Skistokarcheologie

Das Similaun-Syndrom. Oecci Homo. Von der Entdeckung der Gletschermumie zum transdisziplinären Forschungsdesign. Mit einem Glossar für fast alle Wissensgebiete. Door Anton Haller.

Litzelstetter Libellen, Ziemlich Neue Folge Nr. 1. Bodensee, Die Libelle, 1992. 64 blz. Prijs: 19 DM. ISBN 3 909081 54 1

Das Fegefeuer-Theorem. De Purgatorio. Eschatologische Axiomatik zum transorbitalen Sündenmanagement. Door J.A.P. Heesterbeek, J.M.A.M. van Neerven en H.A.J.M. Schellinx.

Litzelstetter Libellen, Ziemlich Neue Folge Nr. 2. Bodensee, Die Libelle, 1992. 56 blz. Prijs: 19 DM. ISBN 3 909081 55 X

Das Germknödel-Paradigma. De Arte Germoecologiae. Der yeast-dumpling-approach als Subsistenzmedium sozialökologischer Forschung. Bernd Halfar en Norbert Schneider (red.).

Litzelstetter Libellen, Ziemlich Neue Folge Nr. 3. Bodensee, Die Libelle, 1992. 84 blz. Prijs: 19 DM. ISBN 3 909081 25 8

Das Soprano-Projekt. De Iaculatione Tomatonis (in cantatricem). Experimental Demonstration of the tomatotropic organization in the soprano (Cantatrix sopranica L.). Door Georges Perec.

Litzelstetter Libellen, Ziemlich Neue Folge Nr. 4. Bodensee, Die Libelle, 1992. 48 blz. Prijs: 19 DM. ISBN 3 909081 26 6

De in 1991 ontdekte Tiroler gletsjermummie, ook wel bekend onder de namen "Oetzi' en "Similaunman', zorgde de afgelopen maand weer voor de nodige opschudding. Aanleiding was de publikatie, door een journalist, van een boek waarin wordt betoogd dat het ging om een Piltdown-achtige practical joke.

Op die theorie valt een hoop af te dingen, maar daar gaat het hier niet om. Vermoedelijk is het boek zelf te beschouwen als een grap, bedoeld om munt te slaan uit de sensatie. Wat slechts zeer weinigen weten, is dat dit niet de eerste aan het ijslijk gewijde boek was. Die eer komt toe aan Das Similaun-Syndrom van Anton Haller, een soort verkenning van de "Transdisziplinäre Forschungsdesign' waartoe de vondst zou kunnen inspireren. Het boekje begint met een handig, druk geannoteerd overzicht van de "Oergeschiedenis van het Oetzi-onderzoek', met onder meer behartenswaardige opmerkingen over de "Individualpsychologische und lebensgeschichtliche Vorbedingungen der Fundkompetenz', dat wil zeggen de factoren die ertoe bijdroegen dat juist de bergwandelaarster Erika Simon de mummie als eerste opmerkte. Ofschoon prenatale invloeden geheel onbesproken blijven, is duidelijk dat de vakantieplanning van het echtpaar Simon een belangrijke rol speelde.

Hiernaast komen ook de "Makroklimatische Vorbedingungen der Fundevidenz' alsmede de ontdekking zelf uitgebreid aan de orde. Haller beschrijft hoe de mummie, die zich in ongewassen toestand in het ijs bevond, met behulp van zogeheten skistok-archeologie werd uitgegraven.

Ongetwijfeld het belangrijkste onderdeel van het boek vormt het glossarium, waarin thema's als de opstandingstheologie, het broeikaseffect en de stand van het feministisch gletscheronderzoek aan de orde komen. Daarin worden, zo leren we, op zijn minst drie richtingen onderscheiden: de mythologiekritische, de topologisch-deconstructivistische en de mediakritische. Het sexistische element in het Europese gletscheronderzoek tot dusver komt, zo zeggen feministen, het duidelijkst tot uitdrukking in het feit dat tot nu toe principieel alleen maar mannelijke lijken worden gevonden.

Das Similaun-Syndrom is het eerste deeltje uit een reeks van vier. De deeltjes bevatten alle vier een uitvouwbare Graphische Gratisgabe en zijn voorzien van beknopte samenvattingen in het Engels, Italiaans, Latijn, Zweeds, Nederlands, Frans, Japans, Duits, Vroeghoogduits en Arabisch.

Deel twee in de serie is geschreven door drie landgenoten, met als eerste auteur de Bossche wiskundige Hans Heesterbeek. Het trio levert een staaltje moderne deomathemathiek op, zo te zien, thomistische grondslag. Na eerst een formele eschatologische axiomatisering te hebben gegeven van het zondenbegrip, leiden de auteurs op briljante wijze af dat er voor "zondaars met een niet overaftelbaar oneindige zondenlast' een "niet-triviaal tijdsinterval' moet bestaan tussen het "aardse afsterftijdstip en het zgn. "break-heaven-point'. Hiermee is impliciet het bestaan van een Vagevuur bewezen.

Das Fegefeuer-Theorem is niet alleen gefundenes Fressen voor Deomathematen, maar kan aan elke wiskundige en religieuze leek van harte worden aanbevolen. Het is een van de helderste inleidingen tot de zondencalculus die ik ken en de lezing ervan kan, zoals ook terecht in het voorwoord staat vermeld, de persoonlijke smoortijd gunstig beïnvloeden.

Het niveau van Das Feugefeuer-Theorem wordt door Das Soprano-Projekt en Das Germknödel-Paradigma helaas niet geëvenaard. Daar staat tegenover dat de reeks als geheel aantoont dat de Duitse taal nog steeds de lingua franca is van alle wetenschap.