Einde aan euforie rondom een elftal dat geestdrift en jongensgeest als enige wapens heeft; Zulk machtsvertoon bewaart Ajax voor Feyenoord

ROTTERDAM, 1 APRIL. Eerst de schaarbeweging, waarop de doelman abusievelijk reageert. Dan de gestifte, doeltreffende bal. Zo beheerst en artistiek als Dennis Bergkamp vlak voor rust Ajax op een 2-0 voorsprong tegen Feyenoord zette, zo wordt uiterst zelden gescoord. Gelukkig maar, om kunstzinnige van gewone doelpunten te onderscheiden. Dat is ook waarom Ajax anders is dan Feyenoord. Het verschil in schoonheid en kwaliteit. Het verschil tussen gewone voetballers en goede voetballers. Dan is een 5-0 nederlaag in eigen stadion niet meer dan logisch en had zelfs een 8-0 nederlaag niet misstaan.

Een volle Kuip als symbool voor de verwachtingen die voetbalminnend Nederland koesterde diende als decor voor de vernedering van Feyenoord. De euforie rondom een elftal dat geestdrift en jongensgeest als enige wapens heeft en vooral dank zij de door blessures veroorzaakte terugval van PSV en Ajax uitzicht heeft op de landstitel, werd in de halve finale van het nationale bekertoernooi meedogenloos verstoord.

Voor de tweede maal dit seizoen toonde Ajax aan Feyenoord dat voetballen meer kan zijn dan hardlopen en lichamelijke kracht. In de competitie wonnen de Amsterdammers eerder met 3-0. Alsof Ajacieden juist tegen de traditionele en aandoenlijke zwoegers uit de havenstad willen laten zien dat zij het spelletje beter beheersen. Gemotiveerd na de zwakke verrichtingen van de laatste weken en geprikkeld door de misplaatste ambities van Feyenoord, trok Ajax ten strijde. Elf voetballers die de gevoelens van hun trainer vertolken. Want zoals Van Gaal is, is Ajax. Altijd herken je aan een elftal de trainer.

Feyenoord kwam niet toe aan het spel dat het doorgaans laat zien. Waar was het enthousiasme? Waar was de saamhorigheid? Waar waren de vlegelachtige provocaties en het lichamelijk geweld? Misschien hoogmoed, gevoed door de kampioensvruchtige positie op de ranglijst en de zegereeks van de laatste weken in de competitie. Voorzichtig en met ontzag voor de superioriteit die de Ajacieden als vanouds uitstraalden legden de Rotterdamse spelers zichzelf aan banden. Het gebeurt wel vaker dat tegenstanders van Ajax menen de Amsterdammers met hun eigen wapens te kunnen bestrijden. En meestal vergeefs.

Zo ergerlijk saai als met name het eerste half uur verliep, zo saai hadden weinigen in het stadion deze veronderstelde thriller verwacht. Ajax speelde de bal rond op de helft van de tegenstander zoals dat in het scenario van Van Gaal staat. Feyenoord mocht dan aan de rand van het veld dank zij de speelse Taument en Blinker wel eens grommen als een speelse hond, het waren slechts plaagstootjes voor Ajax. Want in het centrum van de aanval van Feyenoord was de kopgrage spits Van Loen een gemakkelijke prooi voor Frank de Boer, die alle kopduels won en en passant toonde dat zijn spel aan degelijkheid en soberheid wint.

Discipline gepaard aan enthousiasme, Ajax was er heer en meester in. Zo jeugdig als de Amsterdammers vergeleken bij de Rotterdammmers zijn. Want het doelpunt van Bergkamp (het tweede van Ajax) mag dan van historische waarde zijn, de meeste aandacht genoten de vandaag 17 jaar geworden Clarence Seedorf en de net 20-jarige Edgar Davids. Zo subtiel, met zoveel overzicht als Seedorf - op de plaats van Jonk - vanuit het centrum van de verdediging de Ajax-aanvallen inleidde, dat getuigt van talent en verantwoordelijkheidsgevoel. Zo gretig en zo doeltreffend als Davids speelde getuigt van grote kwaliteit. Ook dat is het verschil tussen Ajax en Feyenoord, de jeugd.

Twee doelpunten van Bergkamp, als vanouds. Maar drie doelpunten van Davids, dat is uitzonderlijk. De kleine van Schellingwoude is warmbloedig. Het gebeurt vaak dat hij zijn emoties de vrije loop laat. Heerlijk. Dat is ook waarom een uiterlijk wel eens gecontroleerde maar innerlijk spontane man als Louis van Gaal hem waardeert. Het mannetje dat Bryan Roy moest doen vergeten, speelde de laatste wedstrijden matig. Maar toch werd hij in het elftal gehandhaafd. Gisteravond dankte hij Van Gaal voor zijn vertrouwen: met drie doelpunten en na de laatste treffer in een aangrijpende omhelzing aan de zijlijn met zijn trainer.

Dat Feyenoord aanvallend tekort schoot, was opmerkelijk. Het elftal kreeg - met enige coulantie - één kans. Maar dat het elftal verdedigend geen vat kreeg op de Ajax-voorwaartsen, mag nog verrassender worden genoemd. De manier waarop De Wolf en Metgod door Pettersson en Bergkamp op subtiele wijze vlak voor rust tot tweemaal werden uitgespeeld, zou echter wel een indicatie kunnen zijn dat het Feyenoord-duo te traag en te statisch is voor topvoetbal. De eerste keer profiteerde Davids, de tweede keer mocht Bergkamp zijn kunsten vertonen, de derde, vierde en vijfde keer werd het zelfs pijnlijk, maar bleef Feyenoord een grotere vernedering bespaard.

De snelheid van Heus en in de tweede helft van Refos bleek voorts ontoereikend om Overmars te stuiten, maar dat is hen niet aan te rekenen. Een kwartier na rust zag Refos toe - hij had ook een overtreding kunnen begaan - hoe de razendsnelle Ajax-aanvaller de bal voor Davids klaarlegde, waaruit 3-0 ontstond. Kreek bleek vervolgens te snel voor Van Gobbel en leek op weg naar 4-0. De Feyenoorder gebruikte zijn armen om Kreek te stuiten, voldoende reden voor scheidsrechter Blankenstein de rode kaart te trekken. Misschien een zware straf, maar wel rechtsgeldig.

Feyenoord was al lang verloren en ontredderd. Witschge, de man die de laatste weken zijn elftal met bluf en overmoed leidde, was al vervangen. Dat Vink en Bergkamp nog fraaie kansen misten, was meer te wijten aan lichtzinnigheid van de Ajacieden dan aan de kwaliteiten van Feyenoord. Bergkamp was niet eens fit, angstig voor zijn kwetsbare enkels als hij zich manifesteerde bij duels. Scheidsrechter Blankenstein weigerde tot tweemaal toe Ajax een strafschop te geven. Eigenlijk was iedereen genadig voor Feyenoord, totdat Davids De Wolf met een prachtige beweging op de middenlijn uitspeelde om vervolgens dertig meter verder met een prachtig schot doelman De Goey te passeren: 5-0.

En dan Van Gaal op de persconferentie. Kort, krachtig en uitdagend: “Ik heb niks toe te voegen. Ik denk dat het een Ajax-show is geweest.” Bluf. Natuurlijk. In de gangen van de restauratie van het Feyenoord-stadion wemelde het nog lang van de Ajacieden. Ze lieten zich zien, ze lachten zowaar. Dat is lang geleden.