De schilder en het schaap

Dada; Gemimal S.A.R.L., 85 rue Joliot Curie, 69005 Lyon. Prijs 35 frcs.

De schilder Titiaan was een slimme vogel. Hij leefde ongeveer vierhonderd jaar geleden in een Italiaans bergdorpje, later in een paleis in Venetië en hij werd wereldberoemd. Als jongetje op school wist hij al dat hij niets liever deed dan schilderen. Een leraar leerde hem hoe je verf moest maken met eieren, hoe je kleuren moest mengen en hoe je schilderslinnen om een paar houten latten moest spannen. Titiaan had nog maar een paar schilderijen gemaakt of de vorsten van Venetië ontdekten dat hij een ster was.

De Venetianen zijn al rijk, ik wil het ook worden, dacht Titiaan. Hij vroeg meteen veel geld voor zijn schilderijen en omdat rijke mensen graag hetzelfde kopen als hun buurman, bestelde de een na de ander bij Titiaan een portret, een landschap of een schilderij met Maria en het kindje Jezus. De schilder vond het allemaal best. Wat wil je nog meer? Doen wat je leuk vindt en er nog veel geld voor krijgen ook!

Veel van Titiaans schilderijen zijn nu met die van zijn leermeester en vrienden te zien in Parijs. Elke dag staan er mensen in de rij voor een kaartje. De catalogus van de tentoonstelling weegt een kilo of drie en, geloof mij, bijna niemand heeft tijd om hem te lezen. Mensen hebben wel wat anders te doen dan door die honderden bladzijden te ploeteren om te achterhalen waarom er op een schilderij een engel staat te plassen. Kinderen komen er al helemaal niet aan toe, want die moeten te veel in een woordenboek opzoeken.

Daarom wordt er nu in Frankrijk een kunsttijdschrift voor kinderen gedrukt. De buitenkant ziet eruit als een schoolschrift maar de eerste bladzijde is al zo vrolijk volgeklad dat je meteen weet dat het over kunst gaat. Deze maand staan er verhalen in over Titiaan, over Veronese, die een bijbels schilderij maakte zo groot als twee kamermuren, en over de farao Amenhoteb III, die zo'n drieduizend jaar geleden alle boeren van Egypte inschakelde om paleizen en tempels te bouwen. Zijn mummie hebben ze trouwens nooit gevonden.

Het blad heet Dada, net als een tijdschrift dat bijna tachtig jaar geleden werd gedrukt door kunstenaars die om oude kunst alleen moesten lachen. Behalve korte verhalen over grote tentoonstellingen staan er in Dada ook nog strips, een paar mooie tekeningen en stukjes over ateliers waar kinderen kleren leren ontwerpen en waar ze van gips en kippegaas tuin-dinosaurussen leren kneden. Van sommige bladzijden is met verf en penseel een affiche gemaakt. Er kruipen egels, vissen en konijnen tussen de letters door en de redacteuren zelf knippen en plakken er ook rustig op los. Waarom zou je bijvoorbeeld om de ansichtkaart van een schilderij niet zelf een gekke lijst verzinnen? Kunst is helemaal niet heilig.

Moderne kunst komt ook in het tijdschrift voor. Als je niet begrijpt waarom er tegenwoordig zandzakken en keukenaanrechten in het museum tentoongesteld worden, dan legt Dada wel uit hoe dat zit. Een zandzak op straat valt namelijk niet op, pas als hij in het museum ligt ga je er goed naar kijken en kan je er van alles en nog wat over fantaseren.

Jammer genoeg verschijnt het tijdschrift negen keer per jaar alleen in Frankrijk, in het Frans. Voor de plaatjes alleen al zou je het eens moeten inkijken als je daar met vakantie bent. In Nederland staan trouwens ook honderden musea waar veel tentoonstellingen worden gehouden. Misschien kunnen ze de koppen eens bij elkaar steken en behalve zo'n dure catalogus ook zo'n kunstschoolschrift voor kinderen te maken. Het is niet alleen plezierig om te lezen, je krijgt ook nog zin om zelf met een kwast, een schaar en een lijmspuit aan de slag te gaan.