Vaderschap

In de rij voor de kassa staat een lange jongen met roodomrande ogen. Zijn winkelwagentje puilt uit van de weggooiluiers. In een doek voor zijn borst draagt hij een zuigeling met zich mee. Koesterend liggen zijn handen om de peervormige buidel. Hij heeft zijn hoofd naar de baby gebogen.

Juist als hij voor de zoveelste keer een geeuw achter zijn hand probeert te verbergen, wordt hij door een andere jonge man op de schouder getikt. Verrast klapt hij zijn kaken dicht en kijkt op:

“Hé Ton, doe jij hier?” Speels deelt hij een por uit.

Ton, die een veel te bruin gezicht heeft voor de tijd van het jaar, ziet de buidel en zegt:

“Is dat nou de baby? Valt zeker niet mee?” Hij neemt zijn plastic tasje met de nieuwgekochte cd's in de andere hand en kietelt onder het kinnetje dat zich hoe langer hoe verder in de draagdoek terugtrekt.

“De eerste weken dacht ik dat ik gek werd”, zegt de vader.

“Je hebt geen idee hoeveel tijd zo'n kind kost.” Ton knikt beleefd.

“Iedere avond ben ik uitgeteld, maar echt slapen, ho maar. Net of mijn oren half openstaan. Elke piep van hem hoor ik. Dwars door de muur.” Ton knikt opnieuw en begint een betoog over hogere zintuiglijke gevoeligheid in dienst van het behoud van de soort, maar krijgt geen kans zijn uiteenzetting te voltooien. “En het gaat dag en nacht door: slapen-huilen-flesje-verschonen-slapen...”

Ton haalt de cd's uit het tasje en kijkt er verliefd naar. De muziek in zijn hoofd begint de luierpraat te overstemmen.

“Ken je dit?” onderbreekt hij zijn vriend terwijl hij hem een cassette voorhoudt. Achter in de rij gaat een kind huilen. De vader draait zijn hoofd naar het geluid. Hij tilt de buidel een beetje op, drukt die tegen zich aan en blijft achterom kijken tot de tranen van het andere kind gestelpt zijn.

Met de cassette in zijn uitgestoken hand, volgt Ton de blik van de vader. Dan kijkt hij hem meewarig aan, laat de cd's weer in het tasje glijden en knoopt zijn jas dicht. Snel deelt hij een iets te joviale schouderklop uit, tikt met zijn wijsvinger de neus van de baby aan en maakt zich uit te voeten.

De vader duwt het wagentje wat dichter naar de kassa. Hij ziet er plotseling doodmoe uit, maar het voorwerp van zijn zorg blaakt van gezondheid en hangt met een onweerstaanbare lach het leven uit te dagen.