Strad wordt slaggitaar als Yo-Yo Ma naast Ernst Reijseger speelt

Concert: Yo-Yo Ma, cello, met Orkest Amsterdam Drama o.l.v. Maurice Horsthuis, Ernst Reijseger (cello), Trilok Gurtu (percussie) en Michael Moore (klarinet). Programma: Bach: Sarabande uit de Tweede suite voor solo cello; Machover: Begin again again...; Moore: In The Company of Angels, Horsthuis: Yo el Rey voor twee celli en kamerorkest. Gehoord: 31/3 Concertgebouw, Amsterdam.

Één ding heeft Yo-Yo Ma in Nederland in elk geval geleerd: zijn cello bespelen als slaggitaar. Dat blijkt als aan het eind van een kort solo-recital van collega Ernst Reyseger diens grepen plotseling beantwoord worden. En hoog boven aan de trap achter het podium wordt Yo-Yo Ma zichtbaar, de cello in bijna horizontale stand rustend op de knie, net als bij Reijseger. Afwisselend solerend en zorgend voor begeleidings-acoorden overbruggen ze de afstand zonder dat er een strijkstok aan te pas komt. En als ze aan het eind hun instrument als een voetbalcup boven het hoofd heffen, barst er een enthousiast applaus los. Wat een leuk avondje toch!

Leuk en ook lang, met vijf stukken op het programma waaronder twee premières, en eigenlijk drie als men Begin Again Again... van de hier vrijwel onbekende Amerikaan Tod Machover daarbij telt. Zijn stuk is van symfonische aard, maar op de plaats waar doorgaans zo'n honderd musici zitten, staan slechts een paar kasten met floepende lichtjes. De cello van Yo-Yo Ma, met het model van een vlieger, is via snoeren met de kasten verbonden.

Er wordt gesuggereerd dat de electronica net zo levend is als Yo-Yo Ma zelf, maar van interactie is niet veel te merken. De cellist speelt in de onheilspellende en soms mysterieuze context die Machover heeft bedacht en lijkt daarbij net zo vrij als een rapper met een ritme-box. And the music goes on and on and on. Wat men van het resultaat ook vinden mag, als experiment is Machovers creatie niet zonder belang, al was het maar voor de toekomstige arbeidsmarkt. Een kist electronica is allicht goedkoper dan een levend symfonie-orkest. Een aankomend violist kan zich misschien maar beter tot geluidstechnicus laten omscholen.

Componist Maurice Horsthuis gebruikte voor zijn première-stuk Yo el Rey zo'n veertig "echte' musici, maar kon daarmee maar matig overtuigen. Zo kwiek en puntig als hij vorige maand in de Kleine Zaal zijn Amsterdam Drama had gepresenteerd, zo ondoorzichtig en breiïg klonk het gisteren. De voor Reijseger en Yo-Yo Ma geschreven partijen waren weinig sprekend, het symfonische kader zo hybride dat het drama uitbleef. De korte baan ligt Horsthuis blijkbaar beter, zou men eruit kunnen concluderen.

Ook In the Company of Angels had best wat korter gekund. Deze suite van klarinettist Michael Moore bevatte een aantal pakkende passages, van ijl en zwevend tot opgewekt swingend, maar was bij vlagen ook een tikje saai. Bijna een half uur spannende muziek maken, is natuurlijk ook geen sinecure.

Voor het publiek leek het allemaal geen verschil te maken. Het was dankbaar, klapte zich de handen stuk en floot bij wijlen zelfs op de vingers. De koning van de cello bouwde zijn slotfeest en Ernst Reijseger was erbij. Niet als voetveeg of malle hofnar, maar als een collega met een eigen gevolg. Een cello is een cello is een cello en wie van adel is zingt erop.