Te huur: varkenskot met uitzicht op zee; Landmarks in Engeland, Schotland en Wales

Voor de periode van een week of langer kan iedereen zich non, Victoriaanse zonderling of varkensminnende kasteelheer wanen. Een tocht naar de honderdvijftig kastelen, poorthuizen, watertorens en andere curieuze gebouwen die de Britse Landmark Trust beheert en verhuurt, is als paaseieren zoeken voor volwassenen.

Het is niet de gele boerderij aan de weg, stond nors in de route-beschrijving naar Purton Green Hall in Suffolk. Kennelijk was de boer het beu om zoekende vreemdelingen de weg te wijzen. Maar in het donker was het moeilijk om te bepalen waar ik me bevond. Purton Green Hall, een dertiende-eeuwse zaal van het "balken met pleister'-type waarvan er nog maar zo'n half dozijn in Groot-Brittannie bestaan, bleek op meer dan een kwartier lopen (met de bagage in een kruiwagen) van de weg te liggen. Ik mopperde eerst, maar realiseerde me toen dat dit pad al zevenhonderd jaar lang de bewoners naar huis had gevoerd. Ik dacht aan de lange rijen onzichtbare Suffolkse boerenvrouwen die mij hier waren voorgegaan.

Purton Green Hall is een van de honderdvijftig landmarks die de Britse Landmark Trust _ een achternicht van de bekendere National Trust _ in Engeland, Schotland en Wales beheert en verhuurt. Een huis huren van de Landmark Trust begint meestal als een puzzeltocht. Ik verdenk de Trust er al lang van de routebeschrijving extra moeilijk te maken om amateurs af te schrikken. De landmarks liggen altijd op bijzondere en afgelegen plaatsen, langs oude wegen die nauwelijks meer worden gebruikt.

Landmarks zijn monumenten van historische, architectonische of sociologische waarde die niet belangrijk genoeg zijn om aanspraak te maken op het potje met overheidsgeld dat opgaat aan de grotere kastelen en paleizen. De catalogus die de Trust ieder jaar uitgeeft, oogt als een rariteitenkabinet. Je kunt kiezen uit functionele bouwwerken die in onbruik zijn geraakt: uitkijktorens, wacht- en poorthuizen, een oud station, een Martello Tower om Napoleon af te weren, een kopermijn in Cornwall, een school uit 1550. Maar er zijn ook buitenissige bouwsels, waar Groot-Brittanie zo rijk aan is: de speelkasteeltjes, de banqueting houses en de curieuze follies die de engelse landheer zo graag in zijn achtertuin liet zetten. Al die gebouwen zijn te huur. Voor de periode van een week of nog langer ga je terug in de tijd en waan je je non, kasteelheer of Victoriaanse zonderling. De Landmark Trust bestaat inmiddels 25 jaar, en breidt haar bezit gestadig uit in een verbeten strijd tegen ongenteresseerde landeigenaren, verveelde erfgenamen en projectontwikkelaars die korte metten maken met oude runes op hun landgoederen. Als de Trust wint _ en dat is zeker niet altijd het geval _, kan het eigenlijke werk pas beginnen. Met zorg en toewijding wordt het gebouw als een ui gepeld, ontdaan van lagen verf, pleister, hard-board, en alle aanbouw van eeuwen. Alleen als de oorspronkelijke structuur werkelijk is verbeterd, worden latere toevoegingen in stand gelaten, maar meestal zijn de Trust-architecten onverbiddelijk en bikken zij alles weg tot alleen de echte historische kern er nog staat. Vanachter de talloze lagen behang komen overigens soms verrassende dingen tevoorschijn: achttiende-eeuwse jurken die als isolatie dienden, een verborgen doorgang, honderd jaar oude graffiti.

De bouwmeesters worden bijgestaan door een legertje timmerlieden, metselaars, loodgieters en andere builders, waar iedere Engelsman, eeuwige verbouwer, wel het adres van zou willen hebben. In iedere landmark ligt een map, waarin de restauratie wordt gedocumenteerd. Foto's voor en na de verbouwing laten de bewoners zien wat een voortreffelijke staaltjes van vakmanschap de gerestaureerde landmarks zijn.

De landmarks hebben vaak een merkwaardige geschiedenis. In Tixall Gatehouse in Staffordshire overnachtte Mary Queen of Scots vlak voor haar onthoofding. In het kasteel van Caernafon in Wales wordt de Engelse koningszoon tot Prins van Wales gekroond. De Trust bezit een van de kasteeltorens en een stuk van de oudste stadsmuur. 'sNachts wandel je over je eigen kantelen aan de rand van de zee, de rest van het kasteel stil en verlaten aan je voeten. Van geheel andere aard is het uit 1593 daterende Beamsley hospital in Yorkshire. Het ziekenhuisje vormt de Engelse variant van het hofje _ zeven kamertjes rond een binnenkapel ter bevordering van deemoedigheid en deugd. In Norfolk verhuurt de Trust een Victoriaanse watertoren, mooi ontworpen in donkerrode baksteen en met gietijzeren hekwerk. Een van de meest zonderlinge landmarks staat in Noord-Yorkshire, aan Robin Hood's Bay, waar een dierenminnende landjonker een neo-classicistisch varkenskot bouwde voor zijn twee lievelingszeugen. Bij het slobberen aan de trog van hun tempeltje keken de varkens uit op zes pilaren en daarachter de Noordzee. Nu kunnen er twee mensen logeren.

Hoe oud een gebouw ook is, het comfort is modern, zij het op zijn Engels. Dus wel een bad maar geen douche, zuinige verwarming maar weer volop open haarden. De keukens zijn van het ouderwets-maar-nieuw type, met Engelse dubbele ovens met dubbele deuren. De meubels in de woonkamers hebben de sfeer van engelse country house hotels: elegant en toch tegen kinderschoenen bestand. Hier en daar staat een mooie antieke kast of schrijfdoos. Het servies is Old Chelsea blauw, de Engelse variant van boerenbont en overal hetzelfde. Wat aan de muur hangt en in de boekenkast staat past bij het huis, de omgeving, de voorgeschiedenis. Opvallend is vrijwel overal het prachtige uitzicht. De Trust rekent bescherming van die uitzichten ook tot haar verantwoordelijkheid, en bestrijdt horizonvervuiling actief, zodat je vanaf je eigen toren onbekommerd op de ongerepte velden en landerijen kunt uitkijken.

Wat een verblijf in een landmark nog Engelser maakt, zijn de logboeken die in ieder gebouw liggen. De boeken zijn gevuld met aanwijzingen over pittoreske wandelingen, doorgaans naar de dichtstbijzijnde pub, tips voor de open haard (bladzijden klachten totdat iemand ontdekt dat het vuur het best trekt met vier blokken hout op een laagje kool, achter in de haard, deur naar de gang open en het derde torenraam juist weer dicht), puzzels, tekeningen, gedichten en grappen _ alles in de beste Engelse traditie van eruditie, liefde voor taal en lichte zelfspot. In een Landmark begrijp je het onder-ons gevoel van de Engelsen beter dan in enig debat over het verdrag van Maastricht.

Om een Landmark te huren hoef je geen lid te worden; een telefoontje naar het kantoor in Maidenhead (09-44 628825925) is voldoende om de catalogus te bestellen (Eng.P.10 inclusief verzendkosten) of om te boeken. Betalen kan telefonisch per Credit Card, of per eurocheque (tot Eng.P.200 per cheque).

Het is handig om de Availability List te laten faxen: een lijst waarop staat wat het komend jaar beschikbaar is. Wel een bezwaar is dat de Trust een wat moeizaam boekingsschema hanteert: de huurperiode is bij voorkeur een week, korter kan alleen van november tot april, of op het laatste moment.

De prijzen varieren sterk met het seizoen en de afstand tot Londen. Om een indruk te geven: het varkenskot (The Pigsty, twee personen) kost Eng.P.474 in juli/augustus, maar in januari Eng.P.258. Afgezien van lakens, handdoeken en proviand is er alles. Meestal zijn landmarks geschikt voor vier, zes of acht personen. Een tiental gebouwen kan meer mensen herbergen.

Wie echt van avontuur houdt, kan met elf anderen Fort Clonque afhuren op het Kanaaleiland Alderney. De kanonnen staan er nog. In juli/aug Eng.P.1314, winter Eng.P.500.

In Nederland bestaat geen equivalent van de Britse Landmark Trust. Wel verhuurt de Vereniging van Nederlandse Landgoed- en Kasteelcampings kampeerplaatsen, oude boerderijen en huizen op twintig landgoederen, voornamelijk in Gelderland en Overijssel. De historische landhuizen zelf worden niet verhuurd, maar zijn in particulier bezit. Op de ruim opgezette kampeerterreinen is (bijna) altijd plaats. Er zijn twee landgoederen - 't Zelle in Hengelo (05753- 7346) en De Gunne in Heino (05729-1251) - waar geen kampeerplaatsen maar alleen huizen te huur zijn. Reserveren direct bij de eigenaar. Bij de Vereniging van Landgoed- en Kasteelcampings is voor ƒ 3,50 een brochure met gegevens over alle twintig landgoederen verkrijgbaar. Lidmaatschap niet vereist. Nevenlandshof 14, Apeldoorn. Inl 055-558844. Giro 2395859.

In België verhuurt de Vereniging van Historische Woonsteden in Brussel (delen van) zo'n driehonderd kastelen en landgoederen. De aanvraag moet direct aan de kasteelheer of -vrouw worden gericht. Een gids met alle adressen en telefoonnummers is te bestellen bij de Vereniging in België. Inl 09-3227 350965.

De Duitse organisatie "Gast im Schloß' beheert honderdvierenzeventig hotels in burchten en kastelen in Duitsland, België, Zwitserland, Nederland en Oostenrijk. De catalogus van ongeveer 100 pagina's is te verkrijgen bij het Duits Verkeersbureau, Hoogoorddreef 76, Amsterdam (Zuid-Oost). Inl 020-6978066.

In ongeveer honderd kastelen in West-Frankrijk kan een beperkt aantal gasten logeren en - indien gewenst - dineren. De logementen zijn niet te verwarren met de gewone hotels die in historische gebouwen zijn gevestigd. Voor een vriendelijke prijs, vaak goedkoper dan standaard hotelprijzen, ontvangt de kasteelheer of -vrouw de gast "als een vriend des huizes'. Het boekje "Bienvenue au Château' geeft een overzicht van deze kastelen. Te verkrijgen via het Frans Verkeersbureau, Prinsengracht 670, Amsterdam. Inl 020-6203141.