Eerste wethouder

DE RAAD IS volgens de wet het hoofd van de gemeente, maar de burgemeester is onmiskenbaar het smoel. Kenners klagen dat het ambt aan erosie onderhevig is. Menige burgemeester zou zuchten onder het gemis van een eigen, stevige beleidsportefeuille. Aan de herkenbaarheid naar buiten lijkt dat tot dusver echter weinig af te doen.

Grappig eigenlijk, dat er kennelijk zo'n kloof bestaat tussen vorm en inhoud. Dat is helemaal het geval nu de burgemeester in dit land niet wordt gekozen maar benoemd. De vraag dringt zich zelfs op of er niet een verband bestaat tussen het overwegend positieve publieke beeld van de burgemeester en de wijze van aanstelling. De stelling valt te verdedigen dat de burgemeester vooral wordt gewaardeerd als relatieve buitenstaander in het plaatselijke politieke circuit.

Vanuit dit gezichtspunt heeft de Commissie-Van Thijn een averechtse aanbeveling gedaan door voor te stellen de burgemeester te laten verkiezen door de gemeenteraad. De directe binding aan een raadsmeerderheid kan alleen maar het incestueuze element in de lokale politiek versterken, wat nu net het probleem heet te zijn. Het is dan ook eigenlijk een negatieve keuze: rechtstreekse verkiezing door de bevolking zou kunnen leiden tot “Franse toestanden”, twee botsende mandaten. Het vooruitzicht van een moeizame "cohabitatie' in het lokaal bestuur is inderdaad wat ongemakkelijk, maar het bevordert wel de duidelijkheid over wat nu eigenlijk de bedoeling is.

HET IS EEN KEUZE met een aantal lastige variabelen. Men kan zeggen dat het wonderlijk is dat een benoemde functionaris in feite uitmaakt wat de openbare orde in de gemeente is, maar ook dat dit soort vragen in belang van vrijheid en verdraagzaamheid beter niet kan worden beslist bij de helft van de stemmen plus één. Omgekeerd is de mogelijkheid om een slecht functionerende burgemeester duidelijk te maken dat hij dient op te stappen nu wel erg onbestemd. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit element beter tot zijn recht komt in de parlementaire formule-Van Thijn dan bij directe verkiezing van de burgemeester, want in dit laatste geval is alleen ruimte voor het uitzonderlijke middel van "impeachment'. Een aantal zeer noodzakelijke verbeteringen zoals het benoemen van wethouders van buiten de gemeenteraad versterken het praktisch gehalte van het rapport-Van Thijn.

Toch zal het interessant zijn te zien of deze zoveelste poging om het burgemeestersvraagstuk uit de wereld te helpen ook werkelijk aanslaat. "Persoonlijk-functioneel gezag', zoals de zondagse term luidt voor dit type functie, heeft diepe wortels in dit land. In zekere zin is het burgemeesterschap in Nederland zelfs ouder dan het koningschap. Deze traditie gaat aardig samen met een eigentijdse behoefte aan "checks and balances". Dan is het wel een hele stap naar het door de Commissie-Van Thijn aanbevolen eerste wethouderschap. Voorshands versterkt zij voornamelijk de vraag wat het probleem ook al weer was: de burgemeester of de lokale politiek?