Goedkope elektriciteit ondergraaft sluiting kerncentrales; Vuile atoomstroom rukt op

Oost-Europa plaatst ons steeds weer voor verrassingen. De laatste was een tot nu toe geheim gehouden contract op grond waarvan de Oekraïne elektriciteit zou leveren aan Oostenrijk. Maar in de Oekraïne staan verscheidene kerncentrales en die van Tsjernobyl is over de hele wereld berucht geworden. Zou het Westen nu, door stroom uit zo'n land te kopen, eraan meehelpen levensgevaarlijke kerncentrales op de been te houden?

Een andere pikante bijzonderheid is, dat die stroom via Hongarije en Tsjechië geleverd zou moeten worden en in dat laatste land staat één van de onveiligste kerncentrales uit het voormalige Oostblok. Deze centrale, bij Bohunice, werd naar verluidt door de Oostenrijkse autoriteiten zelfs zo gevaarlijk geacht, dat zij aanboden gratis stroom aan Tsjechoslowakije te leveren als die centrale maar gesloten werd. Oostenrijk had die stroom kunnen leveren want met Tsjechië en ook met Hongarije bestaan hoogspanningsverbindingen. Tot nu toe dienden die voornamelijk voor verwerking van overtollige waterkrachtstroom.

In de elektriciteitswereld circuleren al geruime tijd plannen om de aansluiting tussen het Westeuropese en het Oosteuropese net te verbeteren. Hoogspanningsverbindingen tussen de voormalige blokken zijn schaars. Als ze gebouwd zouden worden, zou men in het Oosten stroom uit gevaarlijke kerncentrales en wellicht uit de vuilste bruinkool- en steenkoolcentrales kunnen vervangen door uit het Westen ingevoerde stroom. Dat was de in het Westen levende gedachte.

Welnu, als het contract tussen de Oekraïne en Oostenrijk wordt uitgevoerd, zal precies het omgekeerde gebeuren. Overschotten van elektriciteit uit het Oosten zouden naar het Westen gaan stromen. Verwonderlijk is dat eigenlijk niet. In vele Oosteuropese landen is sinds de omwenteling de industriële produktie met een derde tot de helft gedaald. De grote "Kombinate' in de zware en energie-intensieve industrie zijn veel van hun traditionele klanten, vooral bij het leger, kwijtgeraakt.

Het economisch samenwerkingsverband van Oost-Europa, de Comecon, bestaat niet meer en daarmee viel de export naar andere landen binnen het voormalige communistische blok grotendeels weg. Met de inzakkende produktie viel vanzelf ook het industriële elektriciteitsverbruik drastisch terug. Daarbij komt nog, dat in de huishoudelijke sector de voorheen zwaar gesubsidieerde elektriciteitsprijzen snel stijgen. De bevolking reageert daarop door zoveel mogelijk op het elektriciteitsverbruik te bezuinigen.

Tegenover dit alom teruglopende verbruik staat een produktiecapaciteit van elektrische stroom, die veelal nauwelijks is afgenomen. Is het een Oosteuropees land kwalijk te nemen als het probeert die overcapaciteit in het Westen te gelde te maken en zo de broodnodige harde valuta te verwerven? Ook als daarvoor desnoods de prijs extra laag moet worden gezet?

De economische problemen in West-Europa hebben er al toe geleid, dat de invoer uit het Oosten van goedkope chemische basisprodukten, aluminium en staal aan banden wordt gelegd. Daarmee ontnemen wij Oost-Europa niet alleen de mogelijkheid om, gebruikmakend van reëel lagere loonkosten, zijn marktaandeel in het Westen te vergroten, maar dragen wij ook bij aan een groter overschot van elektriciteit aldaar.

Minder export van energie-intensieve fabrikaten betekent immers minder produktie en minder elektriciteitsverbruik. Het mede daaruit voortvloeiende overschot lijkt nu op zijn beurt op West-Europa af te komen.

Het gaat nu nog om tamelijk geringe kwantiteiten. Via Hongarije en Tsjechië zou met de bestaande leidingen maximaal rond 750 Megawatt aan Oostenrijk geleverd kunnen worden. Dat komt overeen met niet meer dan 5 procent van het in Nederland opgestelde vermogen. Maar nieuwe hoogspanningsverbindingen kunnen worden opgesteld en over enkele jaren zal de uitvoercapaciteit aanzienlijk hoger kunnen worden.

Het zal dan waarschijnlijk niet alleen om leveringen van de Oekraïne naar Oostenrijk gaan, maar bij voorbeeld ook om stroomexport van Polen naar Tsjechië naar West-Duitsland. Een verbinding van 600 MW tussen Tsjechië en de Bondsrepubliek is, naar mijn informatie, al in aanbouw.

Het lijdt geen twijfel, dat langs die weg Oosteuropese kernstroom naar het Westen zal komen. Preciezer gezegd: We krijgen dan elektriciteit binnen, die alleen geleverd kan worden als gevaarlijke kerncentrales in bedrijf blijven.

Met name de Europese Gemeenschap zal daarmee voor een dilemma komen te staan. Honderden miljoenen guldens worden aan Oost-Europa ter beschikking gesteld om daar de kernindustrie te saneren, maar dat komt niet echt van de grond.

Het mag niet zo ver komen, dat Westeuropese elektriciteitsmaatschappijen, door lage stroomprijzen verleid, het voortbestaan van onbetrouwbare kerncentrales in feite bevorderen. Integendeel, men zou de bereidheid in het Westen om stroom in te voeren, moeten koppelen aan strikte eisen van sluiting van de gevaarlijkste centrales en sanering van de andere. Zonder rigoureuze verbetering van de veiligheid, volgens een dwingend programma, geen invoer van stroom uit Oost-Europa. Een contract als dit zou op die manier, van voorwaarden voorzien, wellicht zelfs een "blessing in disguise' kunnen worden.