Fiscalisten: het wordt nog druk in België

ROTTERDAM, 1 APRIL. In Nederland dreigt nog een grotere fiscale vlucht naar het buitenland indien het wetsvoorstel van de Kamerleden Vermeend (PvdA) en Vreugdenhil (CDA) om een deel van de vermogensbelasting af te schaffen wordt aangenomen.

Dit is de eerste conclusie die de fiscalisten J. van Horzen en A. Groenen van KPMG Meijburg desgevraagd trekken uit het wetsvoorstel.

Door de werkgeversorganisaties VNO en NCW werden de voorstellen van beide Kamerleden juist instemmend onthaald. Elke fiscale verbetering voor het bedrijfsleven is de organisaties welkom. De huidige vermogensbelasting doet vooral een zwaar beroep op het familiebedrijf, vaak kleine of middelgrote ondernemingen die voor het grootste deel in handen is van één of meer grootaandeelhouders. Zo'n grootaandeelhouder kan vaak de vermogensbelasting van 0,8 procent op de waarde van zijn bezit alleen betalen door het bedrijf extra dividend te laten uitkeren. Maar van dat dividend gaat eerst inkomstenbelasting af.

Dat betekende tot nu toe dat iemand die 8.000 gulden aan vermogensbelasting moest betalen, zichzelf eerst een bruto inkomen uit dividend moest uitkeren van 20.000 gulden. Fiscalisten berekenden al eens dat het rendement van ondernemingen met minstens 3 procent moest stijgen voor in Nederland wonende eigenaren, om hen in staat te stellen aan de vermogensbelastingverplichtingen te voldoen. Met de voorstellen van Vermeend en Vreugdenhil zou die pijn achter de rug zijn. De groep die profiteert bestaat uit mensen die zelf ten minste 7 procent en samen met de naaste familie ten minste 33,3 procent van de aandelen in een onderneming bezitten. Het typische familiebedrijf voldoet in de regel aan deze norm, en voor dit soort ondernemingen is het wetsvoorstel dan ook geschreven.

De afschaffing van de vermogensbelasting voor deze groep kost de staat 450 miljoen gulden aan inkomsten en dat moet worden teruggewonnen. De manier waarop Vermeend en Vreugdenhil dat willen doen is volgens Van Horzen en Groenen erger dan de kwaal. De fiscalisten menen dat dan nog meer mensen naar België vertrekken, een land dat geen vermogensbelasting heft. En dit was juist een van de redenen voor het wetsvoorstel.

Zij menen dat door de voorstellen ondernemers die hun toevlucht zochten in België misschien zullen terugkeren - voor zover zij aan de criteria van "het familiebedrijf' voldoen - maar dat een veel grotere groep vermogenden in ruste het gevaar loopt alleen maar groter te worden. Dat heeft volgens de fiscalisten alles te maken met de wijze waarop de staat de misgelopen inkomsten wil terugverdienen. Alle aandeelhouders van zogenoemde "niet actieve bedrijven, waarvan de bezittingen grotendeels bestaan uit beleggingen' zouden voortaan een fictief rendement opgelegd moeten krijgen van 3 procent. Juist de vermogende particulier maakt van dergelijke vennootschappen gebruik.

Reden voor de ingreep is dat particulieren de winsten in dit soort beleggingsfondsen liever niet incasseren maar binnen het bedrijf houden. Dan betalen zij over de winst 35 procent vennootschapsbelasting, terwijl over uitkeringen in de meeste gevallen 60 procent inkomstenbelasting zou moeten worden betaald.

De "rentegroeifondsen', die door de fictief-rendementsregeling worden getroffen, zijn in feite een collectieve variant hiervan. In totaal is er rond 13,5 miljard gulden in belegd. De instelling van een fictief rendement haalt een streep door deze praktijk. De vermogende particulier had meer troeven achter de hand. De "tachtig-procentsregeling', is bedoeld om het totaal aan inkomsten- en vermogensbelasting de 80 procent van het inkomen niet te laten overschrijden. Daar kon tot nu toe handig gebruik van worden gemaakt. Bij inkomsten van nul gulden is tachtig procent van het inkomen ook nul gulden. Door formeel niets te verdienen, draagt de particulier niet alleen geen inkomstenbelasting af, maar ook geen vermogensbelasting. In plaats daarvan leeft hij van geleend geld, met zijn vermogen als onderpand. Deze praktijk wordt in het wetsvoorstel onmogelijk gemaakt. Allereerst vervalt de tachtig-procentsregeling, zodat de vermogensbelasting nu altijd wordt gend. Daarnaast moet een directeur van een bv op zijn minst twee maal het minimum-inkomen gaan verdienen. Als hij iemand in dienst heeft die méér verdient, dan moet hij minstens even veel verdienen.

De vermogensbelasting die bij de "familiebedrijven' wordt geschrapt, moet in theorie terugverdiend worden met maatregelen die alle andere vermogenden extra belasten en de huidige fiscale ontsnappingsroutes onmogelijk maken. De fiscalisten vrezen dat het wetsvoorstel veel van hun cliënten het laatste zetje over de grens met België geeft. “De mensen die hun huis in Brasschaat verkopen om naar Nederland terug te keren, kunnen het meteen overdoen aan de nieuwe vluchters.”