Pronk snelt in Soedan van ene hoopje mens naar het andere

NASSIR/JUBA, 1 APRIL. Joseph Oduho is dood. De reis van minister Jan Pronk naar Zuid-Soedan begint met somber nieuws. Nog vóór de minister vanuit Kenia het rebellengebied van Zuid-Soedan is binnengevlogen, komt het bericht dat verzetsstrijders onderling hevig zijn slaags geraakt. De gerespecteerde 64-jarige verzetsstrijder Joseph Haworu Oduho, die het sinds 1955 opnam tegen het gearabiseerde noorden, verloor daarbij zaterdag het leven. De revolutie van Zuid-Soedan begint haar eigen helden te verslinden. Uit de eerste, vage berichten over de strijd blijft duister hoe Oduho aan zijn einde kwam.

Naar Kongor, waar de gevechten zich afspelen, kan de minister op deze hete zondagmiddag dus niet reizen. Het gezelschap van ambtenaren en journalisten aangevoerd door Pronk vliegt in plaats daarvan naar Nassir, aan de rivier de Sobat. Het gehucht van een tiental goeddeels vernietigde stenen huisjes en honderden felgele rieten tukuls (hutten) is de hoofdplaats van de rebellenfactie van Rièk Machar. Na vriendelijke blikken naar honderden pikzwarte naakte kindertjes die de minister verwelkomen springt Pronk in een speedboat. Nog vóór zonsondergang wil hij een kamp langs de rivier bezoeken van ruim 1.000 minderjarige ontheemden. Daarna is het tijd voor de malariatabletten en verdwijnt de minister in zijn tukul voor de nachtrust.

Maandagochtend om half zeven staat de minister bij een teiltje water ingesmeerd met scheerzeep. Op de tast doet hij een poging zijn stoppels af te krabben. Een oude man van het Shiluk-volk staat hem met toenemende verbazing te bestuderen. Hij begint te gebaren en biedt hulp aan. Trek die haren er toch gewoon zo met je vingers uit, probeert hij duidelijk te maken. Achter de minister springen 10 poedelnaakte mannen in de Sobat voor hun ochtendbad. Na een vluchtig bezoek aan een schuur die de naam ziekenhuis onwaardig is en de verlaten voedselmarkt haast de delegatie zich naar het vliegtuigje.

De volgende bestemming is Duar, gelegen in het enorme Sudd-moerasgebied bij de Nijl. Jubelende leden van het Nuer-volk staan de minister op te wachten. Ze hebben Nederlandse kaasvlaggetjes in hun kroeshaar gestoken. Tussen hen staat Jacques de Milliano, directeur van Artsen zonder Grenzen. In alle stilte bestrijden Nederlandse vrijwilligers in Duar al enige jaren de epidemie van de ziekte Kala Azar. Duizenden levens werden zo gespaard, maar een geschatte 60.000 gingen toch verloren. Pronk praat met een groepje verteerde mensen die levenloos onder een boom zitten. Met 15 mensen begonnen ze twee weken geleden aan hun tocht naar Duar. Vijf overlevenden kwamen vanochtend aan.

Na de lunch wordt koers gezet naar Ayod, een gehucht op twee dagen lopen van Kongor waar de strijd voortduurt. De VN-staf in Ayod trok zich daarom gisteren voor een dag terug, uit vrees dat het slagveld zich zou uitbreiden. De hulpverleners lieten 20.000 hongerige ontheemden achter, slachtoffers niét van de oorlog tussen verzet en regering, maar tussen de rebellen onderling. Er is haast. De minister rent van het ene hoopje mens naar het andere.

Dit bliksembezoek lijkt op rampentoerisme. Na 45 minuten zit het gezelschap weer in de lucht. Dinsdag begint de dag met een bezoek aan Juba, de regionale hoofdstad in regeringsgebied. De autoriteiten blijken pas op het allerlaatste moment op de hoogte gebracht van het ministeriële bezoek. De dienstdoende opzichter op het vliegveld zoekt de sleutel van de VIP-room. Na een uur wachten is het regeringsapparaat warmgelopen. De plaatsvervangend gouverneur vertelt in een pluche kantoor hoe er rust en vrede heerst in Juba. Mensenrechten, nee, die worden niet geschonden in Juba.

De volgende stop is Nimule, aan de Oegandese grens. Dit is het gebied van de rebellenfactie van leider John Garang. Ruim 130.000 ontheemden werden hier maandenlang goeddeels genegeerd door hulpverleners wegens een conflict tussen de VN en de verzetsbeweging over de moord in september op drie hulpverleners en een journalist door de rebellen. In het kamp Amé wachten zwaarondervoede kinderen Pronk op met het lied "Amerika help, Amerika helpt!'. Dat liedje hadden ze ingestudeerd voor de Amerikaanse ambassadeur die hier onlangs was. Tijdens het gezang blijven de kinderen zitten, ze zijn te zwak om op te staan.

Woensdag, de laatste dag van het bezoek, is voor gesprekken met de leiders van de twee rebellenfacties. Pronk wijst eerst in Yuay, niet ver van het front bij Kongor, Rièk Machar op de dramatische gevolgen van de interne strijd binnen het verzet. 's Avonds drukt de minister in Nairobi bij Rièks rivaal John Garang dezelfde zorgen uit.

Inmidddels is uit verhalen van ooggetuigen gebleken hoe Joseph Oduho aan zijn einde kwam. Bij de inname van Kongor door Garangs troepen kon de oude Oduhu niet snel genoeg wegrennen. Hij werd gevangengenomen. En geëxecuteerd.