Beroemd worden in Antwerpen

Overzichtstentoonstelling 30 jaar Academie: 1963-1993', 16 apr t/m 28 aug. Met ontwerpen van Demeulemeester, Bikkembergs, Margiela, Van Noten, Van Saene en Van Beirendonck. St. Felix Stapelhuis, Oude Leeuwenrui 32. Do t/m zo 11-17u30. Inl 09-3232335619.

Tentoonstelling Modefotografie, 14 mei t/m 28 aug. St. Felix Stapelhuis. Academieshow. 18 en 19 juni. Inl en res 09-3232335619 (vanaf mei).

Walter van Beirendonck is de gekste van de "Zes van Antwerpen", een groep van getalenteerde mode-ontwerpers die samen studeerden aan de Antwerpse Mode Academie. Hij werkt grafisch, met veel prints, humor, seks en met zijn bullterrier Sado. Van Beirendonck, die nu les geeft aan de Antwerpse Academie, probeert het succes daarvan te verklaren.

Dit is dus de beroemdste mode-academie van Noord-Europa: een oud, verveloos en vervallen schoolgebouwtje aan de Mutsaertstraat in het hartje van Antwerpen. Pleister valt van de muren, het meubilair is wrak en op een binnenpleintje staan een paar dichtgetimmerde toiletten te verrotten. Dit haveloze onderkomen is de mode-afdeling van de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, en een broedplaats voor talent. Ex-studenten als Martin Margiela, Ann Demeulemeester en Dries van Noten maken furore als avant-garde ontwerpers in Parijs, Milaan en Tokio. En vanuit de hele wereld komen journalisten naar de Scheldestad om het geheim van het Belgische succes te doorgronden.

Walter van Beirendonck (36), _ zelfontworpen bril met een onwaarschijnlijk dik zwart montuur, aan iedere vinger een enorme zilveren ring _ doceert sinds 1982 aan de illustere Antwerpse Academie waar hij zelf ook studeerde. Het uiterlijk van zijn instituut deert hem niet: “Wij werken met kleine budgetten. Wij hebben tafels en een paar naaimachines, maar voor de rest niets, geen lockmachines, geen drukmachines, niets. Met de weinige middelen die we hebben proberen we zoveel mogelijk resultaat te behalen.”

En resultaat is er. Eindexamenkandidaten wonnen belangrijke prijzen op nationale en internationale mode-wedstrijden, en afgestudeerden kwamen als de "Zes van Antwerpen' (waarvan Beierendonck ook deel uitmaakte) en "The Furious Fashion Five' wereldwijd in de publiciteit. Uit alle delen van Belgie, uit Duitsland, Frankrijk en Nederland melden studenten zich nu aan. De Antwerpse modeafdeling onder leiding van Linda Loppa telt tegenwoordig niet minder dan honderdtwintig leerlingen die hun "meestergraad' willen halen.

Aan de in 1663 opgerichte Academie werden eeuwenlang de traditionele "schone kunsten' onderwezen. In 1963 werd een mode-afdeling opgericht, met als hoofd-activiteit modetekenen. Pas in de jaren tachtig verschoof de nadruk naar de uitvoering van de ontwerpen en nu worden in de regel volledige collecties gemaakt. “De afdeling stond lange tijd in een academische traditie, maar tegenwoordig opereren we meer in een internationale modecontext,” aldus Beirendonck. Het uitgangspunt, het programma en de eisen van de Antwerpse academie zijn evenwel nog dezelfden als die van dertig jaar terug, beklemtoont hij. Artistieke vakken als modetekenen en ontwerpen staan centraal. Daarnaast zijn er ook colleges niet-Europese kunstgeschiedenis, wereldliteratuur, filosofie en psychologie.

De selectie is streng: van de zestig studenten die aangenomen worden, studeren er maximaal vijftien af. Studenten moeten uitstekend kunnen tekenen, origineel zijn en vooral een ijzeren doorzettingsvermogen hebben. Van Beirendonck: “Je moet veel capaciteiten hebben om na je studie in de mode te kunnen overleven.” Die strenge selectie verklaart volgens hem een deel van het geheim van Antwerpen. “Belangrijk voor een artistieke opleiding is dat er uitmuntende leerlingen rondlopen, die de anderen optrekken. Margiela was een klasgenoot en na ons kwamen Demeulemeester, Van Noten, Dirk Bikkembergs en Dirk van Saene (het groepje dat later De Zes zou vormen). We hebben elkaar enorm gestimuleerd en elkaars grenzen verlegd. Hoewel we natuurlijk de zoveelste generatie op de Academie waren, trokken wij voor het eerst met een eigen collectie internationale belangstelling.”

Op de overszichtstentoonstelling die de Academie in het kader van Antwerpen culturele hoofdstad organiseert, is Van Beirendonck zelf te zien met een nieuwe collectie wintertruien. Behalve het dure merk Walter van Beirendonck (in Nederland alleen te koop in Rotterdam en Den Haag bij Yoshji) ontwerpt hij voor jonge mensen ook betaalbare "streetfashion' onder de naam W.& L.T. ("Wild and Lethal Trash'), en zelfs een eigenzinnige lijn wielrenners-outfits. De ontwerpen zijn wild van kleur en worden agressief gepresenteerd, vaak in combinatie met zijn witte bullterrier Sado. “Ik werk heel grafisch, met prints, veel humor en seks,” zegt hij. “Ik werd dan ook altijd de meest gekke van "De Zes' genoemd, ofwel de sadomasochist van Belgie.”

Het blijkt overigens puur toeval dat "de Zes' in de buitenlandse pers als zodanig geafficheerd werden. Uit praktische overwegingen gingen ze indertijd samen naar de beurs in Londen. Het was goedkoper om samen een vrachtwagen te huren en naar Engeland te rijden. “We waren bevriend met elkaar vanaf de academie, maar daarna hadden we drie a vier seizoenen onafhankelijk van elkaar onze koers bepaald, zonder dat de wereld ons zag. Eenmaal in Engeland werden we plotseling "The Six' genoemd in de pers, en dat bleef hangen.”

Ze zien elkaar nog regelmatig. Over mode praten "De Zes' zelden, over _ lastige _ klanten des te meer. Iedereen merkt dat het slechter gaat in de mode, aldus Van Beirendonck. “Fabrikanten en winkeliers hebben een aarzelende houding gekregen, waar ze vroeger flexibeler en positiever waren en sneller overgingen tot investeren. Omdat op veilig wordt gespeeld is er minder kans voor expansie en voor experimenten van jonge ontwerpers.”

Ondanks deze voorzichtige markt leidt Van Beirendonck zijn studenten consequent experimenteel op. “Als ik op het hoogste mik”, zegt hij gedecideerd, “hebben zij altijd nog de kans om zich aan te passen. Mensen afleveren die perfect zijn voor de industrie kunnen niet solliciteren bij Gaultier of Mugler. Andersom gaat wel. Vijftig procent van mijn studenten blijft in Belgie, de rest gaat naar het buitenland en meestal met goede resultaten. Ze kunnen zich gemakkelijk in dat mode- circuit begeven zonder dat ze op hun neus schuiven.”