Bureaucratie is geen infaam fenomeen

De co-auteurs Van Beusekom en Michiels van Kessenich gebruikten onlangs het beeld wir haben es nicht gewusst om de bureaucratie en de ambtenaren in Nederland aan een analyse te onderwerpen. Ze bedienden zich daarbij van een oude, wetenschappelijk versleten, maar in het spraakgebruik nog immer populaire definitie: de bureaucratie als kwaadaardig fenomeen.

Geen auteur heeft ooit kernachtiger zijn bezorgdheid uitgesproken over de spanning tussen bureaucratie en democratie dan de socioloog Max Weber (1864-1920). Als een van de weinigen in zijn tijd onderkende hij de prijs die de mensheid betaalde voor de idealen van gelijkwaardigheid en rechtsgelijkheid: de angst voor de vrijheid afgekocht met een zekere mate van voorspelbaarheid. Bureaucratie verschaft bij uitstek de mogelijkheid van een voorspelbaar overheidshandelen. Als organisatievorm is bureaucratie zeer geschikt voor het verrichten van grote reeksen min of meer gestandaardiseerde handelingen. Het doel was een zo gelijkwaardig mogelijke behandeling van de burger. Waar gelijkwaardigheid en gelijkberechtiging in de knel lijken te komen, wordt het (standaard) antwoord gevonden in verdere verfijning van regels. In theorie kan dit proces doorgaan tot voor elk individu een passende standaard is gevonden.

Weber zag dit onder ogen en sindsdien hebben drie generaties onderzoekers zich gestort op de (on)juistheid van zijn analyse en het door hem geschetste angstbeeld: een alles overheersende en niemand ontziende bureaucratie. Wie in negatieve zin over bureaucratie schrijft en daarbij tot de verbeelding sprekende beelden oproept weet zich verzekerd van publiek. De manier waarop Van Beusekom en Michiels van Kessenich spelen op achttiende en negentiende eeuwse noties is niet alleen naïef en goedkoop, maar ook demagogisch. Elk denkbaar cliché over bureaucratie wordt door hen opgevoerd onder het motto “Wir haben es nicht gewusst”: een zeer krachtig demagogisch middel. Wie na de eerste drie paragrafen nog niet overtuigd is van hun gelijk, moet over de streep worden getrokken door een verband dat beide auteurs bespeuren tussen de vroeg-zeventiende eeuwse theologenstrijd en de verzuiling in de twintigste eeuw. Het is een verband dat slapjes is opgetuigd.

Het gejoel overstemt hun verstand. De ambtenaar volgt willoos wat zijn superieur hem opdraagt? De werkelijkheid is wat complexer. "Befehl ist Befehl' is een gevaarlijke analogie, maar het is kennelijk niet genoeg de suggestie te wekken dat ambtenaren op nazi's lijken, want ook Christus werd gekruisigd door de joodse bureaucratie. Jezus werd noch door de joodse bureaucratie, noch door de Romeinse bezetter aan het kruis genageld, maar door de Romeinse bezetter in samenwerking met de joodse priesteraristocratie die beide handhaving van de voor hen gunstige status quo op het oog hadden.

Het betoog van de beide auteurs zaait een heilloze begripsverwarring over bureaucratie. Immers, bureaucratie is niet alleen zichtbaar in verkeersregels, vergunningaanvragen en belastingformulieren, maar ook in de bijstandsuitkeringen, de vuilnisophaal, de straatverlichting, de gezondheidszorg, het milieu- en waterbeheer. De Westerse burger heeft dat gewenst en is gewend aan een dienstenvoorziening door de overheid op terreinen waar voorheen "particulieren' woekerden. Bureaucratie is vooralsnog de enige organisatievorm waarmee de overheid de meest heterogene doelgroep kan bedienen die een organisatie zich maar kan indenken: een compleet volk. Wat allemaal goed gaat is de moeite van het vermelden niet waard, omdat wij nu eenmaal meer interesse tonen voor "falen'.