Zowel werkgevers als bonden leveren flink op hun eisen in; Conflict in metaal eindigt bizar

LEIDSCHENDAM, 1 APRIL. Het waren dit keer zeer bizarre CAO-onderhandelingen in de metaal- en elektrotechnische industrie. Maar als dan na afloop van de laatste sessie de werknemers reppen van “een niet echt goedkope CAO”, terwijl de werkgevers spreken van “een uiterst beperkte loonkostenstijging”, dan lijkt de wereld helemaal op zijn kop te staan.

Toch is er bij nader inzien wel reden voor deze roldoorbreking. Want zo camoufleren de werknemers dat hun hoogste prioriteit - verplichte, collectieve compensatie van de verlaagde uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid (WAO) - niet in de CAO terecht is gekomen. En tegelijkertijd leiden de werkgevers zo de aandacht af van het feit dat het evenmin is gelukt hun allerhoogste prioriteit - het tegenhouden van collectieve reparatie van de WAO - buiten de CAO te houden.

Twee maanden hebben ze gesoebat, voornamelijk over het eventuele dichten van het WAO-gat. De tekst waarop ze elkaar vanmorgen uiteindelijk, na nog eens 14 uur onderhandelen, vonden, is het resultaat van tekstuele fijnslijperij, waarbij misinterpretatie in praktisch elke zin op de loer ligt.

In essentie komt de regeling er op neer dat de werkgevers (verenigd in de FME) en de vakbonden, samen op zoek gaan naar een zo goedkoop mogelijke regeling voor volledige reparatie van het WAO-gat voor de 200.000 werknemers in de metalektro. De metaalwerkgevers zijn vervolgens verplicht die regeling aan hun werknemers aan te bieden (niet: aan te gaan), indien deze werknemers daar om vragen. De werkgever treedt in dat geval louter op als intermediair, de werknemer betaalt de premie. Ligt de premie boven het gemiddelde (bij voorbeeld omdat het een bedrijf betreft waarin de kans om arbeidsongeschikt te raken groter is), dan moet de werkgever driekwart van de premie boven dit gemiddelde betalen. Tegelijkertijd behoud de werkgever echter het recht voor zijn personeel een andere (eventueel beperktere) regeling te treffen. Daarvoor dient hij wel in overleg te treden met de vakbonden, maar zij beslissen daar uiteindelijk niet over mee.

De weg naar dit compromis werd de afgelopen dagen geëffend door concessies van werkgevers en werknemers. Die geschiedden onder druk van de stakingen die sinds 15 maart een kleine honderd metaalbedrijven troffen. De toenemende onrust onder werkgevers speelde ook een rol, die de indruk kregen dat hun belangenorganisatie “achterover leunde” in afwachting van een beslissende knieval van de bonden.

Het CAO-resulaat billijkt de conclusie dat de werkgevers nogal wat veren hebben moeten laten om de verplichte, collectieve reparatie van het WAO-gat tegen te houden. Ga maar na: ze wilden aanvankelijk 2.000 extra opleidingsplaatsen voor aspirant lassers en plaatwerkers - dat worden 2.000 extra opleidingsplaatsen en 2.000 extra werkervaringsplaatsen. Ze wilden inlevering van vrije dagen door zieke werknemers vanaf hun tweede ziekmelding (tot een maximum van vijf dagen) - dit is ingetrokken. Ze wilden af van de relatief dure VUT-regeling voor werknemers met 40 dienstjaren - deze regeling blijft gehandhaafd. Ze wilden de nullijn voor de lonen - ze geven loonsverhogingen van 1,25 procent op 1 mei, 0,5 procent op 1 oktober en nog eens 0,5 procent op 1 februari.

Desondanks toonde FME-voorzitter J.L. van den Akker zich vanmorgen een tevreden man. En dat komt dan doordat de totale loonkostenstijging in de metalektro volgens hem dit jaar beperkt blijft tot 3,5 procent (inclusief 1,5 procent "overloop' uit 1992 wegens eerder gemaakte afspraken). Hij kon daarbij niet nalaten nog even te refereren aan de loondruk uit de belendende bedrijfstak metaalnijverheid, waar de 275.000 werknemers uitgerekend vandaag een loonsverhoging van 4,75 procent zien ingaan. Dit op grond van hun voor de economische malaise gesloten tweejarige CAO-verbintenis van vorig voorjaar.

Eerste onderhandelaar N. Broers van de Industriebond FNV was minder ingenomen met de nieuwe CAO, waarvan hij de loonkostenstijging raamde op “al gauw een procent of 5”. Weliswaar stelde hij tot zijn genoegen vast “dat we de WAO goeddeels hebben kunnen repareren”, maar het gehele pakket is volgens hem toch “uit balans”. Dat zou komen doordat vrijwel alle aandacht was gaan zitten in “het tegenhouden van verslechteringen”, waartoe het kabinet (WAO) danwel de voorstellen van de FME hadden genoopt. Dat daarboven de invoering van de 36-urige werkweek voor werknemers in de 2- en 3-ploegendienst en de looneis van ten minste prijscompensatie in dit jaar geen kans maakten, stemden hem ook niet vrolijker. En dan hebben we het er nog niet over dat de 0,5 procent loonsverhoging van oktober opgaat aan de financiering van de VUT, en de WAO-reparatie ongeveer 2 procent van het totale loon zal vergen. Maar voor dat laatste hoeven werknemers niet te kiezen. Zodat ook in de nieuwe metaal-CAO begint door te klinken wat R. Ferdinandusse deze week in Vrij Nederland stelt: “De verzorgingsstaat lijkt definitief ten einde. Nederland wordt een zelfbedieningsstaat”.