Mijn lezers zijn het grootste leger ter wereld; Gesprek met de Servische schrijver Milorad Pavic

“Het is zo vervelend van de eerste tot de laatste pagina te lezen, van de wieg tot het graf,” zegt de Servische schrijver Milorad Pavic. Zijn boeken kunnen verticaal of horizontaal gelezen worden, of van het einde naar het midden. Pavic vindt dat zijn boeken een goed doel dienen. “Mijn lezers voelen zich gedwongen zich in oorlogstijd met cultuur bezig te houden. Zonder hen bestaan er niets dan wreedheden.”

Milorad Pavic: Landschap geschilderd met thee. Uitg. Bert Bakker, 331 blz. Prijs ƒ 49,50. Later dit jaar verschijnt bij dezelfde uitgeverij De Binnenkant van de wind. Het Chazaars woordenboek ligt bij Van Gennep in de ramsj.

Waarop de Servische schrijver Milorad Pavic trots is: op de rij buitenlandse vertalingen van zijn werk. In een kastje in zijn elegante flat in het centrum van Belgrado - de vervallen voorgevel van het gebouw doet zo'n elegantie niet vermoeden - heeft hij ze netjes naast elkaar gezet: 25 van Het Chazaars woordenboek, elf van Landschap geschilderd met thee en drie van De Binnenkant van de wind.

Trots is hij ook op zijn lidmaatschap van de "koninklijke raad' van de Servische kroonpretendent Aleksandar: “Een renaissance van de monarchie van de familie Karadjordjevic zou een goede stap zijn, in de traditie van het Servische volk. Kijk maar naar Spanje, hoe de monarchie daar boven de partijen staat. En onze koninklijke familie is aan de meeste andere in Europa vermaagschapt, dat weet u. Er bestaan vriendschappelijke, diplomatieke relaties.”

Wat Milorad Pavic (geboren in 1929 in Belgrado) ergert: dat de rest van de wereld zich niet actiever heeft bemoeid met de Servische binnenlandse politiek. “Niemand heeft de Servische oppositie en mijn schoolvriend Milan Panic bijgestaan, het is niet te geloven. Een hele natie wordt nu verantwoordelijk gesteld voor de wreedheden van de oorlog. Men krijgt de indruk dat Slobodan Milosevic de favoriete gespreksgenoot is van de wereld.” Dat door de sancties het vliegveld van Belgrado gesloten is en je vanuit Belgrado nu eerst met de bus naar Boedapest moet voordat je het vliegtuig kunt nemen: “Ik denk er niet aan, zeven uur in de bus. Ik zie af van de uitnodigingen uit het buitenland.”

“Tijdens mijn avondwandeling gisteren kwam er een man op me af, die me Het Chazaars Woordenboek overhandigde, zowel de mannelijke als de vrouwelijke versie. Hij wilde een handtekening, en zei daarna: "Toch vind ik het niet prettig dat u dit boek hebt geschreven, want het noodlot van ons Serviërs staat erin'.” Is dat waar, is de geschiedenis van het Chazaarse rijk - dat van de zevende tot de tiende eeuw tussen de Kaspische en de Zwarte zee bestond maar tenslotte, zoals Pavic zegt, “ten onder ging aan zijn religieuze verdraagzaamheid” - een profetie voor het Servische volk?

“Veel mensen hebben gedacht dat ik de Serviërs beschreef,” zegt Servië's grootste levende romancier glimlachend. “In Slovenië heeft men daarentegen gedacht dat ik op de situatie van de Slovenen doelde. In Israël heeft men begrepen dat het over de joden ging. En in Frankrijk concludeerde men: wij zijn allen Chazaren. De vrees voor de bedreiging, voor de etnische verdwijning bestaat overal, is archetypisch. Sommigen nemen mij kwalijk dat ik dat zo aan de orde stel. Men moet niet de spiegel beschuldigen, maar de mondiale realiteit.”

Stommeriken

Over de oorlog. “De oorlog maakt van ons allen stommeriken. Dat is een normaal gegeven, in deze abnormale situatie. Wat zich afspeelt is net als in 1941 een religieuze strijd: één taalgebied verdeeld in drie religies. Ik was dertien toen de vorige oorlog ophield. Ik kan me dat nog wel herinneren, die verschrikkingen van het elkaar dood maken. Net als toen heeft iedereen het hoofd verloren. Het is voor een schrijver moeilijk om in zo'n atmosfeer te spreken. Iedereen spreekt alleen maar over de oorlog. Volgens de Franse kritiek is mijn roman De Binnenkant van de wind een getrouwe transpositie van wat er nu gebeurt in Bosnië, in Kroatië. Gelukkig maar, dat ontslaat me van de plicht thans over de oorlog te schrijven.

“Naar mijn mening is de cultuur van een volk ouder dan een staat, kijk maar naar de joden, die duizenden jaren hun cultuur hebben bewaard. Mijn uitgevers zeggen mij, dat het getal mijner lezers groter is dan enig leger der wereld. In De binnenkant van de wind bouwt mijn zeventiende-eeuwse held tijdens de oorlog kerken. Mijn lezers doen hetzelfde, zij voelen zich gedwongen zich in oorlogstijd met cultuur bezig te houden. Zij vormen een geweldig leger voor de vrede. Zonder hen bestaan er niets dan wreedheden en het gevaar het hoofd te verliezen in de oorlog.”

Pavic' roem in eigen land (Servië) wordt vermoedelijk alleen overtroffen door de veel realistischer schrijver Dobrica Cosic, thans zelfs president van Joegoslavië. Pavic' populariteit is opmerkelijk, want makkelijk leesbaar is hij in geen geval. De lezer wordt gebombardeerd met onverwachte zijlijnen, verwijzingen naar al of niet fictieve mythologie, ongerijmde metaforen, surrealistisch aandoende vormexperimenten. De romans laten zich niet van begin naar eind lezen. Het Chazaars woordenboek kent twee versies, een mannelijke en een vrouwelijke. Het geslacht van de lezer bepaalt de afloop van de roman. Landschap geschilderd met thee kan "horizontaal' of "vertikaal' gelezen worden, als betrof het een kruiswoordpuzzel. De binnenkant van de wind begint achter beide kaften, met de apotheose in het midden.

Toneelstuk

Dat de auteur een toneelstuk in de zin heeft, dat in drie schouwburgen tegelijk opgevoerd moet worden, waarbij het publiek kan stemmen over alternatieven voor de dramatische handeling, vermag nauwelijks te verwonderen. Onder de Belgradose surrealisten uit de jaren dertig met wie hij zich verwant voelt, noemt Pavic Dusan Matic en Aleksandar Vuco. De vorm van Het Chazaars woordenboek, zijn tot nu toe in binnen- en buitenland meest succesvolle werk, en voor veel nationalistische Servische intellectuelen een transpositie van de wanhopige strijd om te overleven waarin hun volk thans is gewikkeld, is volgens zijn auteur mede ontleend aan de Servische documentatie uit 1907 van de grote romanticus uit de Servische literatuur, Vuk Karadzic.

Is de aan de lezer geboden mogelijkheid tot alternatieve lezingen niet een beetje schijn, gezien het cultuurhistorisch fatalisme in de boeken - vol op- en ondergaande culturen, onoplosbare generatieconflicten, historische waarheden? “Het is zo vervelend van de eerste tot de laatste pagina te lezen, van de wieg tot het graf, van geboorte tot dood. Het is een eerzaam streven, proberen te ontsnappen aan het noodlot. Ik prikkel de lezer tot activiteit en maak van hem tegelijkertijd een medeplichtige. In het leven is het eind gegeven, dat is het noodlot, iets van alledag. Net als schoonheid, verscheidenheid. Maar ach, Jasmina Mihailovic, mijn biografe en vrouw, zegt dat "Pavic een schrijver is die nooit precies weet wat hij doet'. In mijn boeken probeer ik aan te sluiten bij de oude orale poëzie-traditie in Servië, die op zijn beurt direct, via Byzantium, is overgeleverd uit het Oude Griekenland.”

Byzantijnse traditie

Pavic behoort bepaald niet tot de Servische, en andere intellectuelen in ex-Joegoslavië, die het verval van de veelvolkerenstaat betreuren. “Joegoslavië was de pest. In de oorlog duurt de rampzalige idee van Joegoslavië nog voort, deze idee die niemand gelukkig heeft gemaakt. Er is een Servische, een Kroatische, een Sloveense cultuur, geen Joegoslavische. Het servokroatisch is natuurlijk wel één taal, wat men daar verder nu ook over moge zeggen.”

Pavic heeft zijn keus gemaakt, voor de nationale cultuur van Servië, deel - zegt hij - van de “Byzantijnse traditie, en natuurlijk niet in de pejoratieve betekenis van het woord. Deze traditie stamt rechtstreeks af van de Griekse en Romeinse cultuur. Zij omvat de culturen van de orthodoxe christenheid, de Servische, de Griekse, de Russische, de Oekraïense, de Georgische, Armeense en ga zo maar door. Stalin heeft met zijn ijzeren gordijn die cultuur bijna kapot gemaakt, en verhinderd dat zij haar gerechte plaats naast de cultuur van West-Europa kon innemen. Vanuit het isolement is het moeilijk concurreren.”

Dat is, in de ogen van de auteur, de ware strijd die thans gestreden wordt. “Misschien is de strijd van nu wel teweeg gebracht door krachten die het nodig vonden de twee benen waarop Europa loopt - die van het Romeinse rijk, het katholicisme, het protestantisme aan één kant, de oosterse christenheid aan de andere - van elkaar te scheiden, in het midden van Europa een nieuwe Berlijnse muur op te richten. Degenen die zo denken, vergissen zich. Europa kan zich zo'n scheiding niet veroorloven. De helft van Europa is orthodox. Verscheidenheid is een rijkdom in vredestijd, een bron van spiritualiteit. Maar in de oorlogstijd is verscheidenheid een vloek.”