Betonnen kolos van DDR-parlement aan Unter den Linden wordt gesloopt; Berlijn tobt over herbouw Stadtschloss

BONN, 2 APRIL. Het "Palast der Republik' in Berlijn, het grote betonnen DDR-parlementsgebouw uit de jaren zestig aan het oostelijke einde van de avenue Unter den Linden, wordt afgebroken. Er blijkt zoveel voor de gezondheid schadelijk asbest in te zijn verwerkt, dat het niet meer te gebruiken valt. Maar dat betekent niet dat daar het Stadtschloss van de Pruisische koningen, dat in 1950-51 op last van het communistische regime werd gesloopt, wordt herbouwd, zoals velen in en buiten Berlijn hadden gehoopt.

Dit heeft een gemengde commissie van de Duitse regering en het stadsbestuur van Berlijn besloten. Op het enorme terrein aan de Spree-rivier dat vrijkomt na de afbraak van het ten tijde van SED-chef Walter Ulbricht gebouwde Palast der Republik, zijn nu een nieuw ministerie van buitenlandse zaken voor tweeduizend ambtenaren, een bibliotheek en een conferentiecentrum gepland.

Herbouw van Andreas Schlüters barokke Stadtschloss, waar de Hohenzollernse keurvorsten en koningen van Pruisen zo'n vijfhonderd jaar resideerden, zou zeer duur worden, ongeveer anderhalf miljard mark. Bovendien zou daardoor “het maatschappelijke, culturele en gastronomische leven” aan Unter den Linden (tussen de Brandenburger Tor en de Spree) te weinig kans krijgen, zo meent de commissie. Want aan deze beroemde avenue staan nu al de nodige paleizen en grote historische gebouwen, zoals de na de oorlog herbouwde kopie (Falsifikat) van het Kronprinzenpalais, het Prinzessinnenpalais, het oude "Kommandantenhaus' en Schinkels "Bau-Akademie'.

In feite, zo wordt in Duitse kranten geconcludeerd, is het besluit van de gemengde commissie van Bonn en Berlijn een vorm van hogere Duitse politiek. Het heeft, anderhalf jaar nadat de Bondsdag besloot dat Berlijn ook politieke hoofdstad van het verenigde Duitsland moest worden, namelijk veel te maken met de intussen sterk verslechterde stemming in Duitsland over dat vele tientallen miljarden vergende besluit. Berlijn, en de politici die Berlijn als hoofdstad wensen, moeten dus haast maken met de uitvoering daarvan.

Nu bondspresident Richard von Weiszäcker de noodzaak van een zo snel mogelijke verhuizing van regering en parlement uit Bonn wil onderstrepen door al komend najaar naar Berlijn te vertrekken, is hij praktisch verplicht om daar van zijn huidige tweede ambtswoning, Slot Bellevue, zijn residentie te maken. Aan hem was in Berlijn aanvankelijk het (kleine) Kronprinzenpalais toegedacht, maar dat kan niet meer tijdig worden verbouwd.

Minister Klaus Kinkel van buitenlandse zaken had eigenlijk voor zijn Auswärtiges Amt een nieuw gebouw gewild aan de Wilhelmstrasse (aan de andere kant van de Brandenburger Tor, waar ooit, voor 1945, het Duitse ministerie van buitenlandse zaken stond). Maar ook dat had veel meer tijd en geld gekost en stuitte ook overigens op Berlijnse bezwaren.

Het gevolg van deze overwegingen is nu dat het Stadtschloss van de Pruisische koningen niet wordt herbouwd, terwijl zo'n tweehonderd kilometer naar het zuiden, in Dresden, de restauratie van het in de Tweede Wereldoorlog gebombardeerde slot van de Saksische keurvorsten al jaren in volle gang is. Of, anders gezegd: bij de reconstructie van het verleden gaan de Saksers het deze keer, en bij wijze van uitzondering, winnen van de Pruisen.