Op de barricade voor de witte haren van Alberti

MADRID, 1 APRIL. Even was het weer 1937. In de theaterzaal van de Circulo de Bellas Artes in Madrid klapten gisteravond honderden inderhaast bijeengekomen schrijvers en politici, dansers en dichters hun handen stuk na een lofdicht op de Internationale Brigades. Er werd vurig gedeclameerd en opgeroepen om de poëzie en het socialisme te verdedigen tegen de gebundelde krachten van de reactie.

Buiten was het een gewone lente-avond. Van een nieuwe belegering door de troepen van generaal Franco was niets te merken. Geen bommenwerpers die overvlogen, geen zandzakken in de straat. De samenscholing in het kunstbolwerk van de Spaanse hoofdstad was dan ook bedoeld om steun te betuigen aan een veteraan van de vorige burgeroorlog: de dichter Rafael Alberti, die er onlangs van werd beschuldigd als lid van de tsjeka (geheime politie) tijdens het beleg van Madrid op deze zelfde plek een lange reeks doodvonnissen van rechtse burgers te hebben getekend.

Rafael Alberti is niet veel minder dan een heilige in het huidige Spanje. De verzamelde kunstenaars en intellectuelen waarschuwden gisteren dat niemand "het wonder van de witte haren van Alberti' mag aanraken en onderstreepten zijn "eucharistische aanwezigheid in het volk en in de wereld'.

Hij is de enige overlevende van de "generatie van '27', waartoe dichters behoorden als Federico Garcia Lorca, Vicente Aleixandre, Pedro Salinas, Jorge Guillén, Luis Cernuda en Gerardo Diego - namen die onverbrekelijk verbonden zijn met de wonderbaarlijke culturele bloei uit de eerste jaren van de Republiek.

Alberti was politiek actief tijdens de oorlog en onder andere betrokken bij de evacuatie van de schilderijen van het Prado naar Zwitserland; al lijkt het erop dat hij zijn rol bij deze reddingsoperatie later zelf enigszins heeft aangedikt. In 1938 ging hij in ballingschap om pas na de dood van Franco in 1975 en het herstel van de democratie terug te keren in zijn vaderland, waar hij tegenwoordig bijna een dagtaak heeft aan het in ontvangst nemen van huldeblijken en het bijwonen van herdenkingen.

De affaire-Alberti staat niet op zichzelf. Spanje beleeft de laatste maanden zoiets als een mentale terugslag van de veelgeprezen vreedzame overgang naar de democratie. De door corruptie-schandalen en een hevige economische crisis geplaagde regering van de socialist Felipe Gonzalez heeft ruimte geschapen voor nostalgische verhalen over de rust en stabiliteit van de dictatuur. De boekwinkels liggen vol met boeken over Franco en memoires van politici uit zijn bewind. Volgens recente opiniepeilingen bestaat er bovendien voor het eerst sinds mensenheugenis de mogelijkheid van een rechtse overwinning bij de volgende verkiezingen, die dit najaar worden gehouden.

Pag.5: Sentimenten uit jaren '30 laaien op

De inmiddels 90-jarige Rafael Alberti heeft zijn geboortehuis als museum en documentatiecentrum laten inrichten en publiceert zijn memoires in afleveringen in het toonaangevende dagblad El Pais. De schok was dan ook groot toen de rechtse publicist Torcuato Luca de Tena schreef dat hij betrokken was geweest bij de stalinistische terreur tijdens de nadagen van de republiek. Het boek waarin dit wordt betoogd is onderscheiden met een belangrijke prijs voor populair-historisch werk.

De schrijver is bovendien niet de eerste de beste. Hij is mede- eigenaar en was jarenlang hoofdredacteur van het grote rechtse dagblad ABC. Aangevallen op zijn beweringen over Alberti moest hij toegeven niet over documenten te beschikken die zijn beschuldiging staven, maar zich slechts te baseren op mondelinge mededelingen van anonieme derden.

El Pais keerde zich al eerder in een vlammend hoofdartikel tegen de aanval op de oude bard, die geplaatst werd in het kader van een toenmende manipulatie van de recente geschiedenis door schrijvers en politici van rechts.

In het nauw gebrachte socialisten zoals Alfonso Guerra, de "nummer 2' van de partij, stoken het vuur van oude sentimenten verder op door in toespraken rechtstreeks te verwijzen naar de jaren dertig en te waarschuwen voor het opnieuw aan de macht komen van grootgrondbezitters en kapelaans.

Rafael Alberti is inmiddels een juridische procedure begonnen tegen Luca de Tena. De honderd miljoen peseta die hij als smartegeld eist zullen, indien toegewezen, voor de hulp aan Aids-slachtoffers worden gebruikt. Die ziekte bestond nog niet in de jaren dertig.