Ondermaatse Canadezen aan basis Brits ijshockeysucces

EINDHOVEN, 1 APRIL. IJshockeyers die letterlijk te klein zijn voor de Canadese profcompetitie hebben de Nederlandse hoop op een plaats in de A-poule aan flarden geschaatst. Met tien voormalige Canadezen in het team won Groot-Brittannië gisteravond het beslissende duel van Nederland met inzet, fanatisme en een gelukkig doelpunt.

In Canada is ijshockey uitgevonden, vanuit Canada kreeg de sport succes in Nederland. Canadezen met Nederlandse ouders en Nederlandse paspoorten, zoals Jack de Heer en de huidige bondscoach Larry van Wieren, promoveerden namens Nederland in 1979 naar de A-poule. Engeland won vorig jaar met vijf Canadezen de C-poule en dit keer met een tiental de B-poule. Zij spelen al langer dan vijf jaar in de Britse competitie en kwamen daardoor in aanmerking voor een Brits paspoort.

Het zijn tweederangs ijshockeyers die de National Hockey League (NHL), de Canadees-Amerikaanse profcompetitie, niet haalden. “Voornamelijk omdat ze te klein zijn”, vertelt de Canadese coach van Groot-Brittannië, Alex Dampier. “In de juniorenteams krijg je een paar kansen”, zegt topscorer Richard Fera die ongeveer 1.75 is, terwijl een beetje NHL-speler daar een decimeter bovenuit steekt. “Als je die niet pakt, mag je blij zijn dat er overal in de wereld ijshockey gespeeld wordt.”

De Canadezen nemen hun mentaliteit en spelopvatting mee naar Europa. Europees ijshockey legt de nadruk op techniek, Canadees ijshockey op winnen. Desnoods met geweld. Fera en zijn teamgenoten beukten er gisteravond de eerste tien minuten op los. Sticks, armen en handschoenen wapperden alle kanten op. Nederland liet zich provoceren en deed even hard mee. In de laatste tien minuten, bij 2-2, hadden beide team kunnen winnen. De Britten scoorden na een rare stuiter van de puck. “Zo'n goal waar de doelman nachtmerries van krijgt”, zei Dampier.

Het Britse succes doet denken aan de hoogtijdagen van het Nederlands ijshockey, begin jaren tachtig. “Groot-Brittannië is pas begonnen toen Nederland al naar de Olympische Spelen was geweest”, vertelt coach Dampier. “Er bestaat pas tien jaar een serieuze competitie. Heineken heeft die ieder jaar gesponsord met een half miljoen pond per jaar.” Van de tien clubs in de hoogste divisie komen er zeven uit Engeland, twee uit Schotland en één uit Wales.

Maar de sport leeft van de buitenlandse inbreng. Dampier: “Ik hoop dat we leren van de fouten die Nederland heeft gemaakt bij het ontwikkelen van de sport. Hier is te veel vertrouwd op de inbreng van de buitenlanders. Ook bij ons staat het opleidingssysteem voor jonge spelers onder druk. Er komt helaas ieder jaar een ijsbaan en dus een club bij. Dat vraagt om twintig goede, nieuwe spelers, veel meer dan er zijn.”

Dampier had de Canadezen bij het Nationale team gehaald om per se niet te degraderen. “En om een kans op plaatsing voor de Spelen te houden. De Olympische Spelen betekenen alles voor sponsors en voor de interesse van het publiek. Wie maakt het wat uit wie je bent, als je niet meedoet aan de Spelen. Daarom spelen we in onze sterkste opstelling. Volgend jaar doen er weer hooguit twee Canadezen mee. Dan wil ik juist Britse spelers een kans geven.”

Het toernooi werd op de eerste speeldag, om half elf 's ochtends beslist. Toen liet Polen, degradant uit de A-poule en daarom favoriet, zich verrassen door de fanatieke Britten. Die zetten met een 4-3 zege het toernooi op zijn kop en versloegen vervolgens ook Japan, Denemarken en Nederland. In de A-poule staat Groot-Brittannië volgend jaar een pak slaag te wachten van Zweden, Canada, Finland en de Verenigde Staten, maar er spelen ook minder sterke teams zoals Frankrijk en Italië.

Over tien dagen beginnen de finalerondes van de Britse competitie. “Een anti-climax”, zei Fera gisteravond. “Al win je tien keer achter elkaar het nationaal kampioenschap. Dit is waar je voor leeft. This is hockey, man. Promotie naar de A-poule. Wij tegen Canada.”