Levende muziek voor de doden

Een zacht lila folder kondigt aan dat Impresariaat Timbre in Amsterdam zich specialiseert in “het verzorgen van stijlvolle muziek tijdens rouwplechtigheden”.

Geen krakend Ave Maria uit een luidspreker dus, maar "levende' muziek uitgevoerd door professionele musici. Wie daar prijs op stelt kan zich bij zijn laatste afscheid door een echte sopraan Der Tod das ist die kühle Nacht van Brahms of Remember me uit Purcells Dido en Aeneas laten toezingen. Maar ook liefhebbers van het levenslied, van harp of saxofoon kunnen aan hun trekken komen. Timbre levert het allemaal.

Muziek brengt troost en verlichting in moeilijke tijden, is de gedachte achter het rouwimpresariaat. Het initiatief is van de Amsterdamse Josine van Norden, die zelf cello studeerde. Haar onderneming is volgens haar de enige in ons land die zich toelegt op levende muziek bij begrafenissen en crematies. De Nederlander had even tijd nodig om met het idee vertrouwd te raken, maar vindt, zegt zij, nu langzamerhand de weg naar het impresariaat. “In landen als Rusland, de Verenigde Staten, maar ook België, IJsland en Duitsland is het heel gewoon dat er bij begrafenissen of crematies gemusiceerd wordt”, zegt Van Norden. “In Rusland schnabbelen veel orkestleden overdag op begrafenissen. In New Orleans heb je de bekende funeral marches met jazz-muziek. Daar swingt het de pan uit.”

Ondanks de Nederlandse terughoudendheid mogen de laatste tijd ook hier dood en begrafeniswezen zich verheugen in een warme belangstelling. Geen krant en tijdschrift of de dood is opvallend in de kolommen aanwezig. Zo kon men onlangs lezen dat in Wijchen een minder formeel optredende uitvaartonderneming is begonnen met louter vrouwelijk, in paarse pakjes gestoken, personeel. Of dat de Raad van Kerken en het Humanistisch Verbond hun krachten hebben gebundeld in een streven naar een “persoonlijker en zinrijker” uitvaart. Van Norden: “In het hele uitvaartwezen is een tendens naar meer openheid. Men wil het wat minder stijf maken.”

Essentieel voor het voortbestaan van Timbre is het bezit van een volle kaartenbak met potentiële uitvoerenden. De dood komt meestal onverwacht en dan zijn er niet meer dan twee of drie dagen om de juiste zangers of instrumentalisten met het juiste repertoire op te trommelen. Het impresariaat beschikt inmiddels over een adressenbestand van zo'n 350 bekende en minder bekende musici - veel freelancers en recent afgestudeerden van de conservatoria, maar ook leden van gevestigde orkesten en kamermuziekensembles. De meesten zijn klassiek geschoold, maar het lichtere genre en etnische muziek zitten ook in het aanbod. Onder de zangers in het bestand bevinden zich gospelzanger Joe Bourne en Peter Douglas die Sinatra-achtige liederen zingt. Een van Van Nordens nog levende klanten heeft al een voorkeur vastgelegd voor een doedelzakspeler om te gelegener tijd rouwmarsen uit de Schotse Hooglanden te blazen.

“Muziek kan heel troostend zijn”, zegt Josine van Norden. “Levende muziek is persoonlijker dan muziek uit luidsprekers. Een begrafenis of crematie is meestal een beladen en droevig gebeuren. Het optreden van musici breekt de spanning, vooral als je ze ook ziet musiceren. Dat staren naar een kist terwijl er muziek uit de luidsprekers klinkt heeft iets unheimisch. Het mag best wat gezelliger.”

Vooral harpmuziek is erg in trek, en een combinatie van twee of drie instrumenten. Van Norden: “Een harp klinkt niet alleen mooi, maar is tegelijkertijd mooi om naar te kijken. De verzoeken variëren overigens enorm en zijn heel anders dan ik had gedacht. Die hele serieuze, calvinistische muziek die ik verwachtte, wordt niet gevraagd. De meeste mensen hebben toch een voorkeur voor iets licht verteerbaars. Laatst wilde iemand het nonnenkoor uit de operette Casanova van Johann Strauss. Ik heb toen allerlei koren afgebeld, tot en met het Nederlands operakoor, maar niemand kon op zo korte termijn. Toen bleek Marga de Boer het op het repertoire te hebben en die is gekomen met een koortje van zes vrouwen, een dirigent en een organist. Het was prachtig en de aanwezigen hebben genoten, ondanks hun verdriet.”

Sommige mensen geven al voor hun dood te kennen wat er bij hun uitvaart gespeeld moet worden. Op formulieren van uitvaartondernemingen staat vaak de vraag of men levende muziek wil, maar bij Van Norden kan men dit ook laten vastleggen. Soms laten nabestaanden de keuze van de muziek geheel aan haar over: “Het gebeurt ook wel dat ik de musici en nabestaanden van te voren in contact breng, zodat ze persoonlijk kunnen overleggen. Ik heb een mevrouw gehad die op de begrafenis van haar man iets voor fluit en harp wilde, maar niet wist wat. Dan ga ik bandjes afdraaien. Ze heeft twee uur bij mij thuis gezeten om iets te kiezen.”

De richtprijs voor de klant is 469 gulden voor één musicus, exclusief BTW, de prijs voor meer optredenden wordt in overleg vastgesteld. Zo nodig komen er nog pianohuur en vervoerskosten bij. Voor bekende musici moet men met hogere uitgaven rekening houden, want die bepalen zo hun eigen prijs. Van Norden is ook bezig toneelspelers te werven om met of zonder muzikale begeleiding passende teksten uit te spreken. Zo heeft acteur Peter van der Linden zich bereid verklaard - symbolische - oosterse sprookjes voor te dragen.

Mits de klant ervoor betaalt (“ik bel zo het Concertgebouworkest”) is Van Norden bereid alles aan te pakken, inclusief grote, nationale rouwplechtigheden. Geen zee gaat de rouwimpresario te hoog, desnoods zal ze al haar overredingskracht in de strijd werpen om de Italiaanse stertenor Luciano Pavarotti naar de aula te halen. “Als iemand een beroemdheid wil, zal ik alle moeite doen om die te krijgen. Maar sterren van wereldformaat zijn zelden op korte termijn beschikbaar. Kort geleden vroeg iemand om de sopraan Roberta Alexander. Dat heb ik geprobeerd, maar ze bleek net in Australië te zitten.”