Wie weet er nog wat zitten zeggen wil; Gedichten onder het zitvlak

"Zitten versus niet zitten' is tot 4 april te bezichtigen in de etalages van De Bijenkorf, Amsterdam.

Wie over het Amsterdamse Damrak wandelt langs De Bijenkorf en een blik in de etalges werpt, treft deze keer geen heupwiegende etalagepoppen aan, gestoken in de correcte lentekleuren, maar een combinatie van wonderlijke zitelementen met bijpassende gedichten. Het is de expositie "Zitten versus niet zitten', een project van vier beeldend kunstenaars en vier dichters.

Er bestaat geen betere plek om te exposeren dan een etalage. Dat is het standpunt van Mirko Krabbe, beeldend kunstenaar en vormgever. “Nergens krijg je de kunst zo dicht op straat als daar.” En ook de Amsterdamse Bijenkorf heeft op het gebied van creatief etaleren een reputatie: de herinnering aan Benno Premsela, die begin jaren zestig als hoofd van de afdeling etalages uitbundig uitpakte, is nog steeds levend. “Ik word er ook wel mee vergeleken,” zegt Krabbe, “al is dat allemaal ver voor mijn tijd.”

Krabbe (1960) deed vorig jaar al ervaring op in de etalages van De Bijenkorf in Den Haag. Dat wekte de interesse van het Amsterdamse filiaal. Omdat het warenhuis deze lente "de stoel" in het middelpunt van de belangstelling stelt, werd Krabbe gevraagd iets rond dat thema te doen. Er golden wel wat huisregels. Zo werd de kunstenaar vriendelijk verzocht naast zijn eigen objecten ook iets uit de collectie van De Bijenkorf te gebruiken. En werd zijn plan om de grijze en rose trottoirstenen van het Damrak in de etalage te laten doorlopen (geheel in de geest van "de kunst op straat" brengen) door de directie verijdeld.

Op uitnodiging van Mirko Krabbe _ die zelf vijf stoelen ontwierp _ zijn er drie stoelen ontworpen door de kunstenaars Ed Annink, Thijs van Kimmenade en Henk Wilbrink. Dichters verbonden aan het tijdschrift De Zingende Zaag hebben voor de begeleidende poezie gezorgd. Dat sloot goed aan omdat juist De Zingende Zaag altijd op zoek is naar vormen om haar poezie "buiten het boekje", beeldend, te presenteren. Dichters Jan Kal, Bart Brey, George Moormann en Doro Franck kregen vorige maand het ontwerp van acht stoelen onder ogen en gingen aan de slag.

Zo maakte Kal een sonnet op een stoel met een zitting vol ijzeren pinnen waar een glazen plaat over heen is gelegd. De rug krijgt steun van een kussentje van tropisch hardhout en de leuning bestaat uit een waaier van koperen buizen. De stoel, getiteld "Fakir", kost 3385 gulden. In die glazen plaat ligt volgens Krabbe het thema van de expositie besloten. De plaat is gemakkelijk demonteerbaar en vormt de schakel tussen zitten (Krabbe: “Want hij zit echt lekker"') en niet zitten. Het sonnet van Jan Kal hangt erachter. Onder het motto "wie weet er nog wat zitten zeggen wil?', belicht hij de wereld van de actieve- en die van de passieve stoelconsument:

We zitten goed, maar zonder contemplatie.

We ploffen op een stoel neer, met het dril dat "zitvlak' heet, een slappe combinatie van hier een linker, daar een rechter bil.