De klad in het spijkerbewustzijn; The Last Temptation of Christ

The Last Temptation of Christ, Martin Scorsese's verfilming van het Lijdensverhaal, ligt in de videotheek in de schap "romantiek'. De recensenten waren niet erg te spreken over de film, maar Willem Dafoe speelde de rol van Jezus heel overtuigend. “Speciaal waar hij wonderen verrichtte, was zijn schuwe, bijna beschaamde oogopslag aangrijpend.”

The Last Temptation of Christ van Martin Scorsese heeft grote beroering veroorzaakt onder rechtschapen gelovigen, maar ik kende niemand die hem had gezien. Hij berustte al jaren in de plaatselijke videotheek, in de schap "romantiek'. Op de cassette stond: “Een schokkende film over het leven van Christus, geregisseerd door Martin Scorsese, de man achter Taxi Driver en Raging Bull”, dus nam ik hem nooit mee naar huis. Vreemd genoeg juist omdat Taxi Driver een van mijn lievelingsfilms is.

The Last Temptation is van 1988. Een paar maanden geleden besloot de IKON hem op het laatste moment niet uit te zenden. Daar dacht ik toen verder niet bij na. Ze zien maar, dacht ik, iedereen heeft recht op zijn eigen wijze van zieltogen. Wanneer een Interkerkelijke Organisatie geen trots meer kent en bevreesd is voor de reactie van mede-interkerkelijken, dan is dat geen intellectueel debat meer waard. Dat was een weinig hartstochtelijke reactie van me, die leek op hoe ik reageer op de perikelen rond monseigneur Bär. De mensen die het die man moeilijk hebben gemaakt zijn ongetwijfeld dezelfde die Scorsese's film onuitgezonden wilden laten. Mediocere, rancuneuze geesten, maar wat maken zij nu helemaal kapot? Ze zitten te krakelen in een bedompt zijkamertje van het grote, postmoderne huis, laat ze toch.

Misschien vond ik het ook van Scorsese wel een beetje suspect dat hij het Lijdensverhaal verfilmd had. Zelfs het feit dat een van de grootste scenarioschrijvers van de laatste decennia, Paul Schrader, het script had geschreven maakte me niet nieuwsgierig. Ook dat getuigt van weinig intellectuele inzet. Het was zelfs een opluchting om in de recensies te lezen dat het geen overtuigende film was geweest; dat hij zijn faam alleen te danken had aan het rumoer; dat hij "geen echte Scorsese' was. Ik hoefde hem niet te zien. Juist omdat ik deze filmmakers zo bewonder koesterde ik m'n louw loene, dat aan g^ene grensde.

Inmiddels heb ik de film gezien, daartoe aangezet door de Johannes-Passion die vorige week in deze rubriek ter sprake kwam. Die bewerking van het Lijdensverhaal door Bach had me ineens nieuwsgierig gemaakt. Zou het deze filmmakers wel lukken om het Lijden uit zijn esthetische dommel te wekken? Want juist omdat ik tijdens de Bach volgens Ton Koopman zo onversneden genoten had, speciaal van de koren (die toch eigenlijk mijn ongeloviger, sceptische houding vertolkten), stond het me na afloop niet bepaald helder voor ogen wat nu de inzet is van een evangelie.

De grote kracht van The Last Temptation zit 'm er in dat Jezus niet wil geloven wat de stemmen in zijn hoofd hem zeggen: dat hij de Messias is. Misschien is dit een theologisch aanvaarde Jezusconceptie waar al eeuwen over wordt gesproken, maar voor mij was hij nieuw. Uitgerekend datgene wat ik aan het verhaal altijd zo moeilijk te aanvaarden vond - de zekerheid van Jezus dat hij de verlosser was - bleek bij Scorsese/Schrader juist onzekerheid te zijn.

Een man hoort stemmen, en achter zich voetstappen, en in zijn dromen ziet hij aartsengelen en profeten, en die wijzen allemaal maar op één ding: jij bent degeen op wie al honderden jaren wordt gewacht. En deze Jezus deed precies wat iedereen zou doen: alles op alles zetten om te ontsnappen aan die stemmen. En daar gaat deze film dan ook over. Jezus probeert een gewoon mens te blijven, en zijn geestelijke gezondheid te bewaren. Hij tracht uit alle macht uit te komen onder zijn noodlot.

Het geheimzinnige is vervolgens dat je niet hoeft te geloven wat Jezus te horen krijgt van zijn God. Hij is om te beginnen namelijk doodsbang. Hij wil niet geloven. In de eerste scènes gaat hij zelfs zo ver om voor de Romeinen kruizen te timmeren. Hij is willens en wetens een collaborateur, want zijn redenering is: als ik het verachtelijkste doe wat in deze samenleving denkbaar is, dan veracht God me ook, en dan komen die vreselijke stemmen tot bedaren. En passant biedt dit de filmmakers de gelegenheid om meteen te laten zien hoe ongeëvenaard sadistisch een kruisiging is. Ook daar zit thans de klad in: in ons collectief spijkerbewustzijn. Al timmerende stelt Jezus zich voor hoe aan datgene wat hij aan het fabrieken is straks echt een mens zal hangen, en dit spinsel krijgen we te zien. Hoe gruwelijker en aanschouwelijker Jezus (die in deze film met een cinematografische fantasie behept is) het zich voorstelt, des te verachtelijker wordt hij en des te dieper spijkert hij zijn eigen einde zijn hart in. Hij zit gevangen in een vicieuze horror. Welbeschouwd wordt hij van zijn gruwelijke voorstellingen alleen maar uitverkorener.

Lot

Wat me trof was hoezeer bij Scorsese/Schrader het leven van Jezus leek op het maken van een film, op werken naar een al bekende Scène toe. Er lag een verhaal klaar, met een puissante slotscène: in de bijbel is dat de Schrift die een Komst voorzag en een Offer. Bij een film is dat het Scenario, dat Opnames voorziet. Vervolgens is er iemand die de voorziene rol op zich moet nemen. Het verschil tussen de echte Jezus en Willem Dafoe die Jezus mocht spelen is natuurlijk de afloop van het verhaal. En precies dat maakte The Last Temptation zo onverwacht overtuigend. Dafoe speelde dat hij deze rol van zijn levensdagen niet kon spelen. Telkens wanneer het Goddelijke Scenario een stapje verder werkelijkheid wordt, en het Jezus eens temeer daagt dat hij een rol heeft gekregen die hem naar het onomkeerbare einde drijft, probeerde Dafoe onder zijn rol uit te komen. Terwijl de film vorderde begreep ik ook ineens waarom ik er tegen op had gezien hem te zien: ik kon op voorhand niet geloven dat Jezus overtuigend gespeeld zou kunnen worden. Iemand die dit lot kon aanvaarden is hooguit in gedachten mogelijk, en dat dan ook nog op een wijze die je doet beseffen hoe ondermaats je voorstellingsvermogen is. Een acteur, "bekend om zijn rol in Platoon', zou op zijn gunstigst lijken op Rupert Sheldrake, van wiens Jezusvertolking in Een schitterend ongeluk we nu juist onze buik vol hadden gehad, wegens New Age en sacrosancte weekheid. Jezus zou onspeelbaar zijn. Als het er op aankomt faalt je inleving, en heb je een Bachkoraal nodig om nog iets te voelen.

Maar Dafoe kon spelen dat hoe zekerder hij wist dat hij de Messias was, des te banger en kwader en opstandiger hij werd. En dat deed hij werkelijk heel goed. Speciaal waar hij wonderen verrichtte (dat andere intellectuele struikelblok van dit verhaal), was zijn schuwe, bijna beschaamde oogopslag aangrijpend. Per wonder begreep hij beter hoe onomstotelijk zijn uitverkorenheid, en dus zijn voorzegde einde was.

Pensioen

Dit alles was al meer dan genoeg reden om iedereen aan te raden dit jaar Pasen te laten voor wat het is, en tijdens het eieren zoeken deze film te bekijken - maar Scorsese/Schrader hebben nog een manoeuvre in petto. Na twee uur hangt Dafoe aan het voorgeschreven kruis. Weer is hij, behalve er vreselijk aan toe, boven alles beschaamd. Alsof hij, inderdaad, in iets geloofd heeft wat op een hovaardig en krankzinnig misverstand berustte. Natuurlijk roept hij wat Jezus al tweeduizend jaar roept: waarom hebt u me verlaten, en dan gebeurt er iets fabelachtigs. Er blijkt aan de voet van het kruis een meisje te staan. Het maakt spijker voor spijker en heel voorzichtig de heiland los. Je slaakt een zucht van letterlijke opluchting. Jezus heeft het dus allemaal gedroomd. Het mag blijven wat het is, omdat het niet te geloven is. En wat we, gedurende twintig idyllische minuten van happy ending te zien krijgen is het leven dat we Jezus gegund hadden: liefde, genot, kinderen, een onbezorgde oude dag.

Dit is uiteraard de Laatste Bekoring van de titel, en het verwarrende is dat wij, toeschouwers, hem het hevigst wensten. De Goede Afloop. De Hollywoodconventie. Een waardevast pensioen.

De wijze waarop Willem Dafoe alsnog terug aan het kruis komt is niet na te vertellen. Hier doet de film iets wat alleen film kan, en eigenlijk alleen bij Buñuel mogelijk is geweest tot dusverre, iets onvertaalbaars en uitzinnigs. Dit is exact wat je vreesde, en als mogelijkheid aan het verdringen was. En toch, als Dafoe ten slotte zegt: "het is volbracht', en alles een flash-back-naar-nooit geweest blijkt te zijn, is het zoals het moet zijn. Een offer. Iets bovenmenselijks.

Het is enigszins beschamend dat zoveel recensenten deze film maar hum-zo-zo vonden, maar nog absurder is het dat hij blasfemisch is bevonden. Als je hem hebt gezien wil je alleen maar dat iedereen hem te zien krijgt, want je wil weten of je alleen stond toen hij je omver kukelde tijdens het slot. Als dit godslastering is, dan is Simonis een pornoster.

Dat zelfs de IKON uitzending belet heeft is stuitend, en onderstreept een failliet. Er is onder Interkerkelijken kennelijk helemaal niets meer om trots op te zijn.