Nederlands bedrijfsleven ruikt nieuwe kansen in oplevend Vietnam

DEN HAAG/HO CHI MINH STAD, 2 APRIL. Na herhaaldelijk aandringen van de kleine groep Nederlandse ondernemers in Vietnam wordt nu haast gemaakt met plannen om weer een eigen Nederlandse vertegenwoordiging in Hanoi te krijgen. In 1988 ging de ambassade dicht wegens "verschoven prioriteiten'. Het Nederlandse bedrijfsleven ziet grote kansen in Vietnam nu het land bezig is aan de wederopbouw.

Na Taiwan en Hongkong is Nederland de derde investeerder in Vietnam met een bedrag van 500 miljoen gulden op een totaal van zes miljard aan buitenlandse investeringen in het land. De grootste investeringen zijn gedaan door Heineken, die een brouwerij bouwt aan de rand van Ho Chi Minh Stad (eerste fase 100 miljoen gulden) en door Shell in de omgeving van Vung Tau.

De Nederlandse activiteiten in Vietnam groeien gestaag. Deze week heeft de KLM een nieuw kantoor geopend in Ho Chi Minh Stad (het vroegere Saigon) en is de vliegmaatschappij begonnen aan een wekelijkse lijndienst vanuit Amsterdam via Kuala Lumpur. Op 10 juni wordt het kantoor van ABN Amro geopend. ING en Rabo zijn al vertegenwoordigd. Shell is teruggekeerd nadat het kantoor in 1975 werd gesloten en ook Akzo Pharma doet al bijna twee jaar goede zaken, met name in het opzetten van programma's voor geboortebeperking. Vanaf 3 juni zal de Rotterdamse Kamer van Koophandel in Ho Chi Minh Stad vertegenwoordigd zijn. In het najaar gaat opnieuw een Nederlandse handelsmissie naar het land. Vorig jaar bezocht staatssecretaris Van Rooy het land.

“Het was pionieren om een joint venture met de gemeente Ho Chi Minh Stad te beginnen, anderhalf jaar geleden”, zegt Alexander Kiljan van Heuven, directeur van de Vietnam Brewery Company, waarin Heineken participeert. “Maar op 1 september komt ons eigen bier uit de pomp, eerst nog Tiger-bier en straks ook Heineken met een jaarlijkse productie van 300.000 tot 500.000 hectoliter. We hadden kunnen wachten tot het Amerikaanse embargo is opgeheven, dat was misschien veiliger geweest. Maar als multinationale maatschappij konden we een risico nemen. Als je hier niet bereid bent dat te doen, dan kan je beter wegblijven. Je moet voor de kudde uit zijn. Dit land, dat zuinig is op zijn buitenlandse valuta, wil zelf produceren en kapitaal aantrekken.”

Kiljan van Heuven heeft samen met vier andere Nederlanders gezorgd dat Vietnamese ingenieurs werden bijgeschoold om de bouw van de fabriek zelf uit te voeren. Tekeningen voor het ingewikkelde procedé worden in Vietnam gemaakt en in Nederland gecontroleerd. Thans worden 600 mannen en vrouwen opgeleid voor het werk in de fabriek.

“De grootste verwondering van de Vietnamezen was misschien dat wij als Europeanen niet waren gekomen om hen te belazeren. Je moet niet te eigenzinnig zijn en hen er van het begin af aan bij betrekken. Er is ook een flink aantal goudzoekers uit andere Aziatische landen afgekomen op de opleving van de economie hier. Zij werken zonder papieren en zijn niet betrouwbaar. Soms vertrekken ze plotseling met grote schulden”, aldus Kiljan van Heuven.

Ook Akzo Pharma is weer terug in Vietnam. Het bedrijf had in Vietnam van 1968 tot 1975 een fabriek om medicijnen te maken. In 1975, toen het Zuidvietnamese regime ineenstortte en de Amerikanen gedwongen waren te vertrekken, moest het bedrijf de vestiging opgeven. Nu is Edward Lysen namens het bedrijf al weer bijna twee jaar ter plekke. “Je loopt hier tegen een grote bureaucratie op. Bijna alle zaken moeten via de staat geregeld worden. Er zijn allerlei wetten en verboden en ambtenaren moeten soms wennen aan het idee dat zij mondjesmaat hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Maar nog steeds heerst de angst dat een hoger geplaatste een beslissing terugdraait”, aldus Lysen. “Binnenkomende faxen voor ons bedrijf worden nog steeds gekopieerd op het postkantoor en het is niet altijd duidelijk wie die opdracht geeft.”

“Het hervormingsproces gaat hard”, zegt Lysen. De economie dwingt ook politieke vrijheden af. We laten cursussen geven en Vietnamezen krijgen de kans om zelf de resultaten met onze medicijnen te analyseren. Maar je moet ze niet proberen te beïnvloeden. Het is de kunst om het ze zelf te laten uitvinden. De Vietnamezen willen gezamenlijke fabriekjes opzetten. Maar Organon in Oss produceert in één dag wat hier in een jaar aan pillen voor anticonceptie nodig is. Je moet dus goed kijken wat loont en zo ver zijn we nog niet”, aldus Lysen.

De directeur van het VN bureau voor industriële ontwikkeling (Unido) voor Vietnam, Michiel Meixner, verwacht dat het land meer tijd nodig heeft voor ontwikkeling dan werd gedacht. Voor het jaar 2000 wil Vietnam het inkomen per hoofd van de bevolking (68 miljoen) vergroten van 200 dollar tot 500 dollar. Als het Amerikaanse embargo straks afloopt, kan het land over fondsen beschikken van de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds. Met andere hulpverlening kan dat bedrag oplopen tot meer dan 6 miljard dollar tegen het einde van de eeuw. Maar om de infrastructuur te verbeteren heeft Vietnam 20 miljard dollar nodig, zo zei Meixner onlangs in een interview met het persbureau Reuter.

Vietnam kan wel profiteren van haar rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen als olie, steenkool, witte steenkool, ijzererts, bauxiet, tin, goud en edelstenen. Het land heeft een van de grootste voorraden fosfaat ter wereld, dat kan worden gebruikt voor de produktie van kunstmest. Van een importerend land is Vietnam een exporteur van rijst geworden, al is de kwaliteit nog onvoldoende om echt concurrerend te zijn op de wereldmarkt. Ook visprodukten, koffie en thee worden geëxporteerd.

Pas als de Amerikanen het embargo opheffen, kan de economie sneller aantrekken (de groei bedraagt thans 6 procent per jaar). De eis van de VS voor definitieve opheffing van het embargo - de gelegenheid krijgen te onderzoeken of er nog Amerikaanse krijgsgevangenen in Vietnam in leven zijn en gegevens los te krijgen over het lot van vermiste Amerikanen - lijkt te worden ingewilligd door de Vietnamese regering. De Vietnamezen hebben haast. Een Vietnamese generaal, bij de onderhandelingen betrokken, zegt: “Amerika kan het zich permitteren wat guller tegen ons te zijn nu het zelf, op zijn beurt, de Koude Oorlog heeft gewonnen.”