De "Chicago school' mocht het zeggen: houd de overheid klein, geef de markt de ruimte. De Republikeinse VS-presidenten waren de kampioenen van de vrije internationale handel en de motoren achter het handelsoverleg in het kader van de Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT). Omdat het zo slecht ging met de VS-economie, vroegen landbouw en industrie met regelmaat om de bescherming van hun markten. Beide presidenten torpedeerden voorgenomen protectiemaatregelen met hun veto. Wat overigens niet wegneemt dat ook onder Republikeins bewind werd opgetreden tegen landen die volgens de VS hun markten onvoldoende openstelden.

Sinds Bill Clinton aan het regeren is, waait er een andere wind. Clinton heeft zich omgeven met economen van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en die kijken heel anders tegen de economie aan dan hun collega's in Chicago. Zij geloven in een Keynesiaanse begrotingspolitiek om de conjunctuur te stabiliseren en in managed trade. De markt is uit; overheidsingrijpen is in.

Belangrijke spelers in het spel zijn Laura Tyson als voorzitter van de Raad voor Economisch Advies en Micky Kantor, de nieuwe handelsvertegenwoordiger. Met name Tyson heeft zich in woord en geschrift kritisch uitgelaten over de klassieke vrijhandelsgedachte. Het probleem daarmee is volgens haar dat de strikte toepassing van die gedachte je geen handvat geeft om protectionistische landen aan te pakken. Daarmee was ze al snel ingedeeld bij de "anti-vrijhandelaars' en protectionisten. Haar standpunten verdienen een wat subtielere beschouwing, maar zo gaat het nu eenmaal in de politiek. Wie niet voor is, is tegen.

De nieuwe aanpak richt zich op een agressieve manier tot de tegenpartij. Het beleid is erop gericht buitenlandse markten open te breken voor de Amerikaanse export. In naam van de vrije wereldhandel wordt de tegenpartij gelast te stoppen met beschermende praktijken. Daaraan wordt het dreigement toegevoegd dat bij niet toegeven binnen bepaalde tijd tegenacties mogen worden verwacht. De resultaten daarvan kunnen we dagelijks in de kranten lezen: "VS stellen sancties tegen EG week uit', "Clinton haalt hard uit naar Japan'.

Inmiddels is de EG te kennen gegeven dat ze moet stoppen de Airbus-produktie te bevoordelen met subsidies. Gedreigd is EG-ondernemingen uit te sluiten van Amerikaanse overheidsopdrachten. Een reactie overigens op de EG-regels betreffende overheidsopdrachten, die volgens de VS niet liberaal genoeg zijn. De VS heeft een invoerheffing op Europese staalprodukten gelegd. Japan is meegedeeld dat het z'n belofte waar moet maken meer chips in te voeren. De handelsovereenkomst tussen Canada, Mexico en de VS (Nafta) wordt opnieuw bekeken omdat vakbonden en milieugroeperingen in de VS er ongelukkig mee zijn. En door al het bilateraal geharrewar is er nauwelijks tijd en animo om het multilaterale Gatt-akkoord na zeven jaar eindelijk eens af te ronden.

De nieuwe benadering roept een aantal vragen op. Gaat het Clinton en zijn medestrijders werkelijk om het openen van te veel afgeschermde markten? En lopen ze misschien uit onervarenheid iets te ruw door de porseleinkast? In dat geval heeft het dreigen de bedoeling iets van de tegenpartij gedaan te krijgen. Geeft deze toe en schaft zij bepaalde handelsbelemmeringen af, dan is dat goed voor de vrije wereldhandel.

Maar waarschijnlijker is het dat het volgende spelletje wordt gespeeld: je stelt - dreigend met tegenmaatregelen - een aantal eisen aan de tegenpartij, waarvan je weet dat deze er niet aan tegemoet kan komen. De tegenpartij blijft in gebreke en jij kunt de aangekondigde maatregel nemen om op die manier jouw thuismarkt af te schermen. Maar daar blijft het dan niet bij. De andere partij zal op zijn beurt tegenmaatregelen nemen. Voor we het weten zitten we in een heilloze spiraal van protectiemaatregelen die de wereldhandel beschadigen. En een sterk krimpende internationale handel brengt een mogelijke depressie dichterbij.