Zelfportret

In 1916 nam Bonnard een foto van een model in zijn atelier. Ze staat rechtop. Ze trekt haar bloesje uit, haar armen als gebonden op haar rug. Haar benen in een lange zwarte rok, haar boezem in het warrig ondergoed van toentertijd. Met een donkere blik en een verdrietige mond kijkt zij neer op de camera (de schilder, de toeschouwer, de wereld buiten deze foto).

Dit noem ik een aanwijzing.

Zijn zelfportret, de man zoals hij zichzelf onder ogen ziet, verteerd door ouderdom, de schrik in zijn botten, de dood al op zijn wangen.

Dit noem ik ook een aanwijzing.

En misschien zit er een aanwijzing in de plaats van mensen op zijn schilderijen: een gezicht in de kleur van het gordijn, figuren die verdwijnen in de tuin, iemand van wie alleen de voet wordt getoond, of de voet juist niet. Misschien bedoelt hij dan de broosheid van het leven.

Aanwijzingen voor een minder brave Bonnard dan hij zich voordoet. Want op zichzelf is het van een nauwelijks te verdragen bekrompenheid, al die goed gevulde tafels, die fijne kijkjes uit het raam. Het zou dom zijn als Bonnard die dingen heeft gemaakt bij gebrek aan tragiek. Het zou mooi zijn als hij dat deed hoewel, en mooier nog omdat hij beter wist.

Dat hoop je dan maar. Je hoopt altjd het beste, niet?