Rotterdam: vormen deelgemeenten trager, nieuwe provincie niet

ROTTERDAM, 1 APRIL. Het gemeentebestuur van Rotterdam vreest dat het omvormen van de tien huidige deelgemeenten tot nieuwe gemeenten veel langer gaat duren dan tot nu toe was aangenomen.

Volgens de plannen van het Overlegorgaan Rijnmondgemeenten (OOR), waarvan Rotterdam altijd de motor is geweest, moeten de zeventien gemeenten in de Rijnmond en de Rotterdamse deelgemeenten in 1995 zijn samengesmolten tot een nieuwe provincie. Het Rotterdamse college van B en W voorziet vooral problemen met de ingrijpende herverdeling van de 25.000 gemeente-ambtenaren, de verdeling van financiën, taken en bevoegdheden over de nieuwe gemeenten. Binnen een jaar zouden de tien Rotterdamse deelgemeenten moeten kunnen functioneren als zelfstandige gemeenten. Het college twijfelt er op dit moment sterk aan of dat lukt.

Het OOR hoopt dat de bewoners van de Rijnmond al in 1994 rechtstreeks vertegenwoordigers kunnen kiezen voor een regionaal bestuur dat de afsplitsing van de provincie Zuid-Holland en de opheffing van de gemeente Rotterdam gaat voorbereiden.

B en W van Rotterdam willen nog niet afwijken van het tijdschema dat het OOR heeft opgesteld voor de reorganisatie van het bestuur. Wel zal het college een aantal voorwaarden formuleren waaraan moet worden voldaan voordat het zogenoemde pre-regiobestuur volgend jaar de definitieve vorming van de nieuwe provincie en de opheffing van de gemeente Rotterdam kan gaan voorbereiden. Binnenkort gaat het college daarover praten met de betrokken deelgemeenten en het OOR.

Het dagelijks bestuur van het OOR heeft zich tot nu toe vooral beziggehouden met de hoofdlijnen van de reorganisatie. De omvorming vergt een wetgevingsoperatie waarbij tenminste tweehonderd wetten moeten worden bezien. Daarbij zijn vrijwel alle departementen in Den Haag betrokken. Het bestuur van het OOR vindt dat die operatie tot nu toe te langzaam verloopt. Het OOR stelt daarom voor een regeringscommissaris te benoemen die zich met het op stellen van de wet gaat bezighouden, onder verantwoorde lijkheid van het ministerie van binnenlandse zaken. Medio 1994 zou deze zogenoemde lex specialis door het parlement moeten worden behandeld.