Jarig

“Je wordt oud, jongen. Ja, nou kun je wel denken dat ik een grapje maak, maar daar moet je mee oppassen, het is gevaarlijk om oud te worden.”

Misschien is hij jarig vandaag - 1 april zegt zijn paspoort, 1 april 1984. Maar in het asiel wisten ze ook het fijne niet. Er is een slag naar geslagen, ze hebben hem afgerond.

Hoe dan ook, vandaag is hij een jaar ouder dan vorig jaar op 1 april. En '84 staat wel vast. O, dat leven tussen jaartallen! Van mensen is het al een merkwaardige gewoonte, maar van dieren helemaal. Wat hebben zij met jaartallen van doen?

Maar ze tellen natuurlijk toch, de jaren.

Laten we hem toespreken. Laten we zeggen: “Negen al. Hoelang dacht je dit nog vol te houden? Een jaar of vier misschien? Dat is niet veel, een jaar of vier. Nee. Dan ga je dood en nemen wij een rashond. Ja.”

Dit alles op een lieve toon gezegd, alsof je hem een bosje bloemen geeft.

Twee mogelijkheden. Of hij blijft op een afstandje staan kwispelen. Of hij komt bij je zitten, met een pootje op je knie. In beide gevallen kijkt hij waanzinnig intelligent van zich af. Hij vindt het prachtig toegesproken te worden. Hij is een geboren jubilaris. Elke dag in het zonnetje, dat is zijn idee van een zinvol leven.

Ogen, oren, vacht en poten: goed. Eetlust ook.