Een gevangene van de gemeenteraad

Een burgemeester benoemd door de gemeenteraad roept tegenstrijdige reacties op. Een greep uit een reeks uitspraken op deze aanval op een van de heilige koeien in het Nederlands bestuur.

DEN HAAG, 1 APRIL. Zal eindelijk het ijzersterke bolwerk van de benoemde burgemeester vallen? De reacties in zowel Den Haag als bij betrokkenen in het land op het gisteren gepubliceerde voorstel van de commissie-Van Thijn om burgemeesters voortaan door de gemeenteraad te laten kiezen, zijn naar verwachting zeer verschillend en tegenstrijdig. Over enkele punten is men het wel in grote lijnen eens: het voorstel van Van Thijn is een serieuze optie, maar het is halfslachtig, niet consequent genoeg.

Veel burgemeesters trekken daaruit dan maar weer de conclusie dat de zaak dan beter zo kan blijven zoals zij is: de gemeenteraad maakt een profiel, de Commissaris van de Koningin stelt een voordracht op, de minister of het kabinet benoemt. Burgemeester L. Hermans (VVD)van Zwolle, tevens oud-Kamerlid, spreekt van een “halfslachtige oplossing” die de burgemeester “tot een gevangene van de raad maakt”. De voorzitter van de gemeenteraad, vindt Hermans, moet juist een onafhankelijke positie innemen, al was het maar om zijn taken op het gebied van de openbare orde goed te kunnen uitvoeren.

Bij een rechtstreeks door de bevolking gekozen burgemeester, hetgeen de commissie niet heeft voorgesteld, is voor hem helemaal uit den boze. “Je krijgt dan pas echt conflicten tussen raad en burgemeester en kan grote bestuurlijke stagnatie onstaan. Franse toestanden.” Hermans' collega H. Ouwerkerk (PvdA) van Groningen vindt het daarentegen hoog tijd dat de politiek een einde maakt aan “de dubbelzinnige positie” die een burgemeester nu heeft, als benoemd functionaris enerzijds en als locaal bestuurder anderzijds.

“Het gaat erom dat de positie van de burgemeester nu niet helder is. De landelijke politiek moet nu een beslissing nemen.” In die zin vindt Ouwerkerk de voorstellen van de commissie-Van Thijn goed. “Een burgemeester moet net zo kunnen functioneren als een gekozen wethouder. Hij of zij moet speelruimte verdienen. Hij kan die niet claimen uit hoofde van zijn functie.” Bovendien, als het fout gaat, is de macht van de gemeenteraad nu niet groot genoeg, meent hij. Incidenten met burgemeesters de afgelopen tijd rechtvaardigen volgens hem een politieke beoordeling van een burgemeester. “Dat kan beter als hij gekozen wordt door de raad. De gemeenteraad moet weten dat ze in gevallen waarin problemen ontstaan van een burgemeester afkan.”

Ouwerkerks partijgenoot G.J. te Loo in Leeuwarden kwalificeert de voorstellen van de commissie als “een halfzachte tussenweg”. “Ik vind dit een oplossing van niks. Er zijn twee systemen denkbaar: de benoemde burgemeester zoals we die nu hebben en een burgemeester die gekozen wordt door de bevolking. Ik denk dat men teruggeschrokken is voor de consequenties van een rechtstreeks door de bevolking te kiezen burgemeester.”

Te Loo wil het huidige systeem handhaven. “Een benoemde burgemeester is onafhankelijk en dat is van belang, omdat hij ook politiezaken, openbare orde en veiligheid behartigt. Hij kan afstand nemen van de partijpolitiek en dat is in de praktijk een nuttig middel gebleken.” Mochten het voorstel worden aangenomen, vindt Te Loo, dan dient ook de Commissaris van de Koningin gekozen te worden door de Provinciale Staten.

Voor burgemeester E. d'Hondt (PvdA) van Nijmegen had het rapport niet geschreven hoeven te worden. Hij vindt een systeem met door de raad gekozen burgemeester en wethouders, die geen deel uitmaken van die raad, een “halve oplossing die niet wenselijk is”. “Het is geen verbetering.” Dit dualistisch systeem zal naar zijn mening slechts bijdragen aan het ontstaan van situaties waarin de “machtsvraag” meer dan nu een overheersende rol gaat spelen.

d'Hondt houdt liever vast aan het huidig systeem, waarin hijzelf goed kan functioneren. Een rechtstreeks door de bevolking gekozen burgemeester zou hij het allerergste vinden. Dat zou in Nederland niet zou werken. “Er zijn binnen ons politiek systeem al meer personalistische tendensen aan te wijzen, maar een rechtstreeks gekozen burgemeester, dat past niet bij onze cultuur.”

Burgemeester C. Nuytens (CDA) van Valkenburg (aan de Geul) vindt dat er door de voorstellen van de commissie-Van Thijn weinig verandert. “De burgemeester blijft benoemd, alleen door de raad. Ik vind dat de raad, met alle respect, bij het "kiezen' van een burgemeester niet het niveau zal halen dat thans gebruikelijk is bij de benoeming van de burgemeester door de Kroon. Een burgemeester moet zich niet afhankelijk maken van een gunst om door de raad benoemd te worden, hij moet onafhankelijk van het bestuur kunnen functioneren.”

Juist de Kroon, die thans formeel de burgemeester aanstelt, verleent de burgemeester zijn krachtige positie. Gezien de opdracht was het volgens Nuytens beter geweest als de commissie had gepleit voor een rechtstreekse verkiezing van een burgemeester door de bevolking, “hoewel ik ook daar geen voorstander van ben. Ik denk dat een rechtstreeks gekozen burgemeester niet voor een hogere opkomst zal zorgen. Als de bevolking al niet honderd procent opkomt voor het kiezen van raadsleden, wat zou een rechtstreeks gekozen burgemeester daar dan aan veranderen?”

In de stad Utrecht is burgemeester I. Opstelten (VVD) “verklaard voorstander” van de benoemde burgemeester. Volgens Opstelten zou het zinniger zijn om te discussiëren over de inrichting van het openbaar bestuur, zoals de positie van de grote steden in stadsgewesten. Hij wordt in zijn opvatting gesteund door VVD-fractievoorzitter in de gemeenteraad, A. Kokshoorn, die een benoemde burgemeester “prima” vindt werken, “zeker nu de vertrouwenscommissies een belangrijkere rol hebben gekregen”. Kokshoorn: “Gezag is niet afhankelijk van de manier waarop je bent gekozen, maar van de manier waarop je functioneert. Het gezag van een groot aantal wethouders in het land is vaak alleen gebaseerd op het aantal zetels in de raad. Die wethouders worden alleen overeind gehouden, omdat men in de coalitie geen problemen wil. Het maakt dus niets uit hoe je gekozen bent.”

CDA-burgemeester W. Blanken van Ede is opvallend positief over Van Thijns voorstel. Hij spreekt van een “vanzelfsprekende oplossing”. “Het geeft de gemeenteraad de plaats bij de benoeming die het nu via de vertrouwenscommissie ook al steeds meer opeist.”