Felle strijd tussen Fiat en justitie Milaan over steekpenningen

ROME, 1 APRIL. Tussen Fiat, het grootste bedrijf van Italië, en de Milanese justitie is een felle polemiek ontstaan over de vraag in hoeverre ondernemers mede schuldig zijn aan het systeem van steekpenningen dat nu wordt blootgelegd.

Eind vorige week weigerden de Milanese rechters twee topmanagers van de Fiat-groep op vrije voeten te zetten. Financieel directeur Francesco Paolo Mattioli, de derde man van het concern, en Antonio Mosconi, managing director van het verzekeringsbedrijf Toro, die nu nog vast zit, moesten in de Milanese San Vittore gevangenis blijven omdat het gevaar bestaat dat zij bewijsmateriaal laten verdwijnen. Dat risico is te groot, aldus de rechters, nu nog maar “een gedeeltelijke doorsnede van de corruptie binnen het grootste industriële systeem in Italië zichtbaar is geworden”. Dat het hierbij om Fiat gaat, is een verzwarende omstandigheid, want dat is “een industriële groep die in staat is de politieke richting van het land te beïnvloeden”.

Zo hard was de justitie nog niet uitgevallen naar Fiat, maar daarmee houden de beschuldigingen niet op. Drie onderdelen van Fiat, de bouwgroep Cogefar-Impresit, het vrachtwagen- en autobusbedrijf Iveco en de fabrikant van treinmaterieel Savigliano, hebben volgens de Milanese justitie smeergeld betaald via buitenlandse dochters. Zij schetst het beeld van een netwerk van buitenlandse contacten met knooppunten in Zwitserland, waar de steekpenningen zijn betaald aan Italiaanse politieke partijen. Cogefar betaalde via Kameroen, Savigliano via Argentinië. Fiat zou in Zwitserland zelfs een speciale bankrekening hebben, met als codenaam Reno Management, voor de betaling van smeergeld. De justitie zegt dat zij dit internationale netwerk nog aan het ontrafelen is en wil voorkomen dat Mattioli en Mosconi, beide verbonden geweest aan Cogefar, informatie hierover laten verdwijnen.

De reactie van Fiat was ongebruikelijk hard en fel. Cesare Romiti, de managing director van de Fiat-groep, verwierp de argumenten van de rechters als “arbitrair en volledig de werkelijkheid van de Fiat-groep vertekenend”. Enigszins dreigend herinnerde hij eraan dat Fiat een essentiële rol speelt in Italië en werk biedt aan 300.000 mensen. Een officieel communiqué vanuit Turijn bestreed de these over een internationaal smeergeldnetwerk. “De toelichtingen die enkele managers al hebben gegeven, laten zien dat het om fondsen gaat van buitenlandse bedrijven die deel uitmaken van de normale autonome bedrijfsvoering. Een internationale groep als Fiat, met meer dan duizend bedrijven, heeft zeker geen strategieën die erop zijn gericht gecoördineerde en gecentraliseerde onrechtmatige relaties te scheppen met het politieke systeem.”

Dat er steekpenningen zijn betaald, wordt niet ontkend door Fiat. Alleen: dat is dan onder druk gebeurd. “Als een paar managers ineens moesten werken in een omgeving waar wanpraktijken bestaan bij de levering van goederen aan het publieke systeem, moesten ze zichzelf onderwerpen aan de steeds dwingender voorwaarden die zijn opgelegd door het systeem van aanbesteding,” aldus het communiqué.

De Milanese rechters die het onderzoek leiden in de corruptie-affaires, haalden hun schouders op over deze reactie. “Uit het communiqué van Fiat komt een werkelijkheid naar voren als zou het bedrijf zijn afgeperst,” zei rechter Piercamillo Davigo. “Maar waarom hebben ze ons dan geen lijst van afpersers voorgelegd, van de contracten en de geldsommen? En waarom is ingenieur Enzo Papi (een andere gearresteerde topmanager van Fiat, ML) 55 dagen zonder iets te zeggen in de cel gebleven als hij alleen maar een slachtoffer was?” Papi zelf, de managing director van Cogefar, zwijgt daarover. Vorige week vrijdag publiceerde de Corriere della Sera drie volle pagina's met brieven die Papi vanuit de gevangenis aan zijn vrouw heeft gegeven. Over Fiat praat hij niet, maar hij probeert wel een algemene analyse te geven van de smeergeldaffaire. Zijn centrale these: “Een ondernemer heeft als doel een economisch voordeel te verwezenlijken binnen de regels die de staat stelt.” Daarom treft een ondernemer die steekpenningen betaalt, volgens Papi minder blaam dan de politicus die ze vraagt. “De zonde die de priester begaat is altijd ernstiger, want zijn schandaal is het schandaal van de kerk.”

Voor Papi is het smeergeldsysteem iets dat hij heeft aangetroffen, niet iets dat mede door zijn optreden vorm en inhoud krijgt. “Persoonlijk heb ik niets te maken met dit systeem,” schrijft hij aan zijn vrouw. “Ik werd er drie jaar geleden ingezet. Geld, verrijking zijn nooit mijn doelen geweest, en ik ben er trots op dat we om ons huis in Toscane te bouwen, een voorschot hebben moeten nemen” (op de gebruikelijke uitkering bij het beëindigen van de dienstbetrekking).

“Waarom zou ik me schuldig voelen regels te hebben geaccepteerd die al jaren golden?” vraagt Papi retorisch. “Waarom zou ik me schuldig voelen als aanvaarding ervan de enige manier is om te werken?” Het antwoord wordt een paar dagen later in een lang artikel gegeven door Eugenio Scalfari, hoofdredacteur van La Republica. De Italiaanse ondernemers zijn mede-schuldig aan dit systeem omdat ze het mee hebben opgebouwd, schrijft hij. Direct na de oorlog heeft het particuliere bedrijfsleven, de werkgeversorganisatie Confindustria en Fiat voorop, de christen-democratische partij en de kleine regeringspartijen gefinancierd. Toen de christen-democraten staatsbedrijven gingen opzetten om minder afhankelijk te zijn, werkte de particuliere sector daar graag mee samen.

“Ze deden samen zaken, ze betaalden samen dezelfde partijen en ze probeerden samen de toegang van concurrenten en buitenstaanders tot de markt te voorkomen,” schrijft Scalfari. “Op een paar uitzonderingen na van mensen uit het zakenleven en uit de politiek die "neen' hebben gezegd en daarvoor zwaar hebben betaald, hebben de twee oligarchieën in volledige overeenstemming gewerkt. Ze raakten alleen verdeeld in conflicten over specifieke belangen. En degenen die de openbare rust, dat wil zeggen die van hen, verstoorden, werd het zwijgen opgelegd.”

Fiat heeft het argument de afgelopen dagen laten rusten. En Mattioli is gisteren onverwachts vrijgelaten, volgens berichten in de Italiaanse pers omdat hij een volledige bekentenis heeft afgelegd, maar hij heeft nu huisarrest. Zijn collega Mosconi wordt nog vastgehouden. De beschuldigingen van de Milanese rechters hebben een nieuwe vraag opgeroepen: als er zo systematisch werd betaald, wist de president van Fiat, Gianni Agnelli, daar dan niet van?

“Met de miljoenen die aan smeergeld zijn betaald is het onmogelijk dat de top van het bedrijf daar niet van weet,” zegt een buitenlandse ondernemer in Italië die anoniem wil blijven. “Je kan dergelijke betalingen misschien wel voor de buitenwacht verborgen houden, maar binnen het bedrijf niet.” Terwijl openlijk is gediscussieerd over wat partijleiders wisten van het ontvangen smeergeld, wordt de vraag naar de rol van Agnelli nauwelijks gesteld in de Italiaanse pers. De Fiat-topman wordt met grotere omzichtigheid behandeld dan de politieke leiders. Maar de Milanese rechters hebben laten zien dat zij zich door niets en niemand laten tegenhouden.