FAAM VAN BAR

De conclusie van H.A. van Wijnen (NRC Handelsblad, 20 maart) dat Bisschop Bar van Rotterdam de beste kardinaal leek "die de rooms-katholieke kerk van Nederland nooit heeft gehad', onderschrijf ik.

De bejegening die de afgetreden bisschop ontving van de naar het lijkt slechtste kardinaal die de rooms-katholieke kerk van Nederland ooit heeft gehad, is schandalig. De grootste zorg van Simonis tijdens de persconferentie was het schoonwassen van het eigen bezoedelde blazoen, niet dat van zijn door roddel en achterklap belaagde collega. “Fama ruit”, zei de kardinaal, “de faam is weg”. Daarbij verwees hij naar de Codex Iuris Canonici. Helaas kent hij de Codex van 1983 niet goed. In Can. 401 1 staat dat een diocesane bisschop verzocht wordt op 75-jarige leeftijd zijn ontslag aan te bieden, in 2 dat een diocesane bisschop die wegens een zwakke gezondheid of een andere ernstige reden minder goed in staat is zijn ambt te vervullen, dringend verzocht wordt ontslag uit zijn ambt aan te bieden. Nergens iets over faam. De kardinaal doelde waarschijnlijk op het gedwongen ontslag van een pastoor in Can. 1741 3 van de Codex van bij verlies van diens goede naam bij rechtschapen en in aanzien staande parochianen. Een onjuiste interpretatie van de wet. Dat komt bij Simonis meer voor. Nu vermeend faamverlies geen reden voor het ontslag van mgr. Bar hoeft te zijn, is het van kardinaal belang voor de rooms-katholieke kerk dat Simonis zelf naar Canossa gaat. De weg erheen leidt langs Chevetogne.