VN-ACTIES

In de discussie over Nederlandse deelneming aan VN-operaties zijn twee benaderingen.

De eerste ontleent algemene criteria aan de internationale rechtsorde volgens het principe "gelijke monniken, gelijke kappen'. Dit komt neer op handhaving of herstel van de internationale vrede en veiligheid. Uit de Prioriteitennota over de toekomst van het Nederlandse militaire apparaat valt evenwel impliciet een rangordening af te lezen die een zekere ongelijkheid weerspiegelt: (1) verdediging van NAVO-verdragsgebied; (2) optreden binnen de rest van het CVSE-gebied, dat wil zeggen Midden- en Oost-Europa met inbegrip van de vroegere Sovjet-Unie; (3) rest van de wereld. Bij dit regionale criterium ("het hemd is nader dan de rok') kan men zich afvragen of de tienduizenden burgers die de afgelopen maanden in de burgeroorlog in Tadzjikistan om het leven zijn gekomen meer aandacht krijgen dan vergelijkbare aantallen doden in Somalie of Soedan. Naast dit regionale criterium wordt ook het economisch belang genoemd. Betekent dit dat Koeweit wel geholpen moest worden omdat daar olie in de grond zit, maar dat Bosnie als slachtoffer van Servische agressie in de steek wordt gelaten? Of wordt het Nederlandse belang gedicteerd door de aantallen vluchtelingen die onze kant op kunnen komen?

S. Rozemond betoogt op deze pagina (15 maart) dat men of moet kiezen voor gelijke behandeling die voortvloeit uit de internationale rechtsorde voorzover men bereid is in deze laatste een staatsbelang te zien of voor ongelijke behandeling op grond van andere, meer specifieke nationale belangen. Doet men dit niet dan dreigt - onder het mom van ethiek of rechtsorde - opportunisme om te slaan in willekeur. Daarnaast wordt steeds vaker een derde criterium in het geding gebracht: de risico's, vooral de aantallen slachtoffers, die aanvaardbaar zouden zijn. Deze maatstaf staat echter niet los van de andere doeleinden. Immers: hoe belangrijker een missie wordt geacht hoe groter de offers die men ervoor over heeft. Bijkans pervers is de houding van de Tweede Kamer jegens uitzending naar ex-Joegoslavie. Enerzijds hechten onze parlementariers groot belang aan de handhaving van de internationale rechtsorde in VN-kader. Anderzijds wordt aan uitzending van troepen, zelfs wanneer de veiligheidsraad optreden voorschrijft of daartoe verzoekt, de eis verbonden dat deze geen of nagenoeg geen risico's mogen lopen. Betekent dit dat de internationale rechtsorde op zichzelf (dus zonder bijmenging met directere nationale belangen) nooit offers waard is? De werkelijkheid is dat bij militaire dwangacties in Bosnie grote aantallen slachtoffers kunnen vallen. Het is belachelijk om een Nederlandse militair, in casu: generaal Couzy, die hierop wijst, de mond te willen snoeren.