Boeing-toestel verliest motor boven Anchorage

SEATTLE, 2 APRIL. De Amerikaanse vliegtuigfabrikant Boeing heeft gisteren bekendgemaakt een onderzoek in te stellen naar de vracht-Jumbo van het type 747 die woensdag boven Anchorage in Alaska een motor verloor.

De motor en enkele stukken van de voorvleugel kwamen tussen een flatgebouw en een winkelcentrum terecht. Niemand raakte gewond. De bemanning slaagde erin het toestel veilig aan de grond te krijgen. Kort na vertrek uit Anchorage scheurde de binnenste motor van de linkervleugel van het vliegtuig af, dat door de Japanse luchtvaartmaatschappij JAL was gehuurd van het bedrijf Evergreen International Airlines. Het was de derde keer in zestien maanden dat een Boeing-747 vrachtvliegtuig een motor verloor. Bij de ramp met een El Al-toestel boven de Bijlmer op 4 oktober vorig jaar braken twee motoren van de rechtervleugel af, evenals bij een vrachtjumbo van China International in december 1991 boven Taiwan. Beide toestellen stortten stuurloos neer. Op grond van onderzoek naar de vorige ongelukken zal het inspectieteam van Boeing, dat vandaag naar Anchorage vertrekt, vooral de motorafstelling van het toestel onderzoeken. De vliegtuigfabrikant heeft de maatschappijen die met 747's vliegen gevraagd de borgpinnen waarmee de motoren zijn bevestigd te controleren. De borgpinnen moeten in noodgevallen breken zodat de motoren van de vleugels afvallen, waardoor die intact blijven en het vliegtuig niet onbestuurbaar raakt. Het vermoeden bestaat dat het onderhoud van vrachtvliegtuigen veel te wensen overlaat, terwijl zij veel intensiever worden gebruikt dan passagierstoestellen. Door het slechte onderhoud zijn de motoren vaak niet goed afgesteld, waardoor zij gaan trillen. Ook een te zware belasting, een ander veelgenoemd euvel bij vrachtvliegtuigen, kan voor trillingen zorgen. Door het trillen gaan de borgpinnen scheef zitten, wat kan leiden tot scheurende vleugels en onbestuurbaarheid van de toestellen.