Het ideale menselijke meubelstuk; Philippe Sollers over de moderne mens

Philippe Sollers: Le secret. Uitg. Gallimard, 251 blz. Prijs ƒ 41,25

“De schrijver moet een spion zijn die het spel omverwerpt. De schrijvers van vroeger - Balzac, Zola - hielden de vinger aan de pols van de maatschappij. Dat is een traditie die we moeten voortzetten. Bovendien vormt de eigen tijd een fantastische inspiratiebron voor fictie.”

Deze uitspraak van Philippe Sollers, enkele jaren geleden in deze krant (CS 13-6-'86), zou als motto kunnen dienen voor zijn nieuwste roman, Le secret. De hoofdpersoon, Jean, is niet alleen schrijver, maar maakt ook deel uit van een geheime organisatie, ISIS, die, gesteund door Rome, uit man en macht probeert het Europese culturele erfgoed te redden van de barbarij. Aan de vooravond van wat Jean beschouwt als de nieuwe middeleeuwen, fungeert ISIS in zekere zin als "klooster bij voorbaat': door Proust en Kafka op te slaan in computers, hoopt de organisatie deze en andere hoogtepunten van de Christelijke beschaving te bewaren voor het nageslacht.

Hoewel Sollers zijn pessimisme ten aanzien van het huidige tijdsgewricht deelt met andere Franse intellectuelen, zoals Alain Finkielkraut, onderscheidt hij zich van deze laatste door de vorm waarin hij zijn kritiek op de consumptiemaatschappij verwoordt. Le secret is in de eerste plaats een maatschappelijke satire, een filosofische roman zoals Voltaire en Diderot die schreven. Maar in plaats van de misstanden in de kerk en het machtsmisbruik van de koning te hekelen, keert Sollers zich tegen de vercommercialisering van het wereldleed zoals wij dat via de televisie voorgeschoteld krijgen (“U komt uit Ethiopië? Dan moet ik u helaas teleurstellen. Deze week zijn de Koerden aan de beurt”).

Net als in Femmes (1983), steekt Sollers in zijn nieuwste roman uitvoerig de draak met spermabanken en andere nieuwe voortplantingstechnieken. Wat is het voor een wereld, waarin 42-jarige grootmoeders het leven schenken aan de tweeling van hun dochter, vraagt de schrijver zich vertwijfeld af. Is het doel waarnaar wij streven onbevlekte ontvangenis voor alle vrouwen? Sollers scepsis ten aanzien van de nieuwste verworvenheden op het gebied van de genetica, is lijnrecht in strijd met de opvattingen van Elisabeth Badinter die verwacht dat de vooruitgang van de medische wetenschap, de kloof tussen de sexen zal doen verdwijnen. De laatste bestseller van Badinter, XY, vormt voor Sollers een welkome aanleiding om de spot te drijven met de tegenstrijdige eisen die volgens hem door feministes à la Badinter aan mannen worden gesteld. Het liefst zouden ze mannen zó programmeren, dat ze zowel aan hun verlangen naar huiselijkheid als aan dat naar avontuur zouden voldoen: 's ochtends een roze pilletje om zijn agressie en de laatste restjes jachtinstinct wat af te zwakken, 's avonds een blauwe pil om te voorkomen dat zijn interesse beperkt blijft tot een goed gesprek.

In dergelijke satirische passages is Sollers op zijn best, bijvoorbeeld wanneer hij een opsomming van de eisen geeft waaraan de nieuwe Homo reconciliatus moet voldoen: “een goed lijf, goede schouder om tegen aan te leunen, maar ook goede warmte-, aandacht-, waardering- en begripgever, opname- en antwoordapparaat, stofzuiger, verluieraar-knuffelaar, kortom, het ideale menselijke meubelstuk.” De controverse tussen Sollers en Badinter, laat zich wellicht het best vergelijken met de tegenstelling die er in de achttiende eeuw tussen Voltaire en Rousseau bestond. Tegenover het optimistische vooruitgangsdenken van Badinter, stelt Sollers de kritische blik van een Voltaire die weigert om een tijdperk, waarin de ene helft van de mensheid zich vergaapt aan de ellende van de andere helft, als de beste der werelden te zien.

Le secret is als maatschappelijke satire zeker geslaagd. Daarnaast bevat de roman alle elementen die sinds de publikatie van Femmes het sollersiaanse wereldbeeld bepalen. Zo is daar de figuur van de Poolse paus die in alle romans opduikt en voor wie Sollers eenzelfde genegenheid koestert als Gerard Reve voor Prinses Juliana. De paus, zoals Sollers hem beschrijft, lijkt ook wel een beetje op de oude koningin: niet helemaal van deze wereld, lief en koppig tegelijkertijd, en bovenal onkundig van het gesjoemel en de zwendelarijen waaraan zijn naaste medewerkers zich in Zijn naam bezondigen.

Een ander vast punt van herkenning vormt het familieleven van de hoofdpersonen van Sollers. Jeans levensgezellin is, net als die van zijn voorgangers, een vooraanstaande intellectuele, met wie hij warme, maar enigszins vage betrekkingen onderhoudt. Daarnaast zijn er dan nog wat vriendinnen die in deze roman een veel minder prominente rol vervullen dan voorheen. Hun plaats lijkt te zijn ingenomen door de zoon van de hoofdpersoon die, samen met zijn cavia, een belangrijk deel van diens leven uitmaakt.

Of dit detail als het begin van een eerste toenadering tussen Sollers en Badinter moet worden uitgelegd, valt nog te bezien. Zeker is in ieder geval dat in een eigentijdse zedenschets de nogal late bekering van een libertijn tot het vaderschap geenszins misstaat.