Nieuwe hoop op benoemde burgemeester

DEN HAAG, 1 APRIL. De Amsterdamse burgemeester Van Thijn was gisteren hoopvol gestemd. Hij noemde het advies over het indirect gekozen burgemeesterschap ("De Burgemeester Ontketend') dat hij gisteren aan Kamervoorzitter Deetman aanbood “een doorbraak”. Na meer dan een kwart eeuw debat over de wenselijkheid van het gekozen burgemeesterschap zou Nederland nu van al dat gepraat verlosd kunnen worden, meende Van Thijn.

De burgemeester baseerde zijn hoop niet zozeer op het feit dat er beslissende, nieuwe argumenten voor de gekozen burgemeester waren ontdekt. Daarvoor was er teveel over het onderwerp gezegd en geschreven. Nieuw was dat politieke stromingen die altijd voor de gekozen burgemeester waren, zich nu bereid getoond hebben een stapje terug te doen. Zo steunde burgemeester Apotheker van Veendam (D66) de door de raad gekozen burgemeester als tussenstap op weg naar verwerkelijking van het D66-ideaal van de direct gekozen burgemeester. De D66-fractie sloot zich in haar reactie op het advies hierbij aan en was vol lof over de inhoud van het rapport.

Ook de Amsterdamse burgemeester zelf zei in naam van de haalbaarheid bereid te zijn eigen idealen in te slikken. Als minister van binnenlandse zaken plaatste Van Thijn in 1982 al eens vraagtekens bij de procedures rond de benoemde burgemeester. Daarna, als eerste burger van Amsterdam, pleitte hij voor het direct gekozen burgemeesterschap. Gisteravond verwees Van Thijn echter naar de vele hervormingen die het binnenlands bestuur de komende jaren te wachten staan. Een zoveelste ingrijpende verandering die invoering van de direct gekozen burgemeester betekent, zou teveel van het goede worden, aldus Van Thijn.

Of de burgemeester gelijk krijgt en het tactisch geformuleerd rapport inderdaad een doorbraak brengt, hangt echter niet van zijn eigen bekering af of van die van D66. Zoals wel vaker speelt het CDA de hoofdrol bij het bespreekbaar maken van een taboe in de vaderlandse politiek. De discussie die deze partij over het burgemeesterschap voert, wordt echter met de dag gecompliceerder.

Al enige tijd is er een strijd gaande tussen de CDA-fractie en de machtige bestuurlijke achterban van de partij. Vorig jaar oktober meldde fractieleider Brinkman zich als eerste prominent CDA-politicus die zich bereid toonde wat stenen te halen uit het heilige huisje van de benoemde burgemeester. Zijn voorzichtige suggestie in de zogeheten Burgerzaallezing om als mogelijk scenario een direct gekozen burgemeester te benoemen, wekte de gramschap van veel CDA-bestuurders in het land.

Sinds gisteren blijkt er een nieuwe dimensie in de interne partijstrijd te zijn gekomen. Als lid van de commissie-Van Thijn volgde de CDA-er A. Klink, medewerker van minister Hirsch Ballin, niet de opvattingen van zijn partij. Klink stelde zich juist op tegenover fractievoorzitter Brinkman. Daarmee is de strijd om het gekozen burgemeesterschap niet meer alleen een belangenconflict tussen de politici en bestuurders in de partij. De onenigheid heeft zich in de politieke leiding zelf genesteld.

Klink maakte namelijk eerder naam als vooraanstaand partij-ideoloog van het CDA. Anderhalf jaar geleden stapte hij over van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA naar het ministerie van justitie. Daar dient hij minister Hirsch Ballin van advies. Het is juist deze minister die de laatste tijd regelmatig wordt genoemd als belangrijke tweede man van de partij. De katholieke bewindsman moet de toekomstig partijleider en protestant Brinkman tegenwicht gaan bieden. Deze omstandigheid zal de partijdiscussie in het CDA en dus de discussie in de Tweede Kamer over het burgemeesterschap er niet eenvoudiger op maken.