Advocaat van "hacker' eist excuses van Justitie

ROTTERDAM, 1 APRIL. De advocaat van de Utrechtse computerkraker Ronald O. sommeert de Staat der Nederlanden binnen vijf dagen op de voorpagina van NRC Handelsblad een advertentie te plaatsen waarin staat dat de Haagse politie onrechtmatige uitlatingen over zijn cliënt heeft gedaan.

De advocaat, mr. R.A. van Roo, verwijt de hoofdinspecteur W. Mantel dat die tijdens een perconferentie heeft gezegd dat Ronald O. “geen gelegenheidscrimineel” was. Ook andere opmerkingen van de politieman hebben volgens de advocaat ertoe geleid dat Ronald O. in de ogen van het publiek reeds schuldig is verklaard.

Van Roo vindt dat er geen reden was voor de politie om informatie over de zaak te verstrekken. Er was geen sprake van dat er onrust moest worden gedempt en evenmin was er een onderzoeksbelang mee gediend. Volgens de Utrechtse persofficier mr. P.M.H. van der Molen heeft de Haagse politie geheel op eigen gelegenheid gehandeld, zonder overleg met justitie, dat de formele verantwoordelijkheid voor het onderzoek heeft, en ook zonder overleg met de verdachte en diens advocaat.

Ronald O. - alias RGB - werd twee weken geleden gearresteerd en zit nog altijd vast op verdenking van computervredebreuk. Persofficier Van der Molen wenst geen informatie over de voortgang van het onderzoek te verschaffen. Volgens advocaat Van Roo maakt RGB gebruik van zijn recht om niet te antwoorden. Sinds hij tijdens een van de eerdere verhoren door het onderzoekteam werd geconfronteerd met een bekentenis die hij niet had gedaan, weigert hij medewerking. Diezelfde strategie volgde hij in mei vorig jaar toen hij wegens een andere computerinbraak werd verhoord door de Amsterdamse politie.

Over die ondervraging door het computercriminaliteitsteam heeft RGB in het vakblad Hacktic verslag gedaan. Hij weigerde zo vaak antwoord te geven, dat de rechercheurs volgens hem uiteindelijk maar een Wordperfect-macro maakten. “Elke keer als ik "daar kan ik me niets van herinneren' zeg, hoeft de rechercheur maar één toets in te drukken.”