De verdwenene

Volgens de legende zou een van de vroege Chinese schilders uit het bestaan zijn verdwenen in een zelfgeschilderde grot.

Theun de Vries (1907) schreef onder meer de romans Rembrandt (1931), Het meisje met het rode haar (1956), De première (1990) en Sint-Petersburg (1992).

Weggedaan heb ik de spiegeling van ongekrookt riet

in ochtendvijvers, weggedaan het spitse lispelen

van bamboeloof, de kusmond van de korenroos,

weggedaan het meer, de eenzame in zijn bootje,

visser en vis,

weggedaan de rumoerige dorpen, dorsen en weven,

de gele wenteling van de rivier naar zee,

de zee die de uiterste kimmen verslindt,

weggedaan de wijsheid, de noodzaak, het hete, het koude,

het onderdanige en het opstandige -

door mijn karkas waait de wind van de leegte

De zoon des hemels is gekomen

met paardegetrappel en gouden wachters,

dragers, concubijnen en koks,

om mij bergen te zien schilderen.

Ik heb het laatste penseel genomen,

gehurkt voor de laatste witte wand

heb ik de laatste gedachten gedacht,

ik ben opgestaan

ik heb geschilderd

de ontzaglijke rots

in de rots van de grot

van het moederlijk duister -

mijn penseel heb ik weggegooid

voor 's keizers ogen

ben ik binnengewandeld

in mijn grot.

Ik ben de voor altijd

verdwenene