Poep op de ruit

What bird did that? A driver's guide to some common birds of North America. Peter Hansard en Burton Silver, Ten Speed Press, Berkeley, 1991. 64 pagina's, $7,95. ISBN 0-89815-427-8

In de Verenigde Staten doet men alles per automobiel, liefst zonder het voertuig te verlaten: hamburgers eten, films kijken, sex bedrijven, van de natuur genieten. Het idee voor What bird did that? moest daarom wel in Amerika ontstaan: een boek dat de vogelliefhebber in staat stelt overvliegende exemplaren te identificeren aan de hand van de klodder die zojuist op de ruit of de lak van de auto is uiteengespat.

Hoewel het boek heel bescheiden bedoeld is als driver's guide to some common birds of North America gaat de betekenis ervan verder.

Een overvliegende vogel is zo voorbij en kan zelfs ongezien passeren. Wat hij laat vallen is aanzienlijk duurzamer. In de vrije natuur kan de poep belanden op gebladerte, boomschors of oneffen bodem, wat de studie ervan bemoeilijkt, maar het gladde oppervlak van de meeste auto-onderdelen blijkt erg geschikt om een splay op te vangen. Het glas leent zich daar in het bijzonder voor, omdat het gedeponeerde van twee kanten kan worden bekeken. De voorruit is het prepareerglas van de ornitholoog, of zou dat moeten zijn.

Nederlandse vogelaars moeten dit instrument onmiddellijk in gebruik nemen. Volgens dit boek bestaan er al tientallen Ornithological Dejecta Societies en Avian Splay Leagues, voornamelijk in de Angelsaksische wereld.

De schrijvers, Peter Hansard en Burton Silver, vatten hun taak serieus op. Het boek begint al met een anatomie (Hansard en Silver noemen het een topografie) van de te pletter geslagen ontlasting. Men onderscheidt een kern, een sub-kern, verschillende enveloppen en lobben, en verder groepjes vaste deeltjes. Sommige van deze onderdelen kunnen afwezig zijn, dat is soortsafhankelijk. De specifieke vorm die de vlek aanneemt is eveneens afhankelijk van de soort, van de valhoogte en van de snelheid van de auto. De vormen die in What bird did that? worden genoemd zijn de Splerd, de Schplutz, de Splood, de Sklop en de Schplerter.

Veertig omeletvormige visitekaartjes van evenzovele vogelsoorten worden vervolgens gepresenteerd. Dat gebeurt met behulp van puntgave kleurenfoto's, goed van belichting en in de meeste gevallen met een aangename zwarte achtergrond, die de aandacht niet afleidt. Het is duidelijk dat het materiaal met zorg is geprepareerd. Datum, tijd en plaats, weersomstandigheden en voertuigsnelheid staan erbij. Zelfs beschrijvingen van de geur ontbreken niet.

Om de kwakjes te karakteriseren hebben de schrijvers hun eigen wijnkennersjargon bedacht: je hebt ze generous, graceful, en ook confident.

De verdere informatie is bewust op de automobilist gericht: een silhouet van de betreffende vogelsoort omdat je vanachter het stuur toch niet méér ziet dan dat, en adviezen over waar te gaan rijden, in welk seizoen en met welke snelheid, om de kans op een bruikbare eigen waarneming te vergroten. Als toppunt van attentie is er nog een plaatje van een vleermuizedrol, die het verschil tussen de uitwerpselen van vogels en die van vliegende zoogdieren voorgoed duidelijk maakt.

De afbeeldingen roepen associaties op met kometen, sterrenstelsels en andere vormen uit de astronomie. Het is dus niet verbazend dat er een apart hoofdstukje is opgenomen over vogelpoep als kunstvorm.

Hansard en Silver maken melding van een bijzonder goed gelukt object dat in een galerie in Dallas voor 6000 dollar van eigenaar verwisselde, en van kunstenaars die de in de natuur aangetroffen vormen proberen te imiteren door bepaalde verfmengsels op de juiste wijze omlaag te laten vallen.

Natuurlijke exemplaren kunnen het best worden verzameld door de voorruit van de auto (en eventueel andere delen) te voorzien van een laag doorzichtig, zelfklevend plastic. Verwijderen dient niet te kort na de inslag te gebeuren, omdat het kleinood eerst moet drogen. Wat je moet doen en vooral laten om dat proces optimaal te laten verlopen wordt uitgebreid beschreven.

Toch blijft What bird did that? teveel aan de oppervlakte, en dat is jammer. Per vogelsoort is er één pagina beschikbaar, met soms niet meer dan tien regels tekst. Een in het oog springende tekortkoming: de auteurs noemen het feit dat het uiterlijk van een klodder de gezondheidstoestand van de vogel weerspiegelt (met het detail dat een officier van Napoleon al in 1805 vaststelde dat uitgeputte postduiven groener poepten), maar verstrekken daar geen praktisch toepasbare informatie over. Wel over de reconstructie van het dieet aan de hand van het gevondene. Maar het blijft te weinig.

Een ander bezwaar is het feit dat er alleen Noordamerikaanse vogels worden behandeld. Een vergelijkbaar boek over vogelontlasting in de Oude Wereld zou van aanzienlijke wetenschappelijke waarde zijn. Intussen verdient What bird did that? een eigen plek in de reisbibliotheek voor de VS, tussen het woordenboek, het boekje over zeden en gebruiken onder Indianen, en de gids voor Yellowstone Park.