NWO reorganiseert zonder wapengekletter

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek verdeelt jaarlijks 470 miljoen gulden over talrijke onderzoeksprojecten. Een ingrijpende reorganisatie moet NWO nu minder "versnipperd' maken.

Reorganiseren zonder wapengekletter. Dat lijkt het devies van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De eerste stichtingen, waarin de onderzoeksdisciplines zijn ondergebracht, hebben reeds het loodje moeten leggen. Deze week besloot het algemeen bestuur van NWO dat het "zeegaand onderzoek' verhuist naar een nieuwe stichting: "Geologisch, Oceanografisch en Atmosfeer-onderzoek', kortweg GOA. De stichtingen "Onderzoek der zee' en "Aardwetenscappelijk onderzoek' alsmede de werkgemeenschap "Meteorologie en fysische oceanografie' houden per 1 januari op te bestaan. Daarmee heeft NWO een eerste stap gezet op weg naar een compactere organisatie.

Het wetenschappelijk onderzoek aan Nederlandse universiteiten wordt op drie manieren gefinancierd: allereerst direct door de rijksoverheid (de "eerste geldstroom', jaarlijks ongeveer 1,7 miljard gulden). Verder via een "omweg' met subsidies van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, een wettelijke organisatie met een door de minister van onderwijs en wetenschappen benoemd bestuur (tweede geldstroom, 470 miljoen per jaar). Ten slotte wordt er, geheel buiten de overheid om, contract-onderzoek gedaan, vaak gefinancierd door het bedrijfsleven (derde geldstroom, ongeveer 500 miljoen gulden per jaar). Zestig procent van de NWO-subsidies gaan naar onderzoek dat plaatsheeft aan de universiteiten, vooral bij de exacte wetenschappen (vorig jaar 64 miljoen). Ruim dertig procent wordt gestoken in eigen onderzoeksinstituten, zoals het Nederlands instituut voor onderzoek der Zee en het Nationaal instituut voor kernfysica en hoge-energiefysica. Meer dan 4.000 mensen verrichten via NWO wetenschappelijk onderzoek.

Beschaafd gejuich

Dàt NWO moest reorganiseren had men op de burelen van de organisatie niet voorzien. Integendeel, daar klonk kort na het aantreden van minister Ritzen beschaafd gejuich. Als het aan deze bewindsman lag, zou de organisatie er in vijf jaar 125 miljoen gulden bijkrijgen. Maar de minister had buiten de universiteiten gerekend, net als zijn voorgangers Pais (VVD) en Deetman (CDA). Zij stelden pogingen in het werk jaarlijks vijf miljoen gulden van de universiteiten naar NWO over te hevelen, omdat verdeling van de gelden door NWO beter controleerbaar is dan wanneer het geld rechtstreeks naar de universiteiten gaat. De universiteiten wisten het plan van Pais ongedaan te maken, bij Deetman gingen ze pas na langdurige protesten akkoord met de overheveling van vijf miljoen gulden naar de tweede geldstroom. Ritzen moest onder druk van de universiteiten een forse stap terug doen: in plaats van 125 miljoen, zoals hij had voorgesteld, kreeg NWO er uiteindelijk de jaarlijkse som van 25 miljoen gulden bij.

Klaagzangen van die kant bleven uit. In plaats daarvan trok het bestuur enkele ingrijpende conclusies. Het aantal stichtingen dat zich bezighoudt met het verdelen van de subsidiegelden moet drastisch worden verminderd. Stichtingen met een budget van minder dan vier miljoen gulden moeten verdwijnen. Onder die grens vallen ongeveer de helft van alle 34 afdelingen en stichtingen die NWO telt, zoals de stichting Taalwetenschap, de stichting Historisch onderzoek en de stichting Wijsgerig onderzoek. Bij opheffing zullen de gebiedsbesturen waar zij nu onder ressorteren zich bezighouden met de verdeling van de onderzoeksgelden. Hoeveel stichtingen er zullen overblijven is nog onbekend. Ook verdwijnen de "werkgemeenschappen' die onderzoeksaanvragen beoordelen, ervoor in de plaats moeten jury's komen die om de paar jaar van samenstelling veranderen. Ten slotte wil NWO ook een andere kanalisering van de subsidiestroom: minder geld voor het het aantrekken van (nog niet gepromoveerde) onderzoekers-in-opleiding (zogenaamde oio's) en meer voor jonge, reeds gepromoveerde en veelbelovende onderzoekers, de zogenoemde post-doc's.

""Een keuze voor de diepte in plaats van geld blijven stoppen in de breedte'', noemt de voorzitter van het algemeen bestuur, dr. J. Borgman, de voorgestelde koerswijziging. ""Als het verwachte geld uitblijft, moet je keuzes durven maken. Wij kiezen voor het subsidiëren van geavanceerd onderzoek. Dat kàn ook, omdat universiteiten veel meer dan vroeger geneigd zijn om mensen te laten promoveren. Het aantal assistenten-in-opleiding dat door de universiteiten wordt betaald neemt enorm toe. Dat biedt ons de gelegenheid het zwaartepunt te verleggen naar projecten waarvoor de universiteiten niet het benodigde geld op tafel kunnen leggen''.

Hartelijk instemmen

De reacties op de reorganisatieplannen lopen uiteen van positief tot kritisch. Voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, drs. J.K. Gevers, kan ""hartelijk instemmen'' met de nieuwe opzet van de onderzoeksorganisatie. ""NWO kan het geld beter besteden aan bewezen kwaliteit. Universiteiten investeren in assistenten-in-opleiding, maar beschikken niet over voldoende geld om gepromoveerde onderzoekers vast te houden.'' De Utrechtse hoogleraar sociale wetenschappen prof. dr. H.P.M. Adriaansens vindt de voorgestelde koerswijziging getuigen ""van een grote mate van realisme. De keuze voor de diepte juich ik toe, maar NWO moet natuurlijk wel van ons geld afblijven. Ze hebben een aanvullende functie op de eerste geldstroom''.

Wel bestaat de vrees dat het kleinschalige alfa- en gamma-onderzoek in de knel komt bij de reorganisatie. Onderzoek zoals dat van prof. dr. F.P van Oostrom, hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Leiden. NWO, zegt hij, was voor hem "een uitkomst'', want de toekomst aan de universiteit zag er somber uit. In zijn dankwoord bij de uitreiking van de dr. C.J. Wijnaendts Francken-prijs in 1988 - hem toegekend voor zijn studie Het woord van eer. Literatuur aan het Hollandse hof omstreeks 1400, hekelde Van Oostrom de ""demoraliserende werkomgeving'' aan de universiteiten. NWO gaf hem twee miljoen gulden subsidie voor "pioniers-onderzoek' en in augustus 1989 kon hij beginnen met zijn "Pioniersprogramma Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen'. Op dit moment worden 34 van zulke projecten gesubsidieerd, variërend van "Macht en elite' en "Wortelknolvorming' tot "Draderige structuren in heet plasma'.

De nieuwe nadruk op geavanceerd onderzoek betekent echter niet per se dat kleinschalig alfa- en gamma-onderzoek niet meer gesubsidieerd zal worden, verzekert NWO-woordvoerder H. Meijers. ""Zulk onderzoek kan ook, mits het van hoge kwaliteit is, zoals bij de pioniers.'' Niet elk vakgebied leent zich ook voor grootschalig onderzoek, onderstreept dr. H. Werdmölder, secretaris van de Nederlandse stichting voor rechtswetenschappelijk onderzoek, NESRO. Zijn stichting heeft een jaarlijks budget van 2,3 miljoen. Op dit moment subsidieert de stichting 45 projecten, waar 51 onderzoekers bij betrokken zijn. Ze houden zich ondermeer bezig met onderzoek naar de juridische aspecten van dwangbehandeling in de psychiatrie, de bestrijding van illegaal verkregen vermogen en het rechtsbegrip in de rechtssociologie.

Werdmölder is het volmondig eens met de opvatting van het NWO-bestuur dat de organisatie zich duidelijker moet profileren ten opzichte van de universiteiten en vooral geld moeten steken in getalenteerde post-doc's.Toch is hij uiterst kritisch over de reorganisatie. ""Ik vraag me af of het doel, kwaliteitsbevordering, met deze reorganisatieplannen wel wordt bereikt. Ik kan me wel vinden in de opvatting dat het allemaal wat minder versnipperd moet, maar dat hoeft toch niet te betekenen dat je daarom de hele organisatie overhoop moet gooien? Dat kleine stichtingen zoals die van ons moeten worden opgeheven?''

Ook de snelheid waarmee een en ander zijn beslag moet krijgen is Werdmölder een doorn in het oog. Er is, zegt hij, nauwelijks tijd om de achterban rustig te raadplegen over de gevolgen van de voorstellen voor de nabije toekomst. Hij voorziet dat de NESRO zal opgaan in een stichting "Maatschappijwetenschappen', danwel zal samengaan met "Politikologie en bestuurswetenschappen'. ""Eenmaal aangestelde onderzoekers worden weliswaar niet de dupe, maar de kans dat in de toekomst kleinschalig onderzoek wordt gesubsidieerd wordt wel een stuk kleiner.''