DUITSTALIGE BELGEN

Dat de voertaal in Eupen en Sankt-Vith de Duitse is in het artikel "De laatste echte Belgen zijn de Duitstalige Belgen' (NRC Handelsblad, 19 maart) is niet zo verwonderlijk.

Deze gebieden behoorden namelijk van 1814 tot 1919 tot het Koninkrijk Pruisen, met andere woorden ze waren Duits. Bij de Vrede van Versailles werden zij aan Belgie toegewezen en zijn sindsdien - behalve in de periode 1940-1945 toen Duitsland deze benevens Malmedy opnieuw inlijfde - Belgisch gebleven. Het eigenaardige is wel, dat Malmedy, dat tussen deze gebieden ligt, maar een iets andere geschiedenis heeft - het kwam in 1815 ook aan Duitsland - anders dan Eupen en Sankt-Vith een overwegend Waalse bevolking heeft, die Frans spreekt.

Bij het dorpje Elsenborn, waar de vader van de burgemeester van Sankt-Vith woonde, bevond zich een enorme Duitse legerplaats, vlak tegen de grens met Belgie, zoals die in 1914 was. Uit deze legerplaats, welke daar uiteraard niet toevallig lag, viel Von Bulows Tweede leger op 4 augustus van dat jaar Belgie binnen, met als eerste doel de verovering van de Vesting Luik, die zich op 16 augustus na zeer heldhaftige Belgische verdediging onder Generaal Leman moest overgeven, niet dan nadat alle forten, die de stad omringden onder de druk van de zware houwitsers stuk voor stuk gevallen waren.