Verbouwde historische afdeling Centraal Museum Utrecht thematisch gerangschikt; Modern rariteitenkabinet ontbeert informatie

UTRECHT, 31 MAART. Na een uitgebreide verbouwing is vorige maand de Historische afdeling van het Centraal Museum in Utrecht heropend. De collectie is tussentijds kritisch doorgelicht, waarbij verschillende voorwerpen naar het depot verhuisden en - omgekeerd - werken uit de kelder naar de permanente tentoonstelling werden gepromoveerd. Na voltooiïng van deze opknapbeurt maakt de afdeling weer een ruime en uitnodigende indruk.

De manier waarop met de geschiedenis wordt omgesprongen reflecteert veelal iets van de eigen tijdgeest. Zo ook in het Centraal Museum, waar het begrip 'chronologie' in onmin is geraakt. De hedendaagse museologie heeft meer op met 'thematische rangschikking' en 'historische dwarsverbanden'. Van de ietwat sleetse aanpak waarbij de bezoeker in de eerste vitrine de verplichte potscherf en vuistbijl aantreft en aan het slot van de tentoonstelling de verworvenheden van de moderne techniek krijgt voorgeschoteld, zijn ook de Utrechtse samenstellers welbewust afgeweken. Zo bevinden zich op luttele meters afstand van elkaar in één vertrek een surrealistisch werk van Pyke Koch uit 1928, een maquette van de Domkerk en een 17de-eeuws schilderij dat de armenzorg verbeeldt.

Zo'n niet-chronologische presentatie moge verrassend en fantasievol zijn, ze roept tegelijkertijd aanzienlijke problemen op. Het gepresenteerde werk ziet er ogenschijnlijk al snel uit als een historische hutspot. Welk houvast bied je de bezoeker? Het Centraal Museum is die problemen te lijf gegaan met een uitgekiend systeem van informatievoorziening. De bezoeker kan op drie manieren iets over de voorwerpen te weten komen. Fel oranje tekstborden verstrekken algemene informatie, terwijl de afzonderlijke voorwerpen worden toegelicht door kleine tekstbordjes. Minder voor de hand liggend is een derde informatiebron: een 'trefwoordengids' (voor fl. 2,50 te koop) stelt de geïnteresseerde in staat naar eigen inzicht achtergronden van bepaalde onderwerpen of tijdvakken op te zoeken. Ter illustratie: het schilderij Oefening van het wapengenootschap Pro Patria et Libertate in het Utrechtse Sterrebos (1784) wordt niet alleen door een tekst over de Bataafsche Republiek op zo'n oranje bord ondersteund; ook de trefwoordengids verschaft een historische context. Onder het trefwoord 'Patriotten' wordt melding gemaakt van een gewapend conflict bij Vreeswijk in 1787. Wie in een aangrenzende vitrine de gepoederde haarvlok van Mr. Cornelis Govert Visscher ontwaart, begrijpt na lezing van de gids iets van het incident waarbij deze patriot sneuvelde.

Het ontbreekt geenszins aan afwisselende en tot de verbeelding sprekende voorwerpen. De (permanente) tentoonstelling omvat onder meer een kinderskelet met bijbehorende grafvondsten uit de vroege vijfde eeuw, een 'galgkist' waarin de beul zijn martelwerktuigen bewaarde, ontwerpen voor Utrechtse stadswijken door Gerrit Rietveld en schilderijen van oude meesters als Jan van Scorel, Hendrick Ter Brugghen, Jan van Bijlert en Pieter Saenredam.

Soms wekt de keuze van voorwerpen bevreemding. Naast een maquette van de 17de-eeuwse Wittevrouwenpoort is een recent "ontwerp voor een poort in Utrecht" van de eigentijdse Amerikaanse kunstenares Rhonda Zwillinger geplaatst. Deze vergelijking van heden en verleden, ongetwijfeld bedoeld als een speels of provocatief accent, is wat al te bedacht. Een nimmer uitgevoerd fröbel-ontwerpje laat zich nu eenmaal moeilijk vergelijken met een markant gebouw dat een nadrukkelijk stempel op de stad heeft gedrukt.

Het valt niet mee de vroegste geschiedenis van Utrecht aan de hand van trefwoorden na te speuren. Boven een verzameling Romeinse en vroeg-middeleeuwse wapens hangt - contrast! - een 17de-eeuws schilderij van de oorlogsgod Mars. Een verklarende tekst wordt echter node gemist. Tenzij het tekstbordje dat begint met de woorden "Er werden helmen gedragen...", als zodanig moet worden aangemerkt. Dat de inhoud van de vitrine tien eeuwen omspant, lijkt hier geen kwestie van contrasten, maar veeleer een makkelijke oplossing; leg de Vikingen maar bij de Romeinen. Daarmee dreigen beide volken tot gezichtsloze inwisselbare pottenbakkers en pijlpuntslijpers te worden gereduceerd.

De 'winst' van een speelse en thematische aanpak wordt in Utrecht teniet gedaan door gebrek aan een historisch referentiekader. Wie beschikt over veel tijd, een scherp observatievermogen en enige historische voorkennis zal met de 'trefwoordengids' in de hand veel genoegen aan de nieuwe Historische afdeling beleven. Als bij het oplossen van een kruiswoordraadsel kunnen de verkregen inzichten elkaar immers aanvullen en versterken. De maquette van de Dom, de 17de-eeuwse stadsgezichten (waarop de Domkerk vóór en na de instorting door een "schrickelijck tempeest" in 1674 te zien is) en het collage-achtige schilderij van Pyke Koch waarin de Domtoren als een soort raket (voorzien van het opschrift "maan") is verwerkt, vertonen dan historische samenhang. Een probleem is echter dat tijd, observatievermogen en voorkennis nét zonder meer verondersteld mogen worden. Of worden we geacht zèlf de Dom in het collage-achtige schilderij van Koch te ontdekken en dient het publiek te weten dat de woorden "Chez Elodius" verwijzen naar een door de schilder gefrequenteerd Utrechts restaurant? Geen van de drie informatiebronnen schiet hier te hulp. Is het gebrek aan samenhang eigenlijk wel 'ogenschijnlijk' te noemen?

Op de historische afdeling van het Centraal Museum valt, als schatkamer en modern rariteitenkabinet, niets aan te merken. Het is - alle goede bedoelingen ten spijt - de informatievoorziening die tekort schiet.