WEG MET DE VRIJHEIDSGRADEN

De echte liefhebbers van de golfsport zijn gewaarschuwd. De banen worden overspoeld door parvenu's die willen golfen omdat dat tegenwoordig hoort. Hoe zorg je er nu voor dat al die personen zonder aanleg en zonder serieuze belangstelling voor het spel zo weinig mogelijk hinder en schade veroorzaken op de baan?

Er zijn twee mogelijkheden. Je leert ze het spelletje, of je brengt ze tot het inzicht dat ze hun tijd beter ergens anders kunnen doorbrengen. Het kan ook allebei tegelijk. De instructiemachines die de laatste jaren zijn uitgevonden zijn zo akelig dat de minder vastberaden kandidaten gauw naar een andere hobby zullen uitzien.

Eén blik op de vinding van de Ier James Hourihan (spreek uit Hoerehen) en u begrijpt wat ik bedoel.

[FIG.1]

Volgens zijn octrooiaanvraag uit 1980 is het een absoluut vereiste dat de baan die het uiteinde van de golfclub beschrijft een cirkel is met een constante straal en een vast middelpunt. Alleen dan is het mogelijk om de bal hard en trefzeker te raken. De oplossing: een soort strop om de nek van de speler en daarvandaan een staaf die bevestigd is aan de onderzijde van de club. De nek wordt het middelpunt van de cirkel, en de lengte van de staaf (plus het laatste restje club) is de straal. Of het prettig spelen is in zo'n slavenuitmonstering is natuurlijk de vraag.

Hourihan zegt van wel. "De prototypes die ik had werkten goed, ook bij de kids. Je kreeg vanzelf de goede beweging: minimale actie van de polsen, maximale draaiing van de schouders. Maar de uitvinding heeft niet veel gedaan. Dingen die aan het lichaam vast zitten zijn moeilijk te verkopen in verband met het verzekeringsrisico.'

Met Hourihans hulpstukken heeft de aspirant-golfer nog een paar vrijheidsgraden over. Hij kan behalve naar opzij desnoods nog naar boven en naar achteren slaan, als hij dat zou willen. Dat kan niet bij de constructies die een geleiderail hebben voor de club, zodat de hele zwaaibeweging al voor de speler is uitgestippeld. Hij staat in het middelpunt van een hellend cirkelvormig bouwsel en is zo vrij als een trolleybus. Het is fysiek minder onhandig dan de strop van Hourihan maar zeker zo vervreemdend. De Amerikaan Richard Ohly heeft er sinds 1983 via zijn bedrijf Swing Plane Systems al zo'n 20.000 verkocht, voor een kleine 500 dollar per stuk. Brian Elford uit Portsmouth heeft er ook één. Een ring definieert het vlak waarin de slagbeweging moet verlopen. Het menselijke van Elfords variant uit 1989 is dat de golfclub niet aan de ring vast zit. Als je de ring raakt voel je dat, maar je maakt wel zelf uit hoe je slaat.

(FIG 2)

"We hebben er in korte tijd een stuk of 100 verkocht voor 120 pond,' zegt Elford, "met de bedoeling dat ze voor 190 zouden worden doorverkocht. Daar is het bij gebleven. Tot in IJsland zijn ze terecht gekomen, en er wordt nog geregeld voor gebeld. We hadden er meer werk van moeten maken, maar ja, we waren met drie vrienden en we hadden alle drie nog een eigen zaak.' Elford zelf doet in schuurtjes en broeikassen.

Ook hij spreekt tegen dat je je belachelijk voelt binnen in zo'n stellage. "Het is juist een prettig gevoel. Misslaan is niet meer mogelijk. En door het geheugen van de spieren raakt de beweging zo ingeslepen dat je het apparaat na verloop van tijd niet meer nodig hebt. Vroeger lachten de mensen om mijn back swing, maar nu niet meer.'

Het summum van mechanisch machtsvertoon vinden we bij de Australische ingenieur Robert Cox. De leerling wordt onderdeel van een installatie die qua ophanging gelijkenis vertoont met een globe of een telescoop. Hij wordt zodanig vastgeschroefd dat de scharnierlijn van de slag door hoofd en schouders loopt, zoals dat hoort. De club staat loodrecht op die as en wordt via de handen in het gareel gehouden door een meescharnierende metalen arm.

[FIG.3]

Alle maten zijn instelbaar. De gedachte van Cox is, dat apparaten in de trant van Ohly en Elford niet dwingen tot een juiste lichaamshouding. Verder vindt hij dat bij het trainen de club vrij moet zwaaien omdat anders de leerling dat gevoel niet leert kennen. Hoe vrij het lichaam zwaait is bij zijn vinding te regelen. Een schouderjuk, waarvan de beweging aan die van de polsen is gekoppeld, kan maar hoeft niet - en hetzelfde geldt voor een stang die de knieën in positie houdt. Een extra optie is een beugel die de elleboog tegen het lichaam fixeert. Slechts een paar elektromotoren scheiden Cox van de golfrobot.

Cox: "Leerlingen reageren er goed op. Eerst vinden ze het dwaas. Het belet hun natuurlijke beweging en dat geeft een conflict. Maar bij een tweede sessie accepteren ze het al. De meeste proefkonijnen heb ik al een tijd niet meer gezien. Eén is na anderhalf jaar teruggeweest en had heel wat van het geleerde vastgehouden.'

Cox' werkstuk is geoctrooieerd en marktrijp, maar er is geen fabrikant. En dat terwijl hij er de laatste maanden zulke mooie accessoires aan heeft toegevoegd: sensoren die meten of een bepaalde slag naar behoren is uitgevoerd en hun mening via lampjes te kennen geven. Dat maakt volgens Cox alvast de trainer overbodig. Goed zo, laat ze maar modderen.