Voor Serviërs vervliegt met vredesplan kostbare droom

In Pale bij Sarajevo staat het parlement van de Bosnische Serviërs morgen voor een cruciale beslissing: het moet beslissen of het het vredesplan van Cyrus Vance en Lord Owen met al zijn consequenties - inclusief de opdeling van Bosnië in tien provincies en inclusief de opgave van rond twintig procent van het veroverde gebied - accepteert of afwijst.

Het wordt buigen of barsten, voor de Serviërs: na de aanvaarding van het vredesplan door de moslims, na het ultimatum van president Izetbegovic dat zijn handtekening onder het plan ongeldig wordt als de Serviërs niet binnen twee weken over de brug komen, na de nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad over het vliegverbod, na de dreigementen van de Amerikanen dat ze het vredesplan nog “te vriendelijk” voor de Serviërs vinden en na de dreiging dat een Servisch "nee' tot nieuwe sancties tegen Servië en Montenegro zal leiden, is de druk groter dan ooit.

De Serviërs, zowel die in Bosnië als die in Servië zelf, zijn wel degelijk gevoelig voor die druk. Na de ondertekening van het vredesplan door Alija Izetbegovic hebben ze nog bozer gereageerd dan ze al plachten te doen, nog harder geschamperd en nog meer verbittering en gewonde trots in hun commentaren gelegd: voor de Serviërs vergaat de wereld als Owen en Vance, en daarmee de hele boze buitenwereld, hun zin krijgen.

De Joegoslavische president, Dobrica Cosic, de peetvader van het Servische nationalisme, betoogde dinsdag dat het plan “onverteerbaar” is omdat het toegeeft aan “de chantage van de moslims” en de vitale belangen van de Serviërs schaadt. Het beleid van de buitenwereld, aldus Cosic, heeft het extremisme in Joegoslavië aangemoedigd, de democratische ontwikkeling gefrustreerd en de hele natie ondergedompeld in teleurstelling, woede en wanhoop. Iedereen, aldus Cosic, beoordeelt het hele Servische volk op wat extremisten in Bosnië uithalen: “Niemand noemt ooit de bombardementen van Kroaten en moslims op Servische steden”.

Het Joegoslavische persbureau Tanjug stelde dat “de Serviërs hun ziel verliezen” als het Owen-Vance-plan werkelijkheid wordt; die twee, aldus Tanjug, hebben de Serviërs nog minder te bieden dan vijftig jaar geleden de heren Cvetkovic en Macek (die namens Joegoslavië een pact met Hitler sloten en prompt een revolutie op hun dak kregen), namelijk misère voor en demontage van hun gemeenschap. Izetbegovic' ondertekening van het akkoord was, schreef Tanjug, “een nieuwe acte in de New-Yorkse farce”, ze leverde hem “pompeuze liefdesverklaringen” op van de Veiligheidsraad en van Owen en Vance, die de Nobelprijs voor de Vrede willen winnen en daarvoor “de Serviërs het recht ontzeggen zich te bekommeren om hun levens en de toekomst van hun kinderen”.

De “ziel” die de Serviërs dreigen te verliezen is de oude droom van de Servische eenheidsstaat: die kunnen ze vergeten als Bosnië wordt opgedeeld in autonome provincies, waarvan de drie Servische niet aan elkaar en/of niet aan Servië grenzen. De ultra-nationalist Vojislav Seselj zei het zo: “Als het plan wordt uitgevoerd, raken twee miljoen Serviërs in de Bosnische Krajina, Dalmatië, Lika, Banja, Kordun en West-Slavonië omsingeld door Ustasa en pro-islamitische autoriteiten; zij zullen zich gedwongen zien naar Servië te vluchten, dat dan als een overvolle boot zal kapseizen en zinken.” Het hele plan, aldus Seselj, is “zwendel”. De voorzitter van het parlement in Pale, Momcilo Krajisnik, sprak van “een catastrofe waarvan de Serviërs buiten Servië zich nog in geen honderd jaar kunnen herstellen”.

Tot nu toe blonken de Servische commentaren uit door een verbale dapperheid en agressiviteit die voortsproten uit hun egelstelling, hun door een eeuw van vermeend onbegrip ontwikkelde siege mentality. In de jongste commentaren klinkt iets anders door: wanhoop. De Bosnische Serviërs hebben weinig middelen over om zich te blijven verzetten. Ze kunnen kiezen voor de vertragingstaktiek en een "referendum' uitschrijven. Maar dat is al bijna zo riskant als afwijzing, omdat die optie Izetbegovic' instemming met het plan van tafel veegt. En dat betekent wat ook directe afwijzing van het plan betekent: voortzetting van een oorlog die voor de Bosnische Serviërs steeds uitzichtlozer wordt, gezien het ongeduld van de buitenwereld en gezien het onvermogen van het in een spiraal van economische misère, verpaupering en criminaliteit wegzinkend Servië om de volksgenoten in Bosnië verder te helpen. De Serviërs mogen zich in de ogen van de buitenwereld als barbaren gedragen en hebben gedragen, vanuit hun eigen perceptie ligt de zaak anders: de buitenwereld plaatst hen, schreef Tanjug, voor een even simpele als afschuwelijke keus, die namelijk “tussen zelfmoord plegen en gedood worden”.