"Sommige artikelen zijn compleet waar'; In gesprek met Marc Abrahams, hoofdredacteur van de Journal of Irreproducible Results

Iets raars of unieks waargenomen? Proeven waar steeds iets anders uitkomt? Of zo maar een krankzinnig idee? Misschien is het bruikbare kopij voor de Journal of Irreproducible Results.

Op bezoek bij hoofdredacteur Marc Abrahams.

The Journal of Irreproducible Results (ISSN 0022-2038) verschijnt 6 x per jaar. Losse nummers in de VS: $ 3,95. Voor abonnementen: Blackwell Scientific Publications, Inc., 238 Main Street, Cambridge, MA 02142, USA. Tel. 091617-8767000 (James Mahoney). Abonnementsprijs Europa: $ 43,00 (personen) of $ 62,00 (instituten). Redactie-ades: Marc Abrahams, editor, JIR, c/o Wisdom Simulators, Inc., P.O. Box 853, Cambridge, MA 02238, USA. Tel. 091617-4914437.

Een deel van de artikelen uit JIR is gebundeld in "The Best of the Journal of Irreproducible Results' (Workman Publishing, 1983). Een tweede bloemlezing, "Sex is a Heap of Malfunctioning Rubble' (Workman Publishing, 1993), zal dit voorjaar verschijnen.

Een voormalige gistfabriek in Cambridge, Massachussetts. Het bakstenen gebouw herbergt tal van kleine bedrijfjes. Op de tweede verdieping zit Wisdom Simulators, Inc., geleid door de computerkundige Marc Abrahams. Met slechts één secretaresse op de loonlijst weet deze ondernemende academicus, ooit student aan Harvard University een steenworp verderop, alweer negen jaar net het hoofd boven water te houden.

Het chaotische kantoor is tevens het redactie-adres van het fameuze Journal of Irreproducible Results, kortweg JIR. Al bijna veertig jaar lang publiceert deze MAD onder de wetenschappelijke tijdschriften grensverleggend onderzoek op vakgebieden uiteenlopend van moleculaire bestuurskunde tot lauwwarme kernfusie. Abrahams' betrokkenheid bij het blad dateert van drie jaar geleden. ""Ik zond,'' zegt hij, ""destijds een paar artikelen in voor publikatie - werd ik meteen tot hoofdredacteur gebombardeerd.''

JIR werd in 1955 opgericht door Abrahams' voorganger Alexander Kohn, een hoogleraar virologie in Israel en een wereldexpert op het gebied van wetenschappelijke fraude en serendipiteit. Kohn wist in 1955, na lange brainstorms met collega's, een sluitende verklaring te geven voor een van de oudste en hardnekkigste vraagstukken uit de chemie: het breken en zoekraken van glaswerk in laboratoria. Hij bewerkte zijn resultaten tot een artikel en typte erboven: "Journal of Irreproducible Results - Nr. 2'. Hij vergat niet om door de literatuurlijst wat referenties aan Nr. 1 te strooien, zette het op stencil in deelde het uit aan een paar collega's. Het blaadje verspreidde zich als een virus. Het regende abonnementsaanvragen en al gauw kwamen de eerste eerste manuscripten voor volgende nummers binnen. De rest is geschiedenis. JIR groeide in korte tijd uit tot een internationaal tijdschrift van allure en de oplage groeide naar 40.000.

Tegenwoordig gaat het wat minder goed met het blad. De oplage bedraagt op dit moment nog maar 9000. Elke twee maanden vallen er 6000 exemplaren door de brievenbussen van abonnees in veertig landen, de overige 3000 gaan in de Verenigde Staten in de losse verkoop. Gelukkig is het ergste dal voorbij en zit JIR tegenwoordig weer voorzichtig in de lift.

Het wetenschappelijke gehalte van het blad moet, benadrukt de hoofdredacteur, allerminst worden onderschat. Sommige artikelen zijn volgens hem zelfs "compleet waar' en dus "uitstekende wetenschap'. Andere zijn "misschien niet helemaal waar' en derhalve wellicht "wat minder goede wetenschap'. Maar ach, geldt dat niet net zo goed voor elk ander wetenschappelijke tijdschrift? je kunt nu eenmaal onmogelijk alle claims uitvoerig controleren.

Om de degelijkheid van zijn blad te illustereren loopt Abrahams naar zijn bureau en pakt een stapeltje oude nummers. ""Hier, een fijn stuk werk over de taxonomie van plafondtegels. U moet rekenen, daar wordt door miljoenen mensen langdurig naar gestaard, denk alleen al aan scholieren. Niemand had van die tegels ooit een serieuze studie gemaakt, laat staan een classificatie bedacht aan de hand waarvan je ze kunt determineren.''

De hoofdredacteur bladert verder. ""En hier, een artikel over de kruipsnelheid van de slak. Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van uiterst nauwkeurige laserapparatuur, waarmee tijdsverschillen van nano- en picoseconden kunnen worden gemeten. Niet eerder is de snelheid van slakken zo nauwkeurig bepaald.''

NO-NO-NO-NO-NO-NO

Abrahams legt uit dat het in JIR vooral gaat om fundamenteel onderzoek: ""Of iets nuttig of relevant is, laat ons koud. JIR is het officiële orgaan van de Society for Basic Irreproducible Research en dus houden we ons niet bezig met maatschappelijke relevantie. Wat overigens nooit wil zeggen dat zulk basaal onderzoek niet ineens tot belangrijke toepassingen kan leiden.''

Inderdaad publiceerde JIR in het verleden een aantal profetische artikelen waarvan het baanbrekende karakter pas decennia later evident werd. Abrahams: ""Zo hadden we in de jaren vijftig een serie over het gebruik van ritssluitingen in de chirurgie. De auteurs redeneerden dat je, in plaats van patiënten na de operatie dicht te naaien, beter ritsen kunt aanbrengen. Bij medische fouten, of als er per ongeluk instrumenten in het lichaam zijn achtergebleven, kun je snel opnieuw opereren. Welnu, de laatste jaren zijn chirurgen inderdaad volop aan de gang met het ontwikkelen van ritshechtingen.

""Een ander voorbeeld is een stuk, ook vele jaren terug, waarin een aantal nieuwe voorbehoedsmiddelen werden voorgesteld. De verbindingen bevatten veel stikstofoxyde en de structuurformules barstten dan ook van het NO-NO-NO-NO-NO-NO. Zelfs niet-chemici konden zo zien dat het hier alleen kon gaan om voorbehoedsmiddelen. Toch is pas heel onlangs duidelijk geworden hoe raak die indertijd op theoretische gronden gemaakte voorstellen wel waren. Zoals u wellicht weet, hebben neurobiologen vorig jaar ontdekt dat NO een neurotransmitter is en een belangrijke rol speelt bij de opwekking van erecties bij mannen.''

De hoofdredacteur van JIR wordt in zijn redactionele werkzaamheden bijgestaan door een voortreffelijke editorial board. De lijst telt uitsluitend internationale wetenschappelijke kopstukken. De zes Nobelprijswinnaars onder hen - Linus Pauling, John Kendrew, Sheldon Glashow, Leon Lederman, Mel Schwartz en Dudley Herschbach - zijn gemarkeerd met een sterretje.

Twee sterretjes voor een naam betekent een veroordeelde misdadiger, maar in die categorie blijkt in de board op dit moment even niemand te vallen. Abrahams: ""Een paar jaar terug hadden we er bijna een, een gevangene die zich per brief had aangeboden. Maar zijn gevangenisdirecteur verbood het. Schandalig, hoe zo'n man de vooruitgang in de wetenschap kan tegenhouden.''

Gelukkig zijn er meer dan voldoende eminente onderzoekers in de wereld die de eervolle functie van editor bij JIR willen bekleden en het blijkt niet al te moeilijk om ze te recruteren. ""Onze gebruikelijke methode is kidnapping,'' onthult Abrahams, om vervolgens met klem te bevestigen dat achter alle namen van de editorial board werkelijk bestaande personen schuilgaan. ""Er is er maar één die een beetje verschilt van alle andere,'' zegt hij, ""de editor stochastische processen. Daarvoor prikken we elk nummer een nieuwe naam.''

Peer review

Net als andere wetenschappelijke tijdschriften heeft het JIR vaste procedures voor het beoordelen van de toegezonden kopij. Volgens de hoofdredacteur valt het ""in het algemeen af te raden om manuscripten voor te leggen aan onderzoekers uit hetzelfde vakgebied. We zenden ingekomen artikelen naar referees onder voorwaarde dat die ze niet terugsturen. Ook doen we aan peer review. Dat wil zeggen dat we de ingezonden artikelen laten beoordelen door mensen uit de adelstand - zoals u wellicht weet betekent peer niet alleen "gelijke' maar ook "edelman'.

Alles bij elkaar zijn de editorial board, de hoofdredacteur en de peers zeer streng. Dat moet wel, want van het overstelpende aanbod aangeboden kopij kan maar een procent of tien worden gepubliceerd. Dat betekent een afwijzingspercentage, vergelijkbaar met dat van bladen als Science en Nature. Abrahams: ""Het is allesbehalve eenvoudig om iets in het JIR gepubliceerd te krijgen. De kopij moet aan hoge eisen voldoen. Het moet niet alleen eersteklas wetenschap zijn, maar ook nog goed geschreven en begrijpelijk voor onderzoekers buiten het eigen specialistische vakgebied.''

Elke dag ploffen er in Cambridge gemiddeld vier à vijf researchartikelen op de deurmat, over de meest uiteenlopende onderwerpen. Abrahams: ""Op het moment krijg ik veel binnen over kippe-onderzoek. Dat is naar aanleiding van een speciale oproep in een recent nummer. Helaas moet ik daarvan het leeuwedeel afwijzen - niet omdat het geen goed werk is maar omdat het nét niet grensverleggend en prikkelend genoeg is, of reproduceerbaar. Daarnaast ontvangen we elk jaar opnieuw een paar dozijn manuscripten over het zogeheten zoekgeraakte-sokkenprobleem. Het gaat voornamelijk om theoretisch werk over een vraag die de wetenschappelijke gemeenschap al decennia lang verdeelt: waar de sokken blijven die niet meer terugkomen van de wasserette.''

Onder de onreproduceerbare research in JIR zitten vele klassieken. Niet alleen empirische en theoretische doorbraken, maar ook methodologische mijlpalen. De triple blind test en de data-enrichment method worden sinds ze in JIR werden beschreven over de hele wereld toegepast en veel onderzoekers grijpen nog altijd dankbaar naar de definitieve leidraad voor het tekenen van grafieken, The art of finding the right graph paper to get a straight line.

Wachtkamers

Zelf heeft de hoofdredacteur een aantal uitgesproken favorieten. Abrahams: ""Een van de allerbeste artikelen die we ooit hebben afgedrukt was "National Geographic, the Doomsday Machine' uit 1974. Dat ging over het probleem van de oude nummers van National Geographic, die zoals u weet door iedereen worden bewaard en zich dus in de kelders, garages, zolders en wachtkamers in de Verenigde Staten en Canada al maar ophopen. Ook toen al ging het om honderden en nog eens honderden miljoenen exemplaren.

""De auteur van het artikel waarschuwde voor de onontkoombare gevolgen van deze opeenstapeling in dichtbevolkte gebieden: samendrukking en openscheuring van de aardkorst, het optreden van aardschokken, het geleidelijk wegzinken van huizen, woonwijken, steden en staten. Door het steeds maar toenemende gewicht zou uiteindelijk het hele Noordamerikaanse continent onderlopen, terwijl het mondiale zeeniveau zou stijgen met alle klimatologische gevolgen vandien. Allicht dat de schrijver opriep tot onmiddellijke stopzetting van de publikatie van de National Geographic.''

""Het artikel lokte veel reacties uit. Een geoloog rekende precies uit hoe lang het zou duren eer het vasteland van de Verenigde Staten 100 voet naar beneden zou zinken bij gelijkblijvend publikatietempo. Dat bleek 25 miljard jaar te zijn, vijfeneenhalf keer de huidige ouderdom van de aarde. Dus verweet hij de auteur van het Doomsday-stuk dat die onnodige paniek veroorzaakte. Bovendien zouden volgens zijn berekeningen niet de hele VS, maar alleen stroken langs de Oostkust, Florida, Louisiana en Texas in zee verdwijnen.

""Een tweede briefschrijver vocht vervolgens weer sommige van de aannames van die geoloog aan. Enfin, daar kwamen ook weer reacties op met als resultaat een levendig wetenschappelijk debat dat jarenlang in onze kolommen heeft voortgewoed.''

Rimpelcrème

Naast researchartikelen en correspondentie bevat elk nummer van JIR ook een aantal vaste rubrieken. Eén daarvan is Scientific Gossip, vol actuele achterklap afkomstig uit alle delen van de wereld. Abrahams: ""Neem bijvoorbeeld dat gerucht uit ons laatste nummer van vorig jaar, over die anti-rimpelcrème uit de voormalige Sovjet-Unie, die zou zijn gemaakt uit het pus van adolescente acne-lijders. Dat was nog nergens gepubliceerd. Als je zoiets hoort, vind ik, mag je dat je lezers niet onthouden.''

Een andere rubriek is Nobel Thoughts, bestaande uit exclusieve diepte-interviews met Nobelprijswinnaars. Abrahams: ""Ze krijgen vragen voorgelegd als "Gebruikt u liever een pen of een potlood?' en "Stapt u bij het aankleden eerst in uw linker- of in uw rechterbroekspijp?''' Onlangs was de beurt aan uw landgenoot Jan Tinbergen. Hij vertelde interessante dingen over het gemak van Postbank-betaalkaarten en gaf zijn deskundige mening over het werpen van muntjes in fonteinen en wensputten.''

Elk nummer van JIR bevat daarnaast een Technology Update over nieuwe uitvindingen, een servicerubriek JIR Recommends waarin lezers op niet-reproduceerbaar onderzoek uit andere wetenschappelijke tijdschriften opmerkzaam worden gemaakt, en natuurlijk de oplossing van de puzzel van de vorige aflevering (een nieuwe opgave ontbreekt altijd).

En ten slotte is er Elegant results, waarin onderzoek staat samenvat afkomstig uit vooraanstaande tijdschriften als Elegance, Cospopolitan, Seventeen, Vogue, Cat Fancy, The Ladies Home Journal en Women and Guns. Abrahams: ""Uit deze tijdschriften, en in het bijzonder de vrouwenbladen, putten we verrassend veel onderzoeksnieuws. Je kunt het je niet veroorloven om ze niet bij te houden. Vooral in de cosmetische advertenties staan veel opmerkelijke wetenschappelijke claims waarover je elders nergens iets gepubliceerd ziet.''

De editor is zichtbaar trots op zijn produkt, al zegt hij altijd op zoek te zijn naar perfectionering en verbetering. Een eeuwig probleem vormen de financiën. Vrijwel alls moet komen uit de abonnementsgelden en de inkomsten van de vrije verkoop. Abrahams: ""Aan advertenties krijgen we helaas heel weinig binnen. Onze enige vaste adverteerder is het bedrijfje Scientific Novelty Co., dat een vergelijkend-anatomische wandkaart aan de man brengt. Een leerzame poster, dat wel, Penissen uit het Dierenrijk, maar we zullen er nooit rijk van worden.''

De enige hoop is dus werving van nieuwe abonnees, en dat kan alleen maar door het blad nóg aantrekkelijker, actueler en grensverleggender te maken. Abrahams: ""Op dit moment ben ik al weer druk bezig met de voorbereiding van de jaarlijkse badpakkennummer. U kunt zich voorstellen dat zo'n thema verschrikkelijk veel wetenschappelijke vragen oproept. Te veel om op te noemen, eigenlijk.''