Video lijkt recht te doen aan intimiteit van Beatrix Potter

De avonturen van Pieter Konijn en Benjamin Wollepluis. Regie: Geoff Dunbar. De avonturen van Poekie Poes en Jozefien Kwebbeleend. Regie: Dave Unwin. Nasynchronisatie o.l.v. Harry Geelen, met de stemmen van o.m. Wouter Hofstee, Bart van Batenburg, Emmy Lopez Dias, Maria Stiegelis, Jerôme Reehuis, Carol van Herwijnen, Wim T. Schippers. Volgende week uitgebracht op koopvideo door Uitgeverij IC, ƒ 29,90.

In 1936 ontzegde Beatrix Potter, schrijfster en schilderes van talloze dierenverhalen, Walt Disney het recht om haar verhalen te verfilmen. Ze zag niet hoe haar fijnzinnige aquarellen, noch hoe de kleine bos-, veld- en huisdieren die haar personages uitmaken, tot hun recht konden komen in de reusachtige afmetingen die het bioscoopdoek vergt en bedankte voor de eer.

Dat was geen blijk van misplaatste bescheidenheid of artistieke nuffigheid en al helemaal geen afwijzing van commercie. Immers, al spoedig nadat haar heldjes, zoals Peter Rabbit en Jemima Puddleduck, in druk waren verschenen, werden ze onderwerp van intensieve merchandising. Zo versiert de serviezenfabrikant Wedgwood tot op de dag van vandaag zijn kinderserviezen van papbord tot eierdop met scènes uit het werk van Potter. Potter beschouwde zulk gebruik niet als minderwaardig of schadelijk voor het imago van haar figuurtjes. Integendeel: al in 1903 vroeg ze patent aan op een Peter Rabbit-pop, slechts één jaar na publicatie op grote schaal van zijn Tale. Afbeeldingen op koektrommels, kalenders, schriften en gordijnstof lieten niet lang op zich wachten. Maar voor bewegende beelden in de bioscoop moet ze haar werk oprecht te kleinschalig hebben gevonden.

Wellicht zou Beatrix Potter (1866-1943), als ze tijd van leven had gehad, weinig hebben ingebracht tegen verfilming van haar verhalen voor videotapes, bestemd voor kinderen en fans van haar werk. Konijnen, vossen, poezen of eenden zijn tussen de randen van een televisiescherm verzekerd van de juiste proporties en met videoanimatie kan alle intimiteit worden opgeroepen die Potters verhalen zo bijzonder maken, mits er zorgvuldig wordt gewerkt en niet gemakzuchtig gesteund op videocomputer-toverdozen als de zogeheten Quantel, die voorgeprogrammeerde trucjes laten doorgaan voor artisticiteit.

De twee koopvideotapes, de eerste van een serie van zes Potter-video's die in samenwerking met de BBC tot stand komt onder toezicht van de fameuze videoanimatie-producent John Coates, zijn veelbelovend. Geen waanzinnige effecten waar kinderen zelden werkelijk door worden bekoord, geen jacht op spectaculaire virtuositeit wat ze evenmin interesseert, maar een smaakvol streven om recht te doen aan de sfeer die Beatrix Potter een kleine honderd jaar geleden creëerde en de stijl waarin ze dat deed.

Tegen het roerloos gehouden decor van het lieflijke Noordengelse Lake District in precies de tere waterverf-tinten die Potters schilderwerk zo eigen maken, maken Pieter Konijn, neefje Benjamin Wollepluis, de drie ondeugende poezekinderen en de domme Jozefien Kwebbeleend zich los om hun avonturen te beleven. Potters verhaaltjes werden weergegeven zoals zij ze schreef: zoetig, moralistisch maar reëel, en spannend zoals de natuur spannend is. Pieters vader is met kerst beland in de pan van de tuinder, daar worden geen doekjes om gewonden en Jozefien mag gered zijn van de "heer' met de puntige snuit en de rode staart onder zijn jas, haar eieren worden opgegeten door haar redders, de jachthonden. Zo is dat nu eenmaal, verklaart een andere hond terloops.

Potters dieren zijn, anders dan bijvoorbeeld de slordige Disney-bewerking van Winnie the Pooh, zichzelf gebleven en daarbij knap geanimeerd. Ze bewegen vloeiend en natuurlijk, waarbij de tekenaars zelfs, dankzij klaarblijkelijke studie van de kwikzilver-motoriek van jonge dieren, een oplossing wisten te bedenken voor Potters gewoonte om ze nu eens, in jasjes of jurkjes en op schoentjes, neer te zetten als wollige mensenkinderen, en ze het volgende moment zonder kleren weg te laten springen. Vooral gegeven het feit dat Potter per scène hooguit één aquarel of pentekening maakte, volbrachten de makers van de films een hoogstandje. Die ene tekening leidde telkens feilloos tot een complete sequentie waar menig kind veel plezier aan zal beleven.