Galerie Tanya Rumpff, Spaarnwouderstraat 74, ...

Galerie Tanya Rumpff, Spaarnwouderstraat 74, Haarlem. T/m 18 april. Do-vr 13-18u. za-zo 13-17u. Prijzen ƒ 1000 tot ƒ 11.500.

Werken op papier van Fransje Killaars t/m 8 mei bij Galerie de Expeditie, Leliegracht 47, Amsterdam. Wo t/m za 13-17u.

Ine Lamers Reuten Galerie, Fokke Simonszstraat 49, Amsterdam. T/m 2 mei. Do-za 14-18u en de eerste zondag van de maand. Prijzen ƒ 500 tot ƒ 9000.

Rinke Nijburg Loerakker Galerie, Keizersgracht 380, Amsterdam. T/m 18 april, Wo-zo 13-17.30u. Tegelijkertijd is er ook werk te zien van Stella Veldkamp. Prijzen ƒ 600 tot ƒ 7500.

Tanya Rumpff

Andrej Roiter, Gerard Polhuis en Fransje Killaars hebben niet zoveel gemeenschappelijk. Hun groepstentoonstelling bij Galerie Tanya Rumpff levert dan ook een gevarieerd beeld op. Roiter (1960) exposeert dertig kleine tekeningen van voorwerpen en situaties die verwijzen naar het zwervende leven dat hij leidt sinds hij zijn geboorteplaats Moskou verliet. I am a second-hand tourist from Moscow staat er op een van de tekeningen van deze transatlantische nomade die tussen New York en Amsterdam pendelt. Het kompas met de windrichtingen is door al dat gereis van slag geraakt. Toch is Roiter, ondanks verwijzingen naar Columbus en de ontdekking van de Nieuwe Wereld zijn communistische land van herkomst niet vergeten. Net als het bureaucratische labyrint dat zijn landgenoot Ilya Kabakov onlangs in het Stedelijk Museum in Amsterdam bouwde, zijn de kleuren van Roiters tekeningen overwegend vaal groen en bruinig.

De twee reliëfs die Polhuis (1952) toont, zijn "vertalingen' in brons van motieven uit zijn schilderijen en tekeningen. In het ene reliëf slingeren lijnen zich om een raster, in het andere, Sprookje, ontmoet het onschuldige meisje Prudence een vreemde kop met stekelbaard die mogelijk de volwassenheid of het kwaad symboliseert. Waarom deze figuren op hun kop zijn afgebeeld blijft raadselachtig. Of wordt hiermee de Duitse schilder Baselitz op de hak genomen van wie de omkering een soort handelsmerk is geworden?

Het derde beeld van Polhuis, dat bestaat uit twee bronzen zuilen van ongelijke lengte, heeft ook een ontmoeting tot onderwerp. De reden om deze motieven in brons uit te voeren is niet duidelijk. De reliëfs blijven te dicht bij het oorspronkelijke twee-dimensionale uitgangspunt en de zuilen zijn plastisch en ruimtelijk niet spannend.

In de schilderijen en tekeningen van Fransje Killaars (1959) gaat het om de simultaanwerking van kleuren. De felgele, fluorescerende doeken, die zij soms met pailletten bestrooide, lieten een sterk beeld achter op het netvlies van de beschouwer. Een fluorescerend paars-roze schilderij op de expositie bij Tanya Rumpff heeft hetzelfde zinderende effect. Op een reis door India in 1990-91 bracht vooral het kleurige straatbeeld bij Killaars een gevoel van herkenning teweeg. Zij verzamelde er felgekleurde stoffen en besloot later terug te keren. Tijdens twee volgende bezoeken liet zij haar ideeën uitvoeren in geweven tapijten en stofapplicaties. Behalve wandkleden ontwierp zij ook "hoek'-tapijten die zowel de vloer als de wand bedekken. Op de tentoonstelling is hiervan een exemplaar te zien. Het idee dat de kleuren van beide vlakken elkaar beïnvloeden, komt in dit katoenen tapijt, ondanks verfijnde kleurnuances en de verschillende weeftechnieken die zijn toegepast, nog niet zo uit de verf. Killaars kon bij katoen geen fluorescerende verfsoorten gebruiken omdat die alleen in wol en acryl lichtecht blijken te zijn. Bij de applicaties van kleurige linten en stoffen is de uitvoering minder gecompliceerd en directer dan bij het weven. Deze kleden geven een betere indruk van Killaars' bedoelingen.

Galerie Tanya Rumpff, Spaarnwouderstraat 74, Haarlem. T/m 18 april. Do-vr 13-18u. za-zo 13-17u. Prijzen ƒ 1000 tot ƒ 11.500.

Werken op papier van Fransje Killaars t/m 8 mei bij Galerie de Expeditie, Leliegracht 47, Amsterdam. Wo t/m za 13-17u.

Ine Lamers

De fotowerken van Ine Lamers (1954) vestigen de aandacht op alledaagse details waaraan men meestal voorbijgaat: de ruimte tussen wastafel en bad, twee opgemaakte bedden in een anonieme hotelkamer, een dichte deur op een gang. De kleurenfoto's hebben geen registrerend, documentair karakter. Lamers neemt bestaande foto's of dia's opnieuw op, waardoor het beeld onscherp wordt en er soms vreemde kleur- en lichteffecten optreden. Het is alsof je door matglas kijkt. Zo creëert zij afstand en krijgt het gewone een atmosferische geladenheid. Het is dichtbij en toch onbereikbaar ver weg, zoals vervaagde herinneringsbeelden van plaatsen waar je ooit zelf bent geweest.

De afwezigheid van menselijke figuren in deze serie hotelfoto's versterkt het gevoel van de ontoegankelijkheid dat uit deze beelden spreekt. Maar ook wanneer Lamers wel zichzelf of een ander fotografeert, zorgt een snelle beweging van het model er bijvoorbeeld voor dat er geen scherp, herkenbaar portret ontstaat. Kenmerkend voor dit verhullende karakter van Lamers' werk is een zelfportret (niet op de tentoonstelling) waarop zij voor een felrode achtergrond staat, terwijl ze met een hand de helft van haar gezicht bedekt. Bij twee foto's die bij Galerie Reuten recht tegenover elkaar in een kamer hangen, wordt het beeld verdubbeld en belemmeren hinderlijke reflecties in het spiegelende glas het zicht.

Lamers werpt bewust barrières op. Om door te dringen in haar werk moet de beschouwer moeite doen. Bladerend in de documentatiemappen die ter inzage liggen, kwam ik een zin tegen die Lamers in een dia-installatie gebruikte. Deze regels zijn veelzeggend voor haar werkwijze: “Alsof zij een lichtbundel wierp op de beschouwer, die zich zeker waande in het duister velours van zijn fauteuil”.

Reuten Galerie, Fokke Simonszstraat 49, Amsterdam. T/m 2 mei. Do-za 14-18u en de eerste zondag van de maand. Prijzen ƒ 500 tot ƒ 9000.

Rinke Nijburg

Lichtvoetig en een beetje naïef, zo zou je de schilderijen van Rinke Nijburg (1964) kunnen omschrijven. Nijburg die in 1992 de Koninklijke Subsidie voor de Vrije Schilderkunst ontving, werkt meestal met lichte, heldere kleuren op smalle, staande formaten. Ook de onderwerpen dragen bij aan de vrolijkheid die het werk uitstraalt. Egmond (1993) bijvoorbeeld, een voorstelling van twee jongens in zwembroek met een bal op het strand, roept idyllische jeugdherinneringen op toen de zon altijd scheen en een dubbeltje nog een dubbeltje was. Ook de meeste andere schilderijen gaan over de overzichtelijke wereld van het kind spelend in een dorpsstraat met een gereformeerde kerk, voor wie de viering van Koninginnedag een belangrijk evenement is. Door beeldafsnijdingen en de manier waarop hij met kleurvlakken ondiepe ruimtes creëert, maakt Nijburg echter duidelijk dat niet het aardige plaatje zijn doel is, maar de schilderkunst.

De series tekeningen die Nijburg naast de schilderijen bij Loerakker Galerie toont, zijn thematisch een soort vervolg op de schilderijen: onze jonge held verlaat zijn dorp en trekt met een rugzak de wijde wereld in. Deze nieuwe levensfase wordt met de nodige humor verbeeld. Nijburgs eigen bergwandelingen en het boek Aus dem Leben eines Taugenichts (1826) van de Duitse romanticus Joseph Freiherr von Eichendorff leverden het materiaal voor deze tekeningen.

Loerakker Galerie, Keizersgracht 380, Amsterdam. T/m 18 april, Wo-zo 13-17.30u. Tegelijkertijd is er ook werk te zien van Stella Veldkamp. Prijzen ƒ 600 tot ƒ 7500.